Stel: een jeugdige woont al geruime tijd in een jeugdhulpvoorziening. De plek past goed, er is rust ontstaan en de begeleiding sluit aan bij zijn ontwikkeling. Dan wordt hij 18 jaar. Juridisch is de lijn duidelijk: de Wmo is vanaf nu van toepassing op de jongvolwassene. Maar wat als er binnen de Wmo geen passende verblijfsplek beschikbaar is? De huidige aanbieder is inhoudelijk passend, maar uitsluitend als jeugdhulpaanbieder gecontracteerd, en niet ingekocht als Wmo‑voorziening. De gemeente staat voor een herkenbaar dilemma. Moet de jongere dan nu in de (verlengde) Jeugdwet blijven, simpelweg omdat er binnen het Wmo‑kader geen alternatief voorhanden is? Of vraagt de situatie om een andere oplossing?

Mark Bruin gaf in 2022 al een glasheldere juridische duiding op de vraag wanneer verlengde jeugdhulp kan worden ingezet en Wout Mentink ging daar in 2023 op door met tips over het opstellen van een toekomstplan. Anno 2026 blijkt echter dat de situatie in de uitvoering nog altijd complex kan uitpakken, vooral daar waar de juridische lijn raakt aan de manier waarop verblijfszorg is ingekocht.

De wet is helder

Om dit dilemma goed te kunnen beoordelen, is het van belang om terug te gaan naar de systematiek van de Jeugdwet. Jeugdhulp is bedoeld voor een jeugdige. Volgens artikel 1.1 Jeugdwet is dat in de eerste plaats iemand die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. De hoofdregel is dus dat jeugdhulp eindigt bij 18 jaar.

Hierop zijn enkele uitzonderingen, maar die zijn bewust beperkt geformuleerd en vragen om een zorgvuldige toepassing.

Kan jeugdhulp na 18de verjaardag worden voortgezet?

De Jeugdwet kan alleen doorlopen na de 18de verjaardag wanneer er geen andere wet is die de zorg kan overnemen. Voor verblijfszorg geldt dat dit moet worden overgenomen door de Wmo. Dat betekent dat in deze situaties op grond van artikel 1.2 Jeugdwet geen voorziening vanuit de Jeugdwet kan worden verstrekt. De Jeugdwet is geen vangnet voor situaties waarbij er nog geen plek is op basis van een ander wettelijk kader.

Geen Wmo‑plek beschikbaar: mag een jongere dan maar in de verlengde Jeugdwet blijven?

Geen Wmo-voorziening; dus verlengde Jeugdwet?

Wanneer een jongere 18 jaar wordt en er op dat moment geen passende Wmo-voorziening beschikbaar is, ontstaat al snel de gedachte dat hij dan maar onder de verlengde Jeugdwet moet vallen. Of men weet het wel maar lijkt het de meest praktische oplossing te zijn omdat huidige aanbieder alleen als jeugdhulpaanbieder is gecontracteerd en niet voor Wmo-verblijf.

In de praktijk speelt daarbij ook vaak het verschil in inkooptarieven een rol. Voor verblijf op grond van de Jeugdwet gelden andere, doorgaans zwaardere, eisen aan de kwalificaties van het zorgpersoneel dan binnen de Wmo. Dat vertaalt zich in hogere Jeugdwettarieven. Wanneer een jeugdhulpaanbieder inhoudelijk wel als passende plek wordt gezien, maar de financiering moet overgaan naar de Wmo, staat een aanbieder er niet om te springen om het onder de Wmo te laten doorlopen, maar zal liever het hogere jeugdhulptarief blijven rekenen.  Dit is vaak de reden dat een jongere, na zijn 18de verjaardag, niet bij de jeugdhulpaanbieder kan blijven binnen het Wmo-kader.

Contracten en tarieven bepalen het wettelijk kader niet

Het kernpunt is dat het toepasselijke wettelijke kader niet wordt bepaald door de wijze waarop zorg is ingekocht en gefinancierd. Of verblijfszorg onder de Jeugdwet dan wel de Wmo valt, volgt uit de wet en uit de leeftijd en situatie van de jongere. Dat een aanbieder uitsluitend onder de Jeugdwet is gecontracteerd, betekent niet dat de ondersteuning (na het bereiken van de 18‑jarige leeftijd), uit jeugdwetmiddelen wordt bekostigd.

Ook na het 18de levensjaar blijft de gemeentelijke zorgplicht bestaan, maar dan wel op basis van een andere wettelijke grondslag en andere wettelijke doelen (zelfredzaamheid in plaats van opgroeien en opvoeden). Die verschuiving vraagt niet om het oprekken van de Jeugdwet, maar om het organiseren van passende ondersteuning binnen het Wmo-kader.

Direct antwoord op je vragen met Schulinck AI-Desk

Zoals bij de verblijfszorg blijkt, raken de Jeugdwet en de Wmo 2015 elkaar regelmatig. Hoe weet je als gemeenteprofessional waar de verantwoordelijkheid ligt? Met Schulinck AI-Desk Jeugd krijg je direct antwoord op je vragen en kun je een onderbouwd advies geven. Probeer het zelf 1 maand gratis!

Een juridisch juiste én praktische benadering

Dat betekent niet dat gemeenten jongeren moeten verplaatsen wanneer dat inhoudelijk niet een passende oplossing is. Een juridisch houdbare én praktische benadering is om vanuit de Wmo een maatwerkvoorziening in te zetten bij dezelfde aanbieder waar de jongere al verblijft. Dat kan bijvoorbeeld door tijdelijk een maatwerkovereenkomst te sluiten, desnoods tegen de hogere jeugdhulptarieven, ter overbrugging naar een andere passende verblijfsplek die wél binnen het Wmo‑kader is ingekocht.

Op die manier kan de jongere op de voor hem passende plek blijven, kan de ondersteuning worden voortgezet zonder breuk in de zorg en vindt de financiering plaats vanuit het juridisch juiste kader, namelijk de Wmo. Deze aanpak kan schuren met bestaande contracten, tarieven en inkoopafspraken en vraagt om bestuurlijke flexibiliteit en juridische scherpte.

Tot slot

De overgang van 18- naar 18+ bij verblijfszorg is in de praktijk vaak ingewikkeld. Er is een mix van belangen; financiele belangen bij de aanbieder en gemeente en het belang van het kind om passende ondersteuning te krijgen. Het borgen  van continuïteit is geen vrijblijvende wens, maar een kernonderdeel van de zorgplicht van gemeenten. Juist daarom is het belangrijk om het onderscheid tussen het juridische kader en de uitvoeringspraktijk scherp te blijven zien.

Voor gemeenten ligt de oplossing niet in het verruimen van de Jeugdwet. Het gaat er juist om dat er oplossingen komen binnen de bestaande wettelijke kaders, die recht doen aan zowel de jeugdige / jongvolwassene als de wet. Door op tijd vooruit te kijken, beleid en inkoop beter op elkaar af te stemmen en waar nodig maatwerk te bieden, kan worden voorkomen dat verlengde jeugdhulp wordt gebruikt als oplossing voor knelpunten die eigenlijk horen bij de overgang naar de Wmo.

Veelgestelde vragen die dit opiniestuk beantwoordt

Jeugdhulp mag na de 18e verjaardag alleen worden voortgezet als de hulp vóór 18 jaar is gestart, de noodzaak vóór 18 jaar is vastgesteld, of binnen 6 maanden na beëindiging hervatting nodig is, én er geen andere wet (Wmo, Zvw, Wlz) is die dezelfde hulp biedt. Pleegzorg en verblijf in een gezinshuis kunnen standaard tot 21 jaar doorlopen, andere vormen van verlengde jeugdhulp maximaal tot 23 jaar. Hulp die vanaf 18 jaar onder een andere wet valt, mag niet als verlengde jeugdhulp worden ingezet.

Juridische basis

Jeugdwet, art. 1.1 en 1.2 — wetten.nl

Nee, verlengde jeugdhulp mag niet worden ingezet als de betreffende ondersteuning vanaf 18 jaar onder de Wmo 2015 valt; verlengde jeugdhulp is alleen toegestaan voor hulpvormen die níet door een andere wet worden overgenomen (art. 1.1 en 1.2 Jeugdwet).

Juridische basis

Jeugdwet, art. 1.2 — wetten.nl
Wmo 2015, art. 2.3.5 — wetten.nl

Nee, de wijze van inkoop (bijvoorbeeld via een jeugdhulpcontract of Wmo‑contract) bepaalt níet of de Jeugdwet of de Wmo 2015 van toepassing is; dat volgt uit de aard en wettelijke grondslag van de hulp.

Juridische basis

Jeugdwet, art. 1.1 en 1.2 — wetten.nl
Wmo 2015, art. 2.1.1 — wetten.nl

Borg tijdig (rond 17,5 jaar) een individueel overgangsplan waarin staat of het verblijf na 18 jaar onder Zvw, Wmo of Wlz valt, en stem dit plan actief af tussen gemeente, zorgverzekeraar en (eventuele) Wlz-indiceerder/CIZ. Leg het vervolgverblijf (bijv. beschermd wonen of vervolg-ggz) vóór de 18e verjaardag formeel vast via besluiten/indicaties onder het juiste wettelijk kader, om hiaten in financiering en risico op dakloosheid te voorkomen.

Juridische basis

Wmo 2015, art. 2.3.5 — wetten.nl

De gemeente moet zorgen voor een naadloze overgang van jeugdhulp naar volwassenenzorg, zodat jongeren niet tussen wal en schip vallen. Vanaf 18 jaar is de gemeente waar de jongere feitelijk woont verantwoordelijk voor passende ondersteuning, waarbij de continuïteit van zorg gewaarborgd moet zijn. De gemeente moet tijdig informeren, overdragen en beoordelen welke zorg onder de Jeugdwet, Wmo, Zvw of Wlz valt.

Juridische basis

Wmo 2015, art. 2.1.1 en 2.3.5 — wetten.nl
Jeugdwet, art. 2.3 — wetten.nl