Met de nieuwe Wet inburgering 2021* krijgt de gemeente weer taken terug. Een gemeentejurist verbonden aan een afdeling ‘werk en inkomen’ vroeg mij om eens duidelijk te maken welke taken op de medewerkers ‘werk’ afkomen en welke op de medewerkers ‘inkomen’. Dat doe ik graag in deze opinie.

Wie de Wet inburgering uitvoeren is niet in elke gemeente op dezelfde manier georganiseerd. Er zijn gemeenten met een speciale afdeling inburgering. Bij veel andere gemeenten, zo is mijn indruk, worden de inburgeringstaken echter uitgevoerd door de afdeling die ook de Participatiewet uitvoert. Vaak wordt deze afdeling de ‘afdeling werk en inkomen’ genoemd en zijn daarin mensen werkzaam die zich (uitsluitend) bezighouden met ‘werk’ en mensen die zich (uitsluitend) bezighouden met ‘inkomen’. ‘Werk’ betekent dan met name de zorg voor arbeids(re-)integratie en ‘inkomen’ betekent dan met name de zorg voor een rechtmatige bijstandsuitkering.

‘Werk’ betekent met name de zorg voor arbeids(re-)integratie en ‘inkomen’ betekent met name de zorg voor een rechtmatige bijstandsuitkering.

In deze bijdrage ga ik uit van de situatie dat de inburgeringstaken worden uitgevoerd door de afdeling die ook de Participatiewet uitvoert: de afdeling werk en inkomen. Ik schets welke nieuwe taken op de medewerkers ‘werk’ afkomen en welke op de medewerkers ‘inkomen’. Als er in uw gemeente een speciale afdeling inburgering bestaat, dan mag u voor ‘de afdeling werk’ lezen: de afdeling inburgering.

Voor de goede orde: Inburgeringsplichtigen zijn onder te verdelen in asielstatushouders en gezinsmigranten; dat wordt hieronder ook gedaan.

Welke taken komen af op de medewerkers/afdeling werk?

De gemeente koopt inburgeringscursussen in voor asielstatushouders en de afdeling werk biedt hen die aan. (Gezinsmigranten krijgen geen cursusaanbod en moeten inburgering zelf betalen, eventueel met een lening.)

De afdeling werk stelt voor alle inburgeringsplichtigen een van drie wettelijke leerroutes vast. Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) als zodanig is een onderdeel van zo’n leerroute, behalve bij de onderwijsroute en de Z-route. Ook biedt de afdeling werk alle inburgeringsplichtigen de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT) aan. Verder voorziet de afdeling werk voor asielstatushouders in Maatschappelijke begeleiding (MB). De afdeling werk organiseert ook de Participatieverklaringsceremonie.

De afdeling werk verzorgt de brede intake voor alle inburgeringsplichtigen. (Voor asielstatushouders is de brede intake al in het AZC.) Ook stelt ze voor alle inburgeringsplichtigen het Plan Inburgering en Participatie (PIP) vast. Het PIP bevat (1) de te volgen leerroute, (2) de daarvoor nodige ondersteuning en begeleiding, en (3), alleen voor asielstatushouders, de intensiteit van de leerroute. [Opmerking: Het definitieve wetsvoorstel voegt daar, voor alle inburgeringsplichtigen, aan toe: (4) de intensiteit van het PVT en de MAP.] Het PIP is een beschikking. De afdeling werk voegt bij deze PIP-beschikking de re-integratiebeschikking op grond van de Participatiewet en, alleen voor asielstatushouders, de budgetteringsbeschikking op grond van de Participatiewet (zie over de budgetteringsbeschikking hieronder). Al die beschikkingen tezamen vormen het persoonlijk plan inburgering en participatie. Natuurlijk moet de afdeling werk de inhoud van de re-integratiebeschikking en de inhoud van de PIP-beschikking op elkaar afstemmen.

Inburgeringsplichtigen kunnen beboetbare gedragingen vertonen. Beboetbare gedragingen zijn (1) het niet verschijnen op brede intake en het niet meewerken aan brede intake, (2) het niet verschijnen bij de voortgangsgesprekken, en (3), alleen voor asielstatushouders, het niet verschijnen bij de inburgeringscursus of het taalschakeltraject. [Opmerking: Het definitieve wetsvoorstel voegt daar, voor alle inburgeringsplichtigen, aan toe: (4) het niet voldoen aan de intensiteit van het PVT en de MAP.] Ingeval een inburgeringsplichtige met een bijstandsuitkering een (in beginsel) beboetbare gedraging laat zien die ook kan leiden tot een verlaging van de bijstandsuitkering op grond van artikel 18 of 18b van de Participatiewet, dan zal de afdeling werk, wanneer zij een boete oplegt, dit aan de afdeling inkomen moeten laten weten (zie voor de reden hieronder).
Omgekeerd: Wanneer de afdeling inkomen aan de afdeling werk heeft laten weten dat zij de bijstandsuitkering van betrokkene heeft verlaagd, dan mag de afdeling werk geen boete meer opleggen op grond van de Wet inburgering. Deze complicaties spelen vooral bij asielstatushouders, omdat zij vaak een bijstandsuitkering hebben.

Welke taken komen af op de medewerkers/afdeling inkomen?

De afdeling inkomen ontzorgt asielstatushouders, dat wil zeggen: verricht betalingen uit de bijstandsuitkering. In dit verband wordt ook wel van de budgetteringsbeschikking gesproken. De huur, de premie voor de verplichte zorgverzekering en de voorschotten voor de rekeningen van gas, water en licht worden betaald vanuit de bijstandsuitkering. (Gezinsmigranten worden niet ontzorgd.)

Ingeval een inburgeringsplichtige met een bijstandsuitkering een (in beginsel) beboetbare gedraging laat zien (zie hierboven voor de beboetbare gedragingen) die ook kan leiden tot een verlaging van de bijstandsuitkering op grond van artikel 18 of 18b van de Participatiewet, dan zal de afdeling inkomen, wanneer zij de bijstandsuitkering verlaagt, dit aan de afdeling werk moeten laten weten (zie voor de reden hierboven).
Omgekeerd: Wanneer de afdeling werk aan de afdeling inkomen heeft laten weten dat zij een boete heeft opgelegd, dan moet de afdeling inkomen daar vervolgens rekening mee houden bij het eventueel verlagen van de uitkering. Een boete en een verlaging gaan in veel gevallen niet samen. Er zijn diverse wettelijke bepalingen die in de weg staan aan een ‘volle dubbele sanctionering’. Deze complicaties spelen vooral bij asielstatushouders, omdat zij vaak een bijstandsuitkering hebben.

*Officieel is er nog geen jaartal van invoering bekend. Het conceptwetsvoorstel bevindt zich nog in de fase van internetconsultatie. [Opmerking: Bij het aanbieden van het definitieve wetsvoorstel aan de Tweede Kamer heeft het kabinet laten weten te streven naar invoering per 1 juli 2021.]