Onlangs verscheen de 1e op rechtspraak gepubliceerde uitspraak over het breed moratorium, dat sinds 1 april dit jaar door gemeenten kan worden verzocht bij hun rechtbank. We maakten een klein sprongetje hier bij het team schuldhulpverlening van Schulinck. Ja ik weet het, vakidioten… Onze conclusie: in casu had geen verzoekschrift breed moratorium ingediend moeten worden. De situatie kon niet gered worden met een breed moratorium, de schuldenaren zelf werkten onvoldoende mee, de schuldhulpverlener blonk niet uit in snelheid, en niet onbelangrijk: er ontbraken een aantal cruciale stukken – allen letterlijk genoemd in de ontvankelijkheidseisen van het Besluit breed moratorium (hierna: het Besluit). Een niet-ontvankelijkheidsverklaring kon dan ook niet uitblijven. Toch is deze uitspraak interessant, want hij gaat in op een aantal van de (vele) vragen die we nog hebben over het breed moratorium.

1. Welke schuldeisers worden opgeroepen

De rechtbank roept in ieder geval de verzoekende gemeente op. Daarnaast kan zij de schuldenaar, schuldeisers en het Openbaar Ministerie oproepen om gehoord te worden (artikel 7 lid 1 Besluit). Betekent dit nu dat de rechtbank alle schuldeisers kan oproepen? In theorie kan dit wel, maar in casu riep de rechtbank slechts 2 van 60 (!) schuldeisers op. Een schuldeiser had beslag op inkomen en uitkering gelegd, de ander had woningontruiming aangezegd. Een derde schuldeiser is, aldus de rechtbank, ten onrechte niet opgeroepen, maar wordt niet alsnog opgeroepen omdat het verzoek toch niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Kortom: alleen die schuldeisers die te maken hebben met de noodzaak dat er een moratorium wordt aangevraagd, omdat zij concreet de financiële situatie destabiliseren, worden uitgenodigd. Lijkt ons logisch.

2. Hoe verplicht/onmisbaar zijn een machtiging tot beheer, plan van aanpak en uittreksel van het beslagregister?

Het Besluit somt in artikel 2 lid 3 een zestal stukken op die de verzoeker in ieder geval dient te overleggen bij een verzoek moratorium. In casu verzuimde de schuldhulpverlener 3 van de 6 benodigde stukken in te dienen: een overzicht van in het beslagregister ingeschreven of anderszins bekende beslagen, een plan van aanpak en een machtiging tot beheer of, in voorkomend geval, nadere afspraken met de bewindvoerder. Zijn deze stukken allemaal verplicht? Altijd? Voor zover de toelichting bij het Besluit nog niet helemaal helder is, verwoordt de rechtbank het als volgt: “De rechtbank is van oordeel dat deze stukken onmisbaar zijn voor de goede behandeling van het verzoek en dat slechts onder zeer bijzondere omstandigheden afgezien kan worden van de wettelijke eis deze stukken bij het indienen van het verzoekschrift aan te leveren.”

3. Hoe wordt de noodzaak getoetst

Het verzoek voor een afkoelingsperiode wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat de afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening en in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers (artikel 5 Wgs). In het Besluit wordt dit verder uitgewerkt door het college (daarom) te verplichten bij het verzoek een met redenen omklede verklaring van het college te overleggen dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening (artikel 2 lid 3 onder c Besluit). Hoe maak je die noodzaak duidelijk? In de toelichting bij het Besluit wordt gesproken over een ‘ultimum remedium’. Oftewel een instrument dat slechts bedoeld is voor situaties waarin de andere beschikbare instrumenten geen of onvoldoende soelaas bieden en schuldeisers, ondanks dat zij bekend zijn met schuldhulpverlening van betrokkene, er voor kiezen om (verdere) incassomaatregelen te treffen. Wij vroegen ons af: toetst de rechter ook zo streng? Ja, is het antwoord.

Wij vroegen ons af: toetst de rechter ook zo streng? Ja, is het antwoord.

In casu werd de noodzaak van het breed moratorium onvoldoende aannemelijk gemaakt. “Het breed moratorium is een ultimum remedium. […] Voor zover wordt gesteld dat het enkele doel van het verzoek breed moratorium was om de ontruiming van de woning te voorkomen, kan dit niet tot toewijzing van het verzoek leiden.” Het breed moratorium is niet bedoeld om woningontruiming te voorkomen. Zie ook de opinie van collega Patricia Eickmans: Wijziging moratorium heeft grote gevolgen. “Voor zover wel bedoeld was om met het verzoek breed moratorium financiële stabiliteit te bereiken die door de opeenstapeling van gelegde beslagen nu niet mogelijk is, is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat door schuldenaren alles is ondernomen om met de schuldeisers tot een oplossing te komen voor de problemen.” Verder kan niet worden gezegd dat andere beschikbare instrumenten geen of onvoldoende soelaas bieden.

Dus ja, het vergt nogal een onderbouwing om die noodzaak aan te tonen. De verzoekende gemeente moet dus echt zijn best doen om te komen tot een toewijzing van het breed moratorium. Het dossier op orde hebben is in ieder geval stap 1.

 

Om gemeenten te ondersteunen bij het inzetten van het moratorium hebben de vakexperts van Grip op Schuldhulpverlening een handige ‘Wegwijzer breed moratorium‘ ontwikkeld. Met o.a. een handig stroomschema, voorbeeldbrief en model verzoekschrift en natuurlijk uitleg over het breed moratorium.