Hoe hebben gemeenten hun minimabeleid vormgegeven en wat voor effect heeft dat op de financiële situatie van huishoudens? Dat heeft het Nibud in kaart gebracht voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
Uit het onderzoek blijkt onder andere dat de financiële situatie van mensen met een minimuminkomen op papier is verbeterd, maar ook dat er nog steeds veel mensen geen gebruik maken van gemeentelijke regelingen waar ze wel recht op hebben.
Belangrijkste inzichten
- Uit de analyse van de beleidsplannen van 62 gemeenten, blijkt dat gemeenten meestal dezelfde doelen nastreven, ze zijn vooral gericht op participatie, kansengelijkheid en het versterken van bestaanszekerheid. De uitwerking van die doelen is vaak verschillend. Onder andere de grootte van gemeenten lijkt invloed te hebben op de aanpak van het minimabeleid.
- Het is in alle gemeenten op papier makkelijker geworden om de noodzakelijke uitgaven te kunnen doen, blijkt uit de minima-effectrapportages. Huishoudens met een laag inkomen kunnen theoretisch rondkomen als ze aan drie voorwaarden voldoen: alle landelijke en gemeentelijke regelingen benutten, zeer goed met geld kunnen omgaan en geen extra onvermijdbare kosten hebben.
- Soms ontstaat een zogenaamde armoedeval: de combinatie van landelijke en gemeentelijke regelingen zorgt ervoor dat een huishouden bij een hoger inkomen niet altijd ook echt meer te besteden heeft.
- Het niet-gebruik van regelingen heeft de aandacht van gemeenten, maar is nog altijd hoog. Het gebruik van gemeentelijke regelingen ligt gemiddeld tussen de 30 en 50 procent. Dat betekent dat zeker de helft van de mensen die recht hebben op een gemeentelijke regeling, die ondersteuning niet krijgt. Inwoners weten vaak niet waar ze recht op hebben, vinden het aanvraagproces te ingewikkeld of zijn angstig of wantrouwend vanwege een mogelijke terugvordering.
- Het gebruik van de kwijtschelding van lokale lasten ligt hoger, tussen de 65 en 75 procent.
- Effectiviteit van het minimabeleid omvat meer dan alleen inkomenseffecten en bereik van regelingen. Daadwerkelijke effecten op participatie, kansengelijkheid of bestaanszekerheid zijn niet makkelijk vast te stellen, waardoor gemeenten dit vaak niet expliciet meten.
Eenvoudiger systeem
Het ministerie van SZW gebruikt dit rapport voor het Nationaal Programma Armoede en Schulden dat in 2025 is gestart met het doel om te voorkomen dat mensen in armoede terechtkomen, mensen in armoede te ondersteunen en om het aantal mensen met schulden te verminderen. Er ligt een ambitie op tafel om het systeem van inkomensondersteuning te vereenvoudigen, waaronder het gemeentelijke minimabeleid.
De minister heeft een voortgangsrapportage naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd, met daarin het onderzoeksrapport Verkenning gemeentelijk minimabeleid (2026) van het Nibud, in samenwerking met onderzoeksbureau KWIZ. Dit rapport geeft inzicht in de doelstellingen en effectiviteit van het gemeentelijk minimabeleid, als basis voor de besluitvorming over de vereenvoudiging van het stelsel.