‘Het is een compact en snel traject’, aldus Erik Dannenberg, voormalig wethouder en voormalig voorzitter van de VNG-commissie gezondheid en welzijn. ‘In oktober moeten we het advies opleveren.’ De technische vertaling van de – inhoudelijke – grondslag naar een verdeelmodel is de verantwoordelijkheid van het rijk.

Late overheveling

Aanleiding voor de opdracht van de Vereniging van Nederlands Gemeenten (VNG) aan de commissie toekomst Beschermd Wonen is de tijdelijke verdeling van het budget over de 43 centrumgemeenten. Daartoe was besloten omdat het besluit over de overheveling van beschermd wonen naar de Wmo 2015 laat in het wetgevingstraject is genomen. Lange tijd werd gedubd of het meer in de Wmo, de Zorgverzekeringswet (Zvw) of in de Wet langdurige zorg (Wlz) thuishoorde. Hoewel het rijk – gelijktijdig met het nieuwe verdeelmodel voor de Wmo 2015 –, ook voor beschermd wonen een objectief verdeelmodel wilde gaan hanteren, is dit uitgesteld. Dat is mede na advies van de Raad voor de financiële verhoudingen gedaan (Rfv).

Nadelen objectief verdeelmodel

‘Uiteindelijk is besloten voorlopig de reeds bestaande, historische verdeling aan te houden, maar er moet een nieuw model komen’, licht Dannenberg toe. Aan zowel de historische verdeling als het terzijde geschoven objectieve verdeelmodel kleven nadelen. ‘De historische verdeling gaat deels nog uit van Beschermde Woonvormen in de nabijheid van grote GGZ-complexen in bosrijke omgevingen. De zorg is echter zodanig veranderd, dat een dergelijke grondslag niet meer helemaal passend is.’ De commissie gaat niet alles overhoop gooien want ‘met het oog voor de historie willen we principes vaststellen voor een verdeelmodel wat recht zal doen aan de kwetsbare inwoners van alle gemeenten’, benadrukt Dannenberg. In Nederland maken ruim 30.000 mensen gebruik van beschermd wonen. Het gaat om mensen die vanwege psychiatrische problematiek niet zelfstandig kunnen wonen en dus toezicht en begeleiding nodig hebben.

Innovatie

Het tweede onderdeel van de taakopdracht is te bekijken of de zorg vanuit het Wmo-basisprincipe kan worden geïnnoveerd. ‘Beschermd wonen is uit de verzekerde zorg gehaald. Daar lag de focus op wat iemand níet kon. Binnen de Wmo wordt gekeken naar wat iemand wél kan, waar zijn of haar mogelijkheden liggen en kracht zit. Daarbij gaan we niet lichtvaardig om met kwetsbare patiënten, maar we gaan wel kijken of er mogelijkheden zijn om de zorg en ondersteuning vanuit mogelijkheden in plaats van beperkingen in te richten.’ Daarbij wordt zowel gekeken naar de raakvlakken met maatschappelijke opvang als met ambulante begeleidingsvormen en begeleid wonen. ‘Als commissie gaan we hiervoor in gesprek met zorginstellingen, cliënten en cliëntondersteuners.’

Afschalen zorg

Het grensvlak met andere wetten zal daarbij worden aangetikt. ‘Cliënten die gebruik maken van beschermd wonen kunnen sterk wisselen in ziektebeeld. Er zijn periodes waar ze intensieve zorg nodig hebben, maar ook tijden waarin ze zich kunnen redden met minder zware ondersteuning.’ In het eerste geval zou je buiten de Wmo terecht komen en in het tweede geval wel via de Wmo hulp krijgen. ‘We willen kijken naar de mogelijkheden van op- en afschaling van de zorg.’ Dat zal een lastige zijn, weet Dannenberg. ‘Mensen worden geïndiceerd op hun ziekste moment. Ze zullen de geïndiceerde zorg en zorgverlener niet zo snel willen loslaten.’ Daarom moet ook hier worden ontschot, vindt hij. ‘Als commissie willen we af van de stelselbenadering, maar kijken wat voor de cliënten het beste is.’

Samenwerkingsverbanden

De commissie moet ook met een voorstel komen over de gewenste samenwerking tussen gemeenten. ‘Nu zijn de 43 centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang nog verantwoordelijk voor de organisatie van beschermd wonen. Gemeenten hebben rondom de inkoop van jeugdzorg hun kennis en krachten gebundeld in diverse vormen van samenwerkingsverbanden. Daar willen we nadrukkelijk naar kijken. Als gemeenten vanaf onderaf goedwerkende samenwerkingsverbanden hebben ingericht, biedt dat wellicht ook voor beschermd wonen mogelijkheden.’

Gemêleerd gezelschap

De commissie bestaat – naast Dannenberg – met Judith Wolf, Maarten Allers, Gert de Haan en Hugo Doornhof uit een gemêleerd gezelschap. Wolf is hoogleraar maatschappelijke zorg Impuls (Radboudumc Nijmegen) en De Haan is programmaleider van kennisnetwerken in de zorg. Allers is hoogleraar economie van decentrale overheden (Rijksuniversiteit Groningen) en Doornhof is bestuursrechtadvocaat en partner bij AKD. De leden nemen op persoonlijke titel zitting in de commissie. Zij brengt in oktober haar advies uit aan het bestuur van de VNG. De gemeentekoepel kan hiermee een koers en voorstellen voor Beschermd Wonen bepalen en deze neerleggen bij het rijk. Dat kan het rijk meenemen bij de ontwikkeling van een nieuw verdeelmodel.