Waar de Jeugdwet in beginsel eindigt bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd, vormt het jeugdstrafrecht een belangrijke uitzondering. Bij strafrechtelijke beslissingen en jeugdreclassering blijft de Jeugdwet namelijk van toepassing, ook na het 18e jaar en ongeacht de aanwezigheid van andere zorgwetten. Dit afwijkende regime staat niet altijd bij iedereen scherp op het netvlies, wat in de praktijk leidt tot onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en financiering. In deze opinie ga ik daarom nader in op de afbakening 18-/18+ bij de inzet van jeugdhulp in het kader van het jeugdstrafrecht en de jeugdreclassering.

In het kort: de basis bij 18-/18+

Het uitgangspunt is dat jeugdhulp op grond van de Jeugdwet ingezet kan worden totdat een jeugdige 18 jaar is. Het betreft dan jeugdhulp aan de jeugdige zelf of aan zijn ouder(s). Vanaf het 18e jaar gaat de jeugdhulp in beginsel over naar een ander wettelijk kader. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan jeugdhulp ook na het 18e jaar doorlopen. Dat kan voor de in artikel 1.1 Jeugdwet geregelde situaties:

  1. als doorloop van jeugdhulp vanaf de 18e verjaardag noodzakelijk is en er geen andere wet is die deze hulp na het 18e jaar biedt;
  2. als de noodzaak voor de inzet van jeugdhulp is bepaald vóórdat de jeugdige 18 jaar is en de hulp niet door een andere wet wordt vergoed;
  3. als de eerder ingezette (en gestopte) jeugdhulp binnen 6 maanden na het 18e jaar moet worden hervat en de hulp niet door een andere wet wordt vergoed.

In al deze situaties kan de jeugdhulp doorlopen tot 23 jaar.

Uitzonderingen: pleegzorg, gezinshuizen én jeugdstrafrecht en jeugdreclassering

Op de inzet van verlengde jeugdhulp bestaan drie uitzonderingen. Voor pleegzorg en verblijf in gezinshuizen zijn deze uitzonderingen meestal wel bekend.

De derde uitzondering betreft jeugdhulp die nodig is in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering. Dit valt altijd onder de Jeugdwet. Dit geldt voor alle vormen van jeugdhulp en is wettelijk bepaald in artikel 1.1 Jeugdwet en artikel 1.2 lid 3 Jeugdwet in samenhang met artikel 2.4 lid 2 onderdeel b Jeugdwet. Het laatste artikel bepaalt dat de rechter, het OM en de justitiële jeugdinrichting (JJI) in het kader van het jeugdstrafrecht toegang kunnen geven tot de hulpverlening op grond van de Jeugdwet. In artikel 3.5 Jeugdwet staat dat een gecertificeerde instelling bij de uitvoering van een jeugdreclasseringsmaatregel ook een bepaling jeugdhulp kan afgeven.

Daarbij maakt het niet uit hoe oud de jeugdige is. Hoe werkt dit dan precies? De strafrechter kan een jeugdige tot zijn 23ste jaar veroordelen op grond van het jeugdstrafrecht. Daardoor kunnen de straf en de jeugdreclassering doorlopen tot na de 23e verjaardag. Het is in deze situatie dus mogelijk dat een jeugdige zelfs na zijn 23e verjaardag nog jeugdhulp krijgt.

18 is geen grens in het jeugdstrafrecht

Een praktijkvoorbeeld: inzet jeugdreclassering

Maikel is 17 jaar en heeft al vaak gespijbeld op school. Door deze overtredingen van de Leerplichtwet wordt Maikel uiteindelijk veroordeeld op grond van het jeugdstrafrecht. De rechter legt in dit kader een jeugdreclasseringsmaatregel op voor de duur van 4 jaar. De gecertificeerde instelling die de jeugdreclasseringsmaatregel uitvoert vindt het belangrijk dat Maikel behandeling en begeleiding krijgt. Dan wordt Maikel 18 jaar. De vraag is of de begeleiding wel kan doorlopen, net nu hij zo goed bezig is. Of moet de begeleiding worden stopgezet  en moet Maikel bij de Wmo aankloppen, met als gevolg dat Maikel een heel nieuw traject krijgt met nieuwe behandelaars en begeleiders? Gelukkig niet. Uit artikel 1.1 Jeugdwet (onder jeugdige) en artikel 1.2 lid 3 in samenhang met artikel 2.4 lid 2 onderdeel b Jeugdwet, volgt dat als sprake is van een jeugdreclasseringsmaatregel, de Jeugdwet aan zet blijft, ook na het 18e jaar. Voor Maikel verandert er in deze casus dus niets.

 

Let op: tekst loopt door onder afbeelding.

Schulinck Jeugd

Voer eenvoudig en snel de Jeugdwet uit. Schulinck Jeugd biedt essentiële praktijkinformatie die u eenvoudig combineert met het beleid van uw gemeente.

Een ander praktijkvoorbeeld: Wet langdurige zorg (Wlz)

En hoe zit het met Liam? Liam heeft op zijn 15e een Wlz-indicatie gekregen vanwege zijn beperkingen. Liam begaat een misstap (vernieling) en wordt op zijn 20e veroordeeld onder het jeugdstrafrecht. Naast een straf (een boete) komt Liam onder begeleiding van een jeugdreclasseringswerker. Deze vindt het nodig dat Liam intensieve begeleiding (forensisch) krijgt om recidive te voorkomen. Onder welk wettelijk kader valt deze begeleiding: onder de Wmo 2015, de Wlz of de Jeugdwet?

In beginsel geldt: heeft een jeugdige of cliënt recht op Wlz-zorg, dan hoeft de gemeente voor diezelfde problematiek geen jeugdhulp of hulp op grond van de Wmo 2015 te bieden. Dit volgt uit artikel 1.2 lid 1 onder a Jeugdwet en artikel 2.3.5 lid 6 Wmo 2015.

Zorg die integraal onder de Wlz valt (verblijf, begeleiding, persoonlijke verzorging, verpleging etc.), blijft dan in principe via de Wlz lopen. Maar als er sprake is van jeugdreclassering geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp die de GI nodig vindt bij de uitvoering van jeugdreclassering (artikel 2.4 lid 2 onder b Jeugdwet).

In afwijking van de voorrang van de Wlz bepaalt artikel 1.2 lid 3 Jeugdwet dat de gemeente tóch een voorziening op grond van de Jeugdwet moet treffen als het gaat om jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 onder b Jeugdwet.

De begeleiding om recidive te voorkomen, valt in dit geval onder de Jeugdwet. Valt alle ingezette hulp dan onder de Jeugdwet? Nee, want een jeugdige kan tegelijkertijd Wlz-zorg én jeugdhulp ontvangen. Praktisch gezien geldt het volgende:

  • Wlz: basispakket (verblijf, begeleiding, persoonlijke verzorging etc.);
  • Jeugdwet: alle jeugdhulp die nodig is voor de uitvoering van jeugdreclassering of die niet onder de Wlz valt (bijv. jeugd-ggz, pleegzorg, specifieke forensische jeugdhulp zoals deze begeleiding).

De GI bepaalt welke jeugdhulp in het kader van jeugdreclassering nodig is, de gemeente heeft daarbij een leveringsplicht.

Conclusie: geen 18-jaarsgrens voor het jeugdstrafrecht

De Jeugdwet kent bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd duidelijke grenzen, maar maakt daarop een belangrijke uitzondering bij het jeugdstrafrecht en jeugdreclassering. In deze situaties blijft de Jeugdwet van toepassing, ongeacht de leeftijd van de jeugdige, ook wanneer andere wettelijke kaders, zoals de Wlz, aan de orde zijn. Dit betekent dat gemeenten verantwoordelijk blijven voor het bieden en financieren van de noodzakelijke jeugdhulp. De strafrechtelijke titel is doorslaggevend en waarborgt de continuïteit van de hulp.