Wetgeving 2025: bijsturen waar het wringt
De wetgevingswijzigingen in 2025 laten zien dat de Wet inburgering 2021 in de uitvoering wringt. De aanpassingen zijn beperkt van aard, maar veelzeggend.
Een eerste correctie betrof de Z-route. Gemeenten liepen in de uitvoering aan tegen de beperkte mogelijkheden om onderwijsuren mee te laten tellen. Met de wijziging van artikel 3.14 van het Besluit inburgering 202 zijn die mogelijkheden verruimd: taaluren en KNM gevolgd in het regulier onderwijs kunnen sindsdien meetellen. De wet sluit daarmee beter aan bij wat in de praktijk al gebeurde.
Ook op het punt van naturalisatie is de regelgeving versoepeld. Invoeging van een nieuw artikel 3.15, tweede lid, van het Besluit inburgering 2021 maakt het mogelijk een inburgeringsdiploma te verstrekken op basis van examenonderdelen behaald onder de Wet inburgering 2013.
De Minister van Asiel en Migratie heeft regelingen geïntroduceerd om gemeenten tot 2029 te ondersteunen bij de kosten van tijdelijke huisvesting en om de uitstroom van vergunninghouders uit COA-opvang te stimuleren. In de praktijk betekent dit dat gemeenten meer financiële en organisatorische ruimte krijgen om vergunninghouders naar hotels of andere accommodaties uit te plaatsen. Het is een logische stap, maar tegelijk toont het dat het oorspronkelijke stelsel van opvang en vandaaruit definitieve vestiging in de gemeente nog steeds niet goed functioneert.
Het is een logische stap, maar tegelijk toont het dat het oorspronkelijke stelsel van opvang en vandaaruit definitieve vestiging in de gemeente nog steeds niet goed functioneert.
Beleidswijzigingen in de uitvoering
Het COA vergoedt voortaan de kosten die de inburgeringsplichtige maakt voor reizen naar de taalschool en andere inburgeringsactiviteiten. Het gaat om reiskosten die opkomen nadat de gemeente het PIP heeft vastgesteld. Dit kan worden aangevraagd via de website van het COA.
Richtinggevende uitspraken in 2025
In 2025 zijn enkele richtinggevende uitspraken gedaan. De meest besproken is die van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaruit valt af te leiden dat gemeenten geen inburgeringsboetes meer mogen opleggen aan asielstatushouders. Voor veel gemeenten leidde dit tot problemen: het primaire handhavingsinstrument verdween, waardoor zij minder mogelijkheden hebben om asielstatushouders effectief te bewegen tot participatie. Eerder schreven we hier ook al een opinie over.
Gezinsmigranten die zich op deze uitspraak beriepen bij de rechtbank Limburg en de rechtbank Amsterdam kregen echter uiteenlopende oordelen. De rechtbank Limburg volgde het oordeel van de Afdeling en paste dit ook toe op gezinsmigranten. De rechtbank Amsterdam oordeelde daarentegen dat de rechtspositie van gezinsmigranten wezenlijk verschilt van die van asielstatushouders. Het beroep van de gezinsmigrant op het gelijkheidsbeginsel slaagde daar niet.
Let op: tekst loopt door onder afbeelding.
Vooruitblik 2026: wat staat gemeenten te wachten
Voor 2026 staan vooral praktische aanpassingen op de agenda. Zo worden er wijzigingen doorgevoerd in de SPUK, met prestatiebekostiging en aanpassing van de onderwijsroute en het betaalritme. Ook wordt de deelname van asielzoekers op de arbeidsmarkt versoepeld per 12 juni 2026: wie meer kans maakt op verblijf mag straks al na drie maanden werken, terwijl mensen uit veilige landen juist geen werkvergunning krijgen.
Daarnaast komen er vier extra verlengingsgronden voor de inburgeringstermijn, waaronder die bij een kinderopvangtekort, bij een PIP-vaststelling tijdens COA-opvang, bij werkende inburgeringsplichtigen en bij de geboorte van een kind.
Ook verwachten we een nieuw handhavingsbeleid, mede gezien de uitspraken van het Europees Hof van Justitie (februari 2025) en de Raad van State (juli 2025). De wetgever werkt aan een wetsvoorstel dat handhavingsinstrumenten en sancties anders positioneert, met meer aandacht voor proportionaliteit en uitvoerbaarheid. Op die manier probeert de wetgever gemeenten opnieuw een houvast te bieden, zonder de rechtsbescