Dualiteit, het combineren het leren van de taal en participeren, is een belangrijk subdoel van het nieuwe inburgeringsstelsel. Hoe kan de gemeente de participatiecomponent in elk van de 3 leerroutes invullen? En wat is de ruimte voor de participatiecomponent in de B1-route in het bijzonder?

Duale inburgeringstrajecten

In de Memorie van Toelichting (MvT) zijn twee paragrafen gewijd aan dualiteit. De eerste (paragraaf 1.3.5) heet ‘Dualiteit: combineren van taal leren en participeren’ en de tweede (paragraaf 9.4.4) heet ‘Dualiteit en (arbeids)participatie’. Duale trajecten waren ook een van de 6 thema’s van het pilotprogramma ter voorbereiding op de uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel.

In paragraaf 9.4.4 van de MvT lezen we dat beide componenten, het leren van de taal en participeren, onderdeel uitmaken van alle leerroutes. Daarbij wordt verwezen naar paragraaf 1.3.5 van de MvT, waarin per leerroute wordt beschreven hoe de participatie-component van elke leerroute kan worden ingevuld.

Hieronder wordt beschreven hoe de participatiecomponent in elk van de 3 leerroutes kan worden ingevuld. Daarna kijken we nader naar de participatiecomponent in de B1-route.

Invulling participatiecomponent per leerroute

Over het taalschakeltraject (de onderwijsroute) vermeldt paragraaf 1.3.5 van de MvT dat daarin aandacht is voor leervaardigheden en studieloopbaanbegeleiding. Dat klopt als een bus, want dat blijkt uit de eindtermen voor de taalschakeltrajecten. Voor de studieloopbaanbegeleiding blijkt dat in het bijzonder uit de eindtermen vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze. De eindtermen voor de taalschakeltrajecten zijn opgenomen in bijlage 9 bij de Regeling eindtermen educatie 2013.

Over de Z-route vermeldt paragraaf 1.3.5 van de MvT dat gemeenten binnen de Z-route kunnen inzetten op activiteiten in domeinen zoals financiën, gezondheid en het opbouwen van een sociaal netwerk waarmee participatie wordt gestimuleerd. Ook dat klopt als een zwerende vinger, maar dan alleen voor asielstatushouders. Voor hen maken 800 aan zelfredzaamheid, activering en participatie te besteden uren deel uit van de Z-route.

Over de participatiecomponent binnen de B1-route vermeldt paragraaf 1.3.5 van de MvT dat die op verschillende wijzen kan worden ingevuld (en dat die wordt vastgelegd in het PIP). Dat is een zeer terechte bewering.

Maar in de eerste alinea van paragraaf 1.3.5 van de MvT lijkt met de term “(vrijwilligers)werk” te worden gesuggereerd dat er ruimte is om (in het PIP) een participatiecomponent binnen de B1-route vast te stellen in de vorm van verplichte (betaalde) arbeid. Ook wordt in de tweede alinea van paragraaf 1.3.5 van de MvT opgemerkt dat de participatiecomponent binnen de B1-route onderdeel kan zijn van de taalcursus of apart door de gemeente georganiseerd kan worden (cursivering Schulinck). Op beide valt het nodige af te dingen.

Hoe groot is de ruimte voor een participatiecomponent in de B1-route?

Hoe groot is de ruimte die de tekst van de artikelen 15, 16, 1 en 7 van de Wet inburgering 2021 bieden om (in het PIP) een participatiecomponent in de B1-route vast te stellen? En hoe groot is de ruimte voor de gemeente om die participatiecomponent apart – dus buiten de door de cursusinstelling verzorgde taalcursus om – te organiseren?

Ruimte om (in het PIP) een participatiecomponent in de vorm van verplichte (betaalde) arbeid vast te stellen is er – anders dan de eerste alinea van paragraaf 1.3.5 van de MvT suggereert – in ieder geval niet! In ieder geval bieden noch de tekst van artikel 7 Wet inburgering 2021, noch de tekst van de andere genoemde wetsartikelen, hiervoor enige grondslag. Ruimte voor oefenen in de praktijk – in aanvulling op de lessen in de klas (formeel onderwijs) – is er wel. Dat oefenen in de praktijk kan via een stage, taalcoaching of vrijwilligerswerk.

Dat oefenen in  de praktijk zal dan wel moeten plaatsvinden binnen de door de cursusinstelling verzorgde taalcursus. Dit volgt uit artikel 16 lid 1 en lid 3 Wet inburgering 2021 en het gegeven dat er in de tekst van de Wet inburgering 2021 geen grondslag is om een dergelijke participatiecomponent apart – dus buiten de door de cursusinstelling verzorgde taalcursus om – te organiseren.

Er zijn grenzen aan dualiteit binnen de B1-route

Van dualiteit binnen de B1-route moet men zich dus niet te veel voorstellen! Er zijn grenzen aan dualiteit binnen de B1-route. Een waarschuwing is hier daarom op zijn plaats. Een inburgeringsplichtige aan wie de gemeente in het PIP de B1-route heeft toegekend met daarin ook een wettelijk ongeoorloofde participatiecomponent, kan zich er desgewenst terecht op beroepen dat de Wet inburgering 2021 voor dit laatste geen wettelijke grondslag biedt. Voor een eventuele boete voor het niet nakomen van verplichtingen die verband houden met de ongeoorloofde participatiecomponent is daarom evenmin een wettelijke grondslag.

Participatie in combinatie met de B1-route

Gelukkig verzacht de Wet inburgering 2021 op 2 manieren het gegeven dat de dualiteit binnen de B1-route eigenlijk maar zeer beperkt is.

Op de eerste plaats is de inburgeringsplicht breder dan het afleggen van de leerroute. Iemand die de B1-route volgt moet namelijk ook de MAP (en het PVT) afronden om aan zijn inburgeringsplicht te voldoen. Onderdeel van de MAP is in ieder geval een kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ten minste 40 uren van de MAP zijn gericht op de praktische inzet van de inburgeringsplichtige op de arbeidsmarkt.

Op de tweede plaats is er een gerede kans dat de inburgeringsplichtige, vooral als hij asielstatushouder is, recht heeft op een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Als inburgeringsplichtigen een bijstandsuitkering ontvangen, hebben zij op grond van de Participatiewet het recht om door de gemeente geholpen te worden bij de re-integratie. Bovendien geldt voor elke inburgeringsplichtige van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die algemene bijstand ontvangt in beginsel de verplichting om alles in het werk te stellen om zijn bijstandsafhankelijkheid op te heffen. Aldus kan participatie veelal worden vormgegeven via de Participatiewet.

Slotsom

Elk van de 3 leerroutes bevat een participatiecomponent. We hebben de participatie-component in de B1-route van nabij bekeken. Gebleken is dat de participatiecomponent in de B1-route niet bijzonder veel kan voorstellen. Hij kan vorm krijgen in een stage, taalcoaching of vrijwilligerswerk binnen de door de cursusinstelling verzorgde taalcursus. Gelukkig geven de MAP en eventuele hulp van de gemeente bij re-integratie op grond van de Participatiewet – in aanvulling op de taalcursus met de daarin toegestane praktijkcomponent – vorm aan participatie.

Wilt u meer weten over de verschillende leerroutes en de MAP? Dan is de kennisbank Schulinck inburgering iets voor u!