De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in de afgelopen jaren meerdere uitspraken gedaan over het wel of niet inzetten van een hulphond vanuit de Wmo 2015. Afgelopen week (20 mei 2026) heeft de CRvB drie nieuwe uitspraken gedaan. Vraag is: lusten de honden wel brood van deze nieuwe uitspraak?

Wat is een hulphond?

Een hulphond is een hond die is opgeleid om mensen met een beperking te helpen. De meest bekende hulphond is de blindengeleidehond. Maar er zijn ook andere honden die kunnen ondersteunen bij lichamelijke beperkingen: de signaalhond ondersteunt mensen met een beperkte hoorfunctie, de ADL-hulphond helpt bij praktische zaken, zoals het openen van deuren of het in- en uitladen van de wasmachine.

Deze honden worden doorgaans niet in de Wmo 2015 aangevraagd. De gemeente heeft meestal van doen met aanvragen voor ‘psychiatrische hulphonden’.

Denk hierbij aan de PTSS-hulphond of de ASS-assistentiehond. Deze honden kunnen helpen bij het signaleren van paniekaanvallen of dissociatie of bij het doorbreken van angst. Dit zijn dus honden die feitelijk ondersteuning bieden bij de zelfredzaamheid en de participatie van het baasje.

De lijn tot mei 2026

De CRvB heeft in de loop van 2024 een aantal uitspraken gedaan over hulphonden en de opleiding van hulphonden die zijn aangevraagd vanuit de Wmo 2015.[1] De conclusie van deze rechtspraak is dat alle hulphonden onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) vallen.

Dit betekent dat de gemeente de aanvragen voor een hulphond vanuit de Wmo 2015 mag afwijzen omdat dit valt onder de ‘eigen kracht’ (artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015). De Zvw is een voorliggende voorziening waar de aanvrager zelf een beroep op kan doen. De CRvB zegt dus dat de gemeente ook een aanvraag voor deze hond mag afwijzen met verwijzing naar de Zvw.

De woorden ‘mag afwijzen’ zijn belangrijk. De gemeente heeft altijd de beleidsvrijheid om alsnog een hulphond in te zetten.

Zvw vergoedt de psychiatrische hulphond niet

De hierboven genoemde hulphonden die ondersteunen bij lichamelijke beperkingen vallen onder het basispakket en worden vergoed door de Zvw.[2] Psychiatrische hulphonden staan niet in het basispakket en worden nooit vergoed.

Dus als de gemeente verwijst naar de Zvw voor de inzet van een psychiatrische hulphond, dan staat al vast dat de cliënt de hulphond niet gaat krijgen. De gemeente zal dus alsnog een passende Wmo-voorziening moeten inzetten zoals bijvoorbeeld begeleiding.

Waarom mag de gemeente volgens de CRvB dan verwijzen naar de Zvw, als al duidelijk is dat de Zvw de psychiatrische hulphond niet gaat vergoeden? In 2024 stelde de CRvB vast dat de Zvw de hulphond niet vergoedt omdat er nog niet voldoende wetenschappelijk bewijs bestaat dat deze hulphonden daadwerkelijk effectief zijn. Als dat bewijs er wel zou zijn zou de psychiatrische hulphond dus wel door de Zvw vergoed worden.

Critici van deze uitspraken[3] stellen dat de psychiatrische hulphond niet thuishoort in de Zvw, ook als onomstotelijk vast zou staan dat de hulphond effectief is. De functie van de psychiatrische hulphond is te vergelijken met Wmo-begeleiding en valt dus niet onder de doelstelling van de Zvw.

Daar is wel wat voor te zeggen. Maar daartegenover staat dat een ADL-hulphond ook taken in en om het huis overneemt waarvoor de gemeente anders een Wmo-voorziening kan inzetten. Ook een blindengeleidehond of een signaalhond zorgen ervoor dat het baasje weer kan deelnemen aan de maatschappij en kan participeren.

Het onderscheid tussen medische hulpmiddelen uit de Zvw en Wmo-hulpmiddelen is dus niet zo eenduidig. De afbakening kan soms behoorlijk kunstmatig zijn.

De gemeente heeft altijd de beleidsvrijheid om alsnog een hulphond in te zetten.

