Het persoonsgebonden budget (pgb) binnen de Jeugdwet biedt ouders en jeugdigen de mogelijkheid om zelf jeugdhulp in te kopen in plaats van gebruik te maken van zorg in natura. Dit is mogelijk als aan alle drie wettelijke voorwaarden van artikel 8.1.1 lid 2 Jeugdwet (Jw) is voldaan:

  1. de jeugdige/ouders kunnen het pgb verantwoord beheren,
  2. zij gemotiveerd vinden dat zorg in natura niet passend is, en
  3. de ingekochte hulp aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoet.

Als aan deze drie voorwaarden is voldaan én de jeugdige/ouders een pgb wensen, moet het college het pgb verstrekken. Het college kan het pgb weigeren of beperken als de pgb kosten hoger zijn dan de passende voorziening in natura of als een eerder pgb is herzien/ingetrokken wegens onjuiste gegevens, het niet naleven van voorwaarden of onjuiste besteding (artikel 8.1.1 lid 4 Jw).

Er zijn veel aspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Er komen dan ook frequent vragen binnen in onze helpdesk over dit onderwerp. Hieronder licht ik er een aantal uit.

Moeten ouders bij een pgb-aanvraag bewijzen dat het natura-aanbod niet passend is?

Nee. De Jeugdwet stelt alleen als eis dat: “de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat het natura-aanbod niet passend is”. Dat staat in artikel 8.1.1 lid 2 onder b Jeugdwet.

Ze hoeven dus niet te bewijzen dat de gemeente geen passende hulp heeft gecontracteerd. De gemeente mag de stelling van de ouders hierover ook niet beoordelen. De kwaliteit van de motivering van de jeugdige of ouder(s) is dus niet van belang. Als maar duidelijk is dat ze zich voldoende hebben georiënteerd op het natura-aanbod.

Moet de professional die hulp verleent via een pgb een SKJ-registratie hebben?

Ja, professionals die hulp verlenen – ook op basis van een pgb – moeten geregistreerd zijn in het SKJ of BIG. Dat is een kwaliteitseis voor jeugdhulpverleners. Deze eis geldt niet voor informele hulp.

De gemeente geeft alleen een pgb als de professionele hulpverlening die ingekocht wordt van goede kwaliteit is. Hiervoor gelden de kwaliteitseisen uit de Jeugdwet. Één van deze eisen is de verplichte SKJ- of BIG-registratie. Dat staat in artikel 4.1.6 lid 5 Jeugdwet en paragraaf 5.1 Besluit Jeugdwet.

Alleen in uitzonderingssituaties mag een professional die niet geregistreerd is hulp bieden. Dan moet duidelijk zijn dat de kwaliteit van de hulp niet nadelig wordt beïnvloed. Dat staat in artikel 5.1.1 lid 2 Besluit Jeugdwet.

Mag de gemeente pgb voor hulp door het sociale netwerk weigeren?

Nee, dit mag niet. In de Jeugdwet staat dat je alle vormen van jeugdhulp via een pgb kan toekennen. Ook als de jeugdhulp wordt verleend door iemand uit het sociaal netwerk (artikel 8.1.1. lid 3 Jeugdwet). Ouders behoren tot het sociaal netwerk.

Gemeenten kunnen in de verordening wel bepalen in welke situaties je met een pgb hulp vanuit het sociale netwerk kan inschakelen. Ook kan de gemeenteraad in de verordening regelen welke voorwaarden dan gelden. Dat staat in artikel 8.1.1 lid 3 Jeugdwet. De gemeente heeft dus beleidsvrijheid op dit onderwerp. Maar je kunt in de verordening dus niet bepalen dat het sociale netwerk helemaal uitgesloten is van een pgb.

In onze modelverordening staat bijvoorbeeld opgenomen dat het sociale netwerk geen ggz-behandeling kan bieden. Deze behandeling kan namelijk alleen een professional bieden vanwege de benodigde professionele afstand tot de jeugdige.

Snelle passende hulp met Schulinck AI-Desk Jeugd

Schulinck AI-Desk Jeugd biedt ondersteuning wanneer je snel moet schakelen. Gebaseerd op de vertrouwde kennis van Schulinck. Benieuwd hoe het werkt in de praktijk? Maak gebruik van het proefabonnement.

Gelden de kwaliteitseisen Jeugdwet ook voor informele hulp?

Nee, de kwaliteitseisen uit de Jeugdwet gelden voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Een persoon uit het sociale netwerk valt daar niet onder.

De gemeente moet wel beoordelen of de kwaliteit van de hulp goed is. Dat staat in artikel 8.1.1 lid 2 sub c Jeugdwet. De gemeente beoordeelt dan of de hulp die de hulpverlener biedt er voor zorgt dat de jeugdige zijn ontwikkelingsdoelen haalt.

De gemeente kan in het beleid kwaliteitseisen opnemen die gelden voor informele hulp. Bijvoorbeeld de eis dat de persoon die de hulp biedt een VOG moet hebben.

Moet de gemeente een pgb geven waarmee een moeder haar kind zal behandelen?

Nee. Een moeder kan haar eigen kind niet op een goede manier behandelen. Zelfs niet als ze wel de nodige diploma’s heeft.

Behandeling (jeugd-ggz) is een vorm van jeugdhulp die alleen door professionals kunnen bieden. Dit betekent dat dat de professional objectief en onafhankelijk te werk gaat. Het objectief oordeelsvermogen van een ouder wordt altijd beïnvloed door de persoonlijke band met het kind.

De gemeente moet de aanvraag om een pgb waarmee een ouder wordt ingekocht dus afwijzen. De kwaliteit van de behandeling die de ouder zal bieden is dan namelijk niet goed genoeg. De afwijzing is dan gebaseerd op artikel 8.1.1 lid 2 sub c Jeudgwet.

Dit betekent trouwens niet dat de taak van de gemeente daarmee eindigt. Als de jeugdige wel een behandeling nodig heeft, moet de gemeente dit inzetten. De gemeente kan dan zorg in natura toekennen. Of een pgb geven waarmee een andere professional wordt ingekocht.

Mag het college een pgb verstrekken als ouders schulden hebben?

Ja, dat kan. Dat ouders schulden hebben betekent niet per definitie dat ze het pgb niet kunnen beheren.

Sinds 2015 wordt het pgb niet meer aan ouders overgemaakt. Het geld staat nu bij de SVB. Dit noemen we ’trekkingsrecht’. Het hebben van schulden is daardoor op zichzelf geen reden om een pgb te weigeren.

Het college moet beoordelen of de ouders het pgb kunnen beheren. Of – als ze dat zelf niet kan- er anderen zijn die dat voor haar kunnen doen. Als dat dat zo is, kan de gemeente een pgb toekennen.