In 2025 maakten bijna 1,3 miljoen mensen gebruik van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dit is 23 procent meer dan in 2017. Met deze wet helpen gemeenten inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Het aantal cliënten is het meest toegenomen onder de 75- tot 85 jarigen. Dit blijkt uit de Landelijke Monitor Wmo van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De toename van het aantal mensen dat gebruikmaakt van Wmo-maatwerkvoorzieningen hangt samen met het verschijnsel ‘dubbele vergrijzing’: niet alleen neemt het aandeel ouderen in de bevolking toe, ook binnen de groep ouderen groeit het aantal 80-plussers.

Tegelijkertijd blijven ouderen steeds langer zelfstandig thuis wonen, waardoor de behoefte aan ondersteuning op hogere leeftijd toeneemt. Dat is ook zichtbaar in de stijging van het aantal mensen dat hulp bij het huishouden ontvangt of gebruik maakt van hulpmiddelen en diensten.

Gemeenten geven steeds meer uit aan Wmo-maatwerkvoorzieningen. In 2025 bereikten de uitgaven een nieuwe piek van ruim 6,3 miljard euro, 38 procent meer dan in 2017. De stijging komt niet alleen door meer cliënten, maar ook door hogere gemiddelde kosten per cliënt (gemiddeld 12 procent), onder andere door een zwaardere zorgvraag en hogere tarieven.

Vooral de uitgaven aan hulp bij het huishouden zijn toegenomen; deze zijn verdubbeld. De invoering van het zogenoemde abonnementstarief in 2019 speelde hierbij een rol: de lagere en vaste eigen bijdrage verlaagde de drempel voor Wmo-ondersteuning, waardoor het gebruik toenam en daarmee ook de gemeentelijke uitgaven.