CRvB zet deur nu op een kier

In de uitspraken van 20 mei 2026[4] blijft de lijn grotendeels in stand. Wel ziet de CRvB aanleiding om ruimte te maken voor uitzonderingsgevallen. De CRvB oordeelt dat de gemeente een hulphond moet inzetten:

  • in zeer uitzonderlijke omstandigheden, waarin sprake is van zeer ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie, en
  • waarin vaststaat dat de hulphond hiervoor de enige passende oplossing

In geen van de drie uitspraken van vorige week is vastgesteld dat specifiek van deze situatie sprake was.

Bied snelle passende hulp met Schulinck AI-Desk Wmo

Een hulphond binnen de Wmo kan enkel toegewezen worden in zeer uitzonderlijke situaties. Zoekt u een sparringpartner die u helpt beoordelen of hieraan voldaan wordt? Met Schulinck AI-Desk Wmo heeft u 24/7 een juridische rechterhand paraat waarmee u vaart kunt maken in uw casus. Probeer het zelf 1 maand gratis!

Hinken op twee gedachten

De kunstmatigheid van het onderscheid tussen een medisch hulpmiddel en een Wmo-hulpmiddel komt ook terug in de nieuwe uitspraken. Hierdoor hinkt de nieuwe lijn van de CRvB op twee gedachten.

Want enerzijds wordt er vastgehouden aan de oude lijn. De door de wetgever beoogde afbakening tussen de Wmo 2015 en de Zvw zou worden doorkruist als het college via de Wmo 2015 hulphonden structureel gaat vergoeden, terwijl deze bewust buiten de Zvw zijn gelaten. De CRvB blijft er dus bij: de hulphond is een medisch hulpmiddel.

Maar, anderzijds verplicht de CRvB de gemeenten om in bepaalde gevallen toch een hulphond vanuit de Wmo 2015 in te zetten. De hulphond moet soms toch als hulpmiddel voor zelfredzaamheids- en participatiedoeleinden worden gezien.

Onduidelijke uitzondering

De CRvB bouwt dus een ventiel in om in bepaalde situaties toch een uitzondering te maken. Maar de CRvB doet haar uiterste best om de groep zo klein mogelijk te houden. Niet alleen moet de hulphond de enige passende oplossing zijn, er moet zowel sprake zijn van een zeer uitzonderlijke omstandigheid en zeer ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie.

Wat de CRvB schaart onder zeer uitzonderlijke omstandigheden, en wat zeer ernstige beperkingen zijn legt de CRvB niet uit. Het wordt ook niet duidelijk in de toepassing in de onderhavige uitspraken.

Wmo-hulphonden in de praktijk

Wat moet de gemeente dan doen met deze nieuwe rechtspraak? Los van de vraag of de rechtspraak bepaalt dat de gemeente een hulphond móet inzetten, raad ik gemeenteprofessionals vooral aan om na te denken over de vraag of de inzet van een hulphond zinvol is in het individuele geval, en hier zorgvuldig onderzoek naar te doen.

De hulphond kan een passende oplossing zijn in bepaalde specifieke situaties. Denk aan mensen die onverwachts plotselinge aanvallen kunnen krijgen. Voor deze groep kan de hulphond een passende en (op termijn) goedkopere oplossing zijn.

De beleidsvrijheid van de gemeente staat toe om een hulphond in te zetten. Maak hier dus verstandig gebruik van.

[1] CRvB 22-2-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:376CRvB 19-7-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1467CRvB 19-7-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1465

[2] Artikel 2.10 lid 4 Regeling zorgverzekering, artikel 2.12 lid 4 Regeling zorgverzekering en artikel 2.13 lid 5 Regeling zorgverzekering

[3] Bijvoorbeeld: annotatie van I.M. Lunenburg bij uitspraak ECLI:NL:CRVB:2024:1467, verschenen in USZ 2024/162 en annotatie van C. Califano en K. Smits bij de uitspraak ECLI:NL:CRVB:2024:1467, verschenen op wmo.schulinck.nl

[4] CRvB 20-5-2026, ECLI:NL:CRVB:2026:618, CRvB 20-5-2026, ECLI:NL:CRVB:2026:620, CRvB 20-5-2026, ECLI:NL:CRVB:2026:621