Hoe ben jij bij Wolters Kluwer terecht gekomen?

Na mijn studie Gezondheidswetenschappen heb ik via een detacheerder aanvullende opleidingen voor de Wmo gedaan en bij verschillende gemeenten gewerkt. Ik deed daar diverse opdrachten, altijd gerelateerd aan de Wmo. Enorm leerzaam en leuk vond ik dat. Na een aantal jaren ging ik op zoek naar een wat vastere basis en kwam ik bij een Brabantse gemeente terecht als beleidsmedewerker Wmo/sociaal domein. Na daar een jaar of acht te hebben gewerkt zochten ze bij Wolters Kluwer een vakredacteur Wmo & Jeugd. Intussen kende ik het sociaal domein en met name de Wmo van binnen en buiten en bovendien is mijn kennis van gemeenten heel waardevol. Zo kwam ik in 2018 op de redactie terecht. Na ruim een jaar werd ik eindredacteur.

Wat is er zo interessant aan de Wmo?

De Wmo is er voor mensen met een beperking en zorgt ervoor dat mensen ondanks die beperking zo goed mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij. Het is aan de gemeenten zelf om te kijken welke voorzieningen nodig zijn om hun burgers te ondersteunen. Daarin zit voor de gemeenten nog veel vrijheid. Dat maakt het soms ook lastig. De Wmo is een wet met een lange geschiedenis en veel jurisprudentie. Soms komt er een nieuwe of onverwachte ontwikkeling of uitspraak, die alles weer een andere kant op stuurt. Dat houdt de Wmo altijd interessant.

Welke veranderingen heb je gezien de afgelopen jaren in jouw vakgebied?

Vanaf 2015 hebben de gemeenten er een aantal taken bij gekregen. Niet alleen mensen met fysieke beperkingen worden door de gemeenten geholpen, ook mensen die psychische ondersteuning nodig hebben. Dat geeft nieuwe uitdagingen. De maatwerkgedachte staat centraal in de Wmo, daar worstelen gemeenten nog wel mee: ze willen dat maatwerk bieden, maar zijn ook op zoek naar grenzen en kaders. De afgelopen tijd zie je dat de budgetten vaak worden overschreden. Dat geeft wel spanning tussen wat moet en wat kan.

Hoe kan jij de gemeenten daarbij helpen?

We hebben bij Wolters Kluwer enorm veel kennis, ook van jurisprudentie. Als gemeenten er niet uitkomen met casussen, kunnen wij ze adviseren en op weg helpen. We helpen ook bij het opstellen van het eigen beleid van gemeenten. Soms zoeken ze manieren die volgens de wet niet mogen, maar vaak ook zien we dat in het beleid nog niet alle mogelijkheden om te begrenzen worden benut. Wij helpen de gemeenten dan het eigen beleid goed te regelen en hun kaders vast te leggen, maar ook ervoor te zorgen dat de uitvoerende medewerkers daarvan goed op de hoogte zijn.

Welk onderwerp ga je dit jaar beet pakken op jouw vakgebied?

Op de redactie denken we na over andere manieren om onze kennis over te brengen op de gemeenten. Bij onze klanten zitten juristen, maar ook mensen met een heel andere achtergrond, dus de informatie moet voor iedereen begrijpelijk en vooral ook praktisch zijn. We willen dit jaar een slag maken in de toegankelijkheid van de informatie.

Wat maakt het werken bij Wolters Kluwer zo leuk?

Ik werk voor het kleine Wolters Kluwer onderdeel Schulinck. Daar heerst een informele sfeer en zijn de lijntjes kort. Je kunt gemakkelijk op nieuwe ontwikkelingen inspelen en samenwerken met de andere teams. Tegelijk zijn we onderdeel van het grote Wolters Kluwer, een mooie professionele organisatie, waar veel kan. Zo heb je van beide het beste. Vakinhoudelijk is het werk heel gevarieerd: de kennisbank op orde houden, contact houden met gemeenten en hun vragen beantwoorden, ondersteunen bij bezwaar en beroep, beleid opstellen en cursussen geven. Als eindredacteur heb ik ook nog een coachende rol naar de collega’s. Kortom, een mooie baan!

Wat doe je in je vrije tijd?

Ik heb twee kleine kinderen, waarvan ik zoveel mogelijk wil genieten. Als ik nog tijd over heb, ben ik graag buiten actief. Ik houd van uit eten gaan, zelf koken en afspreken met vrienden en ik ga graag naar het theater.