Inburgeraars die wegblijven van de taallessen. Het was eigenlijk te voorzien. Maar sommige gemeenten en taalaanbieders hebben er bij het kopen en verkopen van leerroutes toch geen rekening mee gehouden. Ik adviseer die gemeenten en taalaanbieders alsnog duidelijke afspraken met elkaar te maken over wie van beide partijen opdraait voor de kosten van eventuele inhaallessen.

Gemeente kent taallessen toe

Asielstatushouders hebben jegens de gemeente aanspraak op een leerroute. In het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) beschrijft de gemeente hoe die leerroute eruit ziet en hoe lang en voor hoeveel uren per week de asielstatushouder die leerroute moet volgen.

Nemen we de situatie dat de asielstatushouder twee jaar lang wekelijks 8 uren taalles moet volgen. Als de asielstatushouder wegblijft van een of meer taallessen, dan rijst als eerste vraag of hij na afloop van de periode van twee jaar nog aanspraak op taallessen heeft jegens de gemeente. Het antwoord is: nee [zie echter het naschrift onderaan]. Er zijn echter gemeenten (en taalaanbieders) die de asielstatushouder toestaan de gemiste taallessen (tijdens of na afloop van de periode van twee jaar) via extra lessen in te halen wanneer het verzuim niet verwijtbaar is. Denk bijvoorbeeld aan ziekte. Ik weet niet of er gemeenten (en taalaanbieders) zijn die de asielstatushouder ook toestaan de gemiste taallessen in te halen wanneer hij daarvan wegbleef alleen maar omdat hij er geen zin in had.

Bij leemte in het contract is verdedigbaar dat de gemeente de extra taallessen moet betalen

Vervolgens rijst deze vraag: als de gemeente (en de taalaanbieder) extra taallessen aanbiedt, wie moet die dan betalen? De gemeente of de taalaanbieder? Voor het antwoord moeten we naar de afspraken die de gemeente en de taalaanbieder daarover in de inkoopcontracten hebben gemaakt. En dan stuiten we meteen op een probleem: sommige gemeenten hebben daar geen afspraken over gemaakt.1 Hoe moet dan worden bepaald wie voor de kosten van extra taallessen opdraait? Welnu, dat gebeurt aan de hand van artikel 6:248 BW en de regels uit het zogenoemde Haviltex-arrest en daarop voortbordurende arresten. Een verdedigbare uitkomst van de toepassing van al deze regels is dat de gemeente dan voor de kosten opdraait. Hoe zit dat precies?

Vervolgens rijst deze vraag: als de gemeente extra taallessen aanbiedt, wie moet die dan betalen?

De wederzijdse rechten en plichten vanwege het inkoopcontract worden volgens artikel 6:248, eerste lid, BW ten eerste bepaald door het inkoopcontract zelf. Hierbij is niet alleen een (zuiver) taalkundige uitleg van het inkoopcontract van belang, maar komt het aan op de betekenis die de gemeente en de taalaanbieder over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Dit volgt uit vaste rechtspraak sinds het zogenoemde Haviltex-arrest.

De Haviltex-maatstaf is ook bepalend als het contract een leemte laat m.b.t. een scenario waarvoor de gemeente en de taalaanbieder geen oog hadden. De Haviltex-maatstaf kan er dan toe leiden dat die leemte moet worden ‘opgevuld’ met een van de andere bronnen (dan de overeenkomst) die artikel 6:248, eerste lid, BW noemt. Hierbij valt met name te denken aan de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid. Zie het arrest AEGON/Stichting Koersplandewegkwijt.

Verdedigbaar is dat de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid – ter invulling van de leemte van het contract – meebrengen dat de gemeente de extra taallessen moet bekostigen wanneer de gemeente de asielstatushouder aanspraak geeft op extra taallessen terwijl deze grove schuld2 had aan het verzuimen van de eerdere taallessen. De gemeente gaat dan namelijk verder dan haar zorgplicht van artikel 16, eerste lid, van de Wet inburgering 2021. De gemeente zal de kosten van de inhaallessen dan ook voor haar rekening behoren te nemen. Ook wanneer het gaat om inhaallessen wegens een niet verwijtbare omstandigheid zoals ziekte kan het best redelijk en billijk zijn dat de daarmee gemoeide kosten voor rekening van de gemeente komen.

Als gemeenten willen dat niet zij, maar de taalaanbieders opdraaien voor de kosten van inhaallessen, dan kunnen ze daarover alsnog afspraken maken met de taalaanbieders.

Zeker weten waar partijen aan toe zijn

De toepassing van de regels van artikel 6:248 BW en de regels uit het zogenoemde Haviltex-arrest en daarop voortbordurende arresten is geen exacte wiskunde. Het correcte antwoord op de vraag wie de extra taallessen moet betalen wanneer het inkoopcontract een leemte bevat is daarom niet op voorhand met zekerheid te geven.

Om écht zeker te weten waar beide partijen aan toe zijn, adviseer ik gemeenten en taalaanbieders alsnog duidelijke afspraken met elkaar te maken. Die kunnen inhouden dat het altijd de gemeente is die de kosten van de extra taallessen betaalt, maar zouden natuurlijk ook kunnen inhouden dat de taalaanbieder die kosten betaalt wanneer het verzuim niet verwijtbaar is.3 In aansluiting op deze duidelijke afspraken kan de gemeente ook het PIP van de asielstatushouder waarin beschreven staat hoe lang en voor hoeveel uren per week de asielstatushouder de leerroute moet (en mag) volgen, duidelijker maken.


Meer weten?

Wil je als gemeente op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het gebied van de Wet inburgering 2021? Neem dan een abonnement op onze Kennisbank Schulinck Inburgering.


 

1 Dit is mij niet rechtstreeks uit de contracten gebleken, want die zijn doorgaans niet openbaar, maar uit signalen van gemeenten.

2 Vergelijk artikel 7.1, vierde lid, onderdeel b, Besluit inburgering 2021

3 De gemeente beoordeelt de (mate van) verwijtbaarheid, zie artikel 23 Wet inburgering 2021 en artikel 7.1 lid 4 Besluit inburgering 2021. De taalschool verstrekt de gemeente gegevens over de voortgang van de leerroute en de aanwezigheid en geleverde inspanningen van de inburgeringsplichtige, zie artikel 34, derde lid, Wet inburgering 2021.

Naschrift

In deze opinie staat een ontkennend antwoord (nee) op de eerste vraag die rijst. Argumenten voor een bevestigend antwoord (ja) zijn er echter zeker wel. De gemeente doet de asielstatushouder namelijk een aanbod (artikel 16, eerste lid, Wi2021). Als de asielstatushouder dit aanbod aanvaardt, dan is er een overeenkomst. Die is meestal niet schriftelijk en bevat doorgaans een leemte m.b.t. ziekteverzuim. Verdedigbaar is dat de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid – ter invulling van de leemte van het contract – meebrengen dat de asielstatushouder bij ziekteverzuim jegens de gemeente aanspraak kan maken op extra taallessen.