De tweede uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de Jeugdwet is een feit. Deze keer oordeelt de CRvB over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht van gemeente bij dyslexie. De CRvB is duidelijk: alleen diagnose en behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) voor kinderen van 7 jaar en ouder die basisonderwijs volgen, valt onder de jeugdhulpplicht van het college. Voor gemeenten is het goed dat hier nu duidelijkheid over is. Maar past deze uitspraak ook in de maatwerkgedachte van de Jeugdwet?

Vóór de invoering van de Jeugdwet viel dyslexiezorg onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Alleen kinderen met EED tussen de 7 en 12 jaar die basisonderwijs volgden hadden aanspraak op dyslexiezorg. De CRvB oordeelt nu dat gemeenten bij de uitvoering van de Jeugdwet ook alleen verantwoordelijk zijn voor dyslexiezorg zoals dat voorheen in de Zvw was geregeld. Volgens de CRvB blijkt namelijk niet dat de wetgever bij de overheveling van dyslexiezorg vanuit de Zvw naar de Jeugdwet een ruimer of ander bereik van dyslexiezorg voor ogen had. De CRvB komt tot deze conclusie op basis van de memorie van toelichting bij de Jeugdwet. Als ik die toelichting lees, snap ik de redenatie van de CRvB. Ik vind het echter opmerkelijk dat de CRvB zijn oordeel alleen op de parlementaire geschiedenis van de Jeugdwet lijkt te baseren en weinig aandacht besteedt aan de tekst van de Jeugdwet zelf. Een toelichting op een wet kan toch niet los worden gezien van de wet zelf?

Wat staat is in de Jeugdwet?

In artikel 2.3 en 1.1 van de Jeugdwet staat dat gemeenten jeugdhulp moeten inzetten als een jeugdige ondersteuning nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Ook kinderen met dyslexieproblemen zonder de diagnose EED, kunnen naar mijn idee dergelijke problemen ervaren. In de wet zie ik geen aanknopingspunten om te oordelen dat de jeugdhulpplicht bij dyslexiezorg beperkter zou zijn. Voor het oordeel dat alleen kinderen van 7 jaar en ouder die basisonderwijs volgen vanuit de Jeugdwet dyslexiezorg kunnen ontvangen zie ik al helemaal geen grondslag. In de Jeugdwet wordt tenslotte voor geen enkele vorm van jeugdhulp een leeftijdsbegrenzing gehanteerd.  

De rechtbank Zeeland-West-Brabant (waar dit hoger beroep zich tegen richt) en de rechtbank Overijssel hebben eerder geoordeeld dat de jeugdhulpplicht zich juist niet beperkt tot problemen vanwege EED. Dat past naar mijn idee ook bij de maatwerkgedachte en uitgangspunten van de Jeugdwet. De bedoeling van de Jeugdwet was toch ook juist dat voorkomen wordt dat kinderen  tussen wal en schip vallen (zoals dat bij de afgebakende aanspraken in eerdere wetten nog al eens het geval was)? Maar, zoals hiervoor aangegeven oordeelt de CRvB hier anders over.

Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak?

Betekent deze uitspraak van de CRvB dat er nu veel jeugdigen geen hulp bij dyslexie kunnen krijgen? Nee, waarschijnlijk niet. De meeste jeugdigen met (lichte) dyslexieproblemen (niet zijnde EED) zijn tenslotte al geholpen door de ondersteuning die scholen bieden. Maar de uitspraak van de CRvB brengt naar verwachting wel met zich mee dat jeugdigen in uitzonderlijke situaties met lege handen staan. Denk bijvoorbeeld aan een jeugdige van 13 jaar op de havo bij wie na jaren ontdekt wordt dat sprake is van EED. Ondanks dat een dyslexiebehandeling er aan kan bijdragen dat deze jeugdige gezond en veilig kan opgroeien, zal deze hulp voor hem niet worden vergoed. Of dat echt de bedoeling is geweest van de wetgever vraag ik me af.

De meeste jeugdigen met dyslexieproblemen zijn al geholpen door de ondersteuning die scholen bieden

Een ander voorbeeld is de situatie dat een jeugdige niet alleen een ernstige vorm van dyslexie heeft, maar ook sprake is van andere ontwikkelingsproblemen zoals AD(H)D, ASS of angststoornissen. Omdat de jeugdige meervoudige problematiek heeft, zal de diagnose EED niet gesteld worden en komt deze jeugdige dus ook niet in aanmerking voor vergoeding van behandeling van zijn dyslexie. Als de andere stoornis dyslexiezorg niet belemmert, kan de dyslexie van deze kinderen echter wel effectief worden behandeld.

Hoewel de groep jeugdigen die nu met lege handen staat dus klein is, zijn de gevolgen voor hen wel groot. Onbehandelde dyslexie kan immers negatieve gevolgen hebben op de (emotionele) ontwikkeling van kinderen met alle verdere gevolgen van dien. Het is uiteindelijk aan de gemeente om in een individuele situatie te beslissen hoe ze er mee om willen gaan. Ik hoop dat gemeenten bij deze beoordeling altijd het belang van de jeugdige en de maatwerkgedachte voorop zullen stellen.

Samen met collega Nicole Tielen heb ik de uitspraak van de CRvB ook geannoteerd. Lees deze uitgebreide annotatie hier.