Belangrijke eisen voor naturalisatie
In Koninkrijk der Nederlanden geldt, als hoofdregel, de eis dat de aanvrager van naturalisatie onmiddellijk voorafgaand aan zijn naturalisatieverzoek minstens 5 jaar in Koninkrijk der Nederlanden heeft verbleven. Ook mogen er geen bedenkingen bestaan tegen het definitieve verblijf dat met naturalisatie mogelijk wordt in het Koninkrijk der Nederlanden. Zie artikel 8 van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De wettelijke eisen voor naturalisatie zijn door de invoering van het Europese Asiel- en Migratiepact niet veranderd. Maar qua asielvergunningen is er nu een mogelijkheid verdwenen om aan die wettelijke eisen voor naturalisatie te voldoen. Naturalisatie via de verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd is namelijk niet meer mogelijk.
Veranderingen in het stelsel van asielvergunningen
Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
Met de invoering van het Europees Asiel- en Migratiepact is de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgeschaft. Vanwege het afschaffen van de verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd is het voor statushouders niet langer mogelijk om deze aan te vragen en via die route te naturaliseren.
Uitzondering
Naturalisatie blijft wel mogelijk voor asielstatushouders die voor 12 juni 2026 al beschikten over een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, want zij behouden deze vergunning.1
Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vóór de invoering van het Europees Asiel- en Migratiepact werd de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend voor een geldigheidsduur van in beginsel 5 jaar. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heet nu een verblijfsvergunning asiel. Een houder van een verblijfsvergunning asiel heeft recht op een verblijfstitel (= een verblijfsdocument). De geldigheidsduur van deze verblijfstitel heeft een initiële geldigheidsduur van 3 jaar. Wanneer de geldigheidsduur verstrijkt, kan deze met 3 jaar worden verlengd. Het rechtmatig verblijf is niet afhankelijk van de verblijfstitel. Dus ook als iemand zijn verblijfsdocument niet verlengt, is sprake van rechtmatig verblijf. Het verblijfsrecht op basis van een verblijfsvergunning asiel kan alleen beëindigd worden door intrekking.2
Voor 12 juni 2026 was het in beginsel al niet mogelijk om via de route van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 5 jaar te naturaliseren. Bij een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 5 jaar bestonden namelijk in beginsel3 bedenkingen (in de zin van artikel 8 van de Rijkswet op het Nederlanderschap) tegen het definitieve verblijf dat met naturalisatie mogelijk wordt in het Koninkrijk der Nederlanden. Daarom geldt des te meer dat het in beginsel onmogelijk is om via de route van een verblijfstitel asiel voor 3 jaar te naturaliseren.
Uitzonderingen
Naturalisatie blijft wel mogelijk voor 3 groepen:
- minderjarige asielstatushouders voor wie medeverlening van het Nederlanderschap is verzocht;
- meerderjarige staatlozen die beschikken over een verblijfsvergunning asiel;
- asielstatushouders die verblijf hebben bij een persoon met een verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard of bij een Nederlander.
Tegen het definitieve verblijf dat met naturalisatie mogelijk wordt voor iemand uit deze groepen die een verblijfstitel asiel voor 3 jaar heeft, bestaan namelijk geen bedenkingen.4
EU-status langdurig ingezetene of verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
De invoering van het Europees Asiel- en Migratiepact heeft de EU-status langdurig ingezetene of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ongemoeid gelaten. Voor personen die beschikken over de EU-status langdurig ingezetene of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is naturalisatie mogelijk.
Op dit moment is het nog zo dat naturalisatie op basis van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in beginsel niet mogelijk is.
Coalitieakkoord van kabinet-Jetten I
Uit het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten I5 volgt dat het voor iemand die tweemaal een verblijfsvergunning asiel voor 3 jaar heeft gekregen mogelijk moet worden om te naturaliseren. Op pagina 41 van het coalitieakkoord wordt, onder verwijzing naar het Europese migratiepact, vermeld: “We maken naturalisatie […] mogelijk op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning, maar leggen de lat wel hoger dan voorheen. Wie tweemaal een tijdelijke verblijfsvergunning heeft gekregen én aan een taaleis op niveau B1 voldoet mag na 6 jaar naturaliseren.”
Op dit moment is het echter nog zo dat naturalisatie op basis van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in beginsel niet mogelijk is. Hier bestaan wel een aantal uitzonderingen op:
- minderjarige asielstatushouders voor wie medeverlening van het Nederlanderschap is verzocht;
- meerderjarige staatlozen die beschikken over een verblijfsvergunning asiel;
- asielstatushouders die verblijf hebben bij een persoon met een verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard of bij een Nederlander.
Tegen het definitieve verblijf dat met naturalisatie mogelijk wordt voor iemand uit deze groepen die een verblijfstitel asiel voor 3 jaar heeft, bestaan namelijk geen bedenkingen.6
Voetnoten
- Vergelijk het overgangsrecht in Stb. 2026, 127, artikel IX, tweede lid.
- Vergelijk artikel 8, aanhef en onder c, artikel 9, tweede lid, en artikel 32 van de Vreemdelingenwet 2000.
- Zie Paragraaf 4.5. bijlage 1 van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003.
- Zie Paragraaf 4.5. bijlage 1 van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003.
- Regeerakkoord ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’ | Rijksoverheid.nl
- Zie Paragraaf 4.5. bijlage 1 van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003.
Vragen die dit opiniestuk beantwoordt
Het coalitieakkoord voorziet in een toekomstige mogelijkheid om na twee tijdelijke asielvergunningen (totaal 6 jaar) en B1-taalniveau te naturaliseren. Dit is echter nu nog niet aan de orde, dus gemeenten moeten uitgaan van de huidige beperkte mogelijkheden.