Op 1 juli 2021 gaat naar verwachting de nieuwe Wet inburgering 2021 in. Op dit moment is de volgende stap in het wetgevingsproces dat het definitieve wetsvoorstel zal worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Een van de veranderingen die het nieuwe inburgeringsstelsel met zich meebrengt zijn de drie verschillende leerroutes: de B1-route, de onderwijsroute en de zelfredzaamheidsroute. Gemeenten krijgen de taak om te beoordelen welke van deze 3 leerroutes het best past bij de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige moet (onder andere) deze leerroute succesvol afronden om aan de inburgeringsplicht te voldoen. In deze opinie wil ik stilstaan bij één van de drie leerroutes: de onderwijsroute.

Doelgroep
De onderwijsroute is een leerroute die jonge inburgeringsplichtigen tot 28 jaar toeleidt naar het onderwijs: de onderwijsroute. De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject en is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal B1 niveau en de instroom in het reguliere Nederlands onderwijs. Het is een intensief traject dat naar verwachting gemiddeld anderhalf jaar zal duren. Gemeenten zullen dus goed moeten beoordelen of de inburgeringsplichtige voldoende leerpotentieel heeft, maar ook of de inburgeringsplichtige voldoende gemotiveerd is om de onderwijsroute succesvol af te kunnen ronden en daarna in te stromen in een vervolgopleiding die ook nog jaren gaat duren.

Hoe ziet het taalschakeltraject eruit?
Het taalschakeltraject is een voltijds traject, waarin de inburgeraar niet alleen de Nederlandse taal leert op minimaal B1 niveau, maar zich tegelijkertijd zo goed mogelijk voorbereidt op de instroom in het MBO, HBO of de universiteit. Het traject bestaat naar verwachting uit ongeveer 1000 uur taallessen Nederlands in combinatie met ongeveer 500 uur aan andere vakken en vaardigheden, zoals rekenen, Engels, computervaardigheden en competenties die relevant zijn voor instroom op de arbeidsmarkt (oriëntatie op beroepen, assertiviteit en initiatief nemen). Voor de toegang tot het taalschakeltraject is niet vereist dat de inburgeringsplichtige de Nederlandse taal al beheerst; men leert gedurende het traject de Nederlandse taal op minimaal B1-niveau. Het taalschakeltraject wordt afgesloten met een examen en diploma.

Startkwalificatie?
Een inburgeringsplichtige die succesvol de onderwijsroute doorloopt en het participatieverklaringstraject (PVT) afrondt, voldoet daarmee aan zijn inburgeringsplicht. Als de onderwijsroute succesvol wordt doorlopen dan is nog geen sprake van het behalen van een startkwalificatie. Alleen diploma’s op MBO niveau 2 of hoger, HBO, en WO gelden immers als startkwalificatie. Het verdient dan ook de voorkeur dat een inburgeringsplichtige na het behalen van het taalschakeltraject doorstroomt naar een opleiding op minimaal MBO niveau 2. De toelating tot het reguliere onderwijs na het succes afronden van de onderwijsroute is overigens geen voorwaarde voor het voldoen aan de inburgeringsplicht.

Inkoop taalschakeltrajecten
In het nieuwe inburgeringsstelsel zijn de inburgeringstrajecten en de kwaliteit ervan de verantwoordelijkheid van gemeenten. Gemeenten moeten taalschakeltrajecten inkopen bij onderwijsinstellingen en andere private aanbieders van taalschakeltrajecten, zoals bijvoorbeeld taalscholen. Bij het inkopen van het aanbod is het belangrijk dat gemeenten samenwerken met partijen die kwaliteit bieden en een eerlijke prijs hanteren. Aanbieders van taalschakeltrajecten moeten diploma-erkenning voor deze trajecten aanvragen en verkrijgen. Indien de opleiding wordt verzorgd door een instelling zonder diploma-erkenning, kan het afronden van de opleiding niet leiden tot het behalen van het taalschakeltraject in het kader van de inburgeringsplicht. De Inspectie van het Onderwijs voert het toezicht op de kwaliteit van de taalschakeltrajecten uit.

Switchen van leerroute?

In de praktijk kan het voorkomen dat gedurende het traject blijkt dat de onderwijsroute toch te moeilijk is voor de inburgeringsplichtige. In zo’n geval zal de gemeente in samenspraak met de inburgeringsplichtige moeten bekijken of switchen naar een andere leerroute beter is. Stemt de inburgeringsplichtige hiermee in dan zal hij via die andere leerroute aan de inburgeringsplicht moeten voldoen, waarbij rekening kan worden gehouden met hetgeen de inburgeringsplichtige tot dat moment aan lessen heeft gevolgd gedurende het taalschakeltraject. Switchen kan tot maximaal één jaar na het ingaan van de inburgeringstermijn (dag inschrijving BRP).

Echter, zou het niet voor alle inburgeringsplichtigen mogelijk gemaakt moeten worden om een diploma te halen?

Kanttekeningen

Op basis van leeftijd wordt aan een groep inburgeringsplichtigen de toegang tot het onderwijsroute ontzegd (de 28-plussers). De regering geeft hiervoor als reden dat zij het van belang acht dat met name de onderwijspotentie van jonge inburgeringsplichtigen zoveel mogelijk wordt benut, omdat zij nog een heel werkzaam leven voor zich hebben en een eventueel recht op studiefinanciering voor het volgen van een studie, aansluitend op het taalschakeltraject. Echter, zou het niet voor alle inburgeringsplichtigen mogelijk gemaakt moeten worden om een diploma te halen? Het is mijns inziens een gemiste kans om de potentie van inburgeringsplichtigen met ervaring in beroepen waarvoor in Nederland een tekort op de arbeidsmarkt bestaat (bijvoorbeeld techniek en zorg), niet te benutten en hen vanwege leeftijd uit te sluiten van de onderwijsroute. Verder is het taalniveau B1 voor de onderwijsroute sociaal wenselijk, maar de vraag is of het voor veel inburgeringsplichtigen wel haalbaar is en realistisch is om dit te eisen. Een aanzienlijk deel van de inburgeringsplichtigen is naar verwachting niet in staat om te voldoen aan het taalniveau B1 en daarmee dus niet in staat om de onderwijsroute te volgen. Ten slotte wordt voor het niet binnen de termijn behalen van het taalschakeltraject de hoogst mogelijke boete opgelegd van € 1.000. Nu zijn de boetes vanuit Europeesrechtelijk oogpunt sowieso al aan veel kritiek onderhevig. Bovendien spelen bij het succesvol afronden van het taalschakeltraject meerdere factoren een rol waarop de inburgeringsplichtige zelf geen invloed heeft, zoals goede voorlichting over het traject en goede begeleiding. Gelet hierop ben ik van mening dat een boete van € 1.000 voor het niet behalen van het taalschakeltraject erg fors is.

N.B. Bovenstaande tekst is gebaseerd op het concept-wetsvoorstel dat ter internetconsultatie heeft gelegen. Op 4 juni 2020 is het definitieve wetsvoorstel Wet inburgering 2021 aan de Tweede Kamer gezonden, vergezeld van een Memorie van Toelichting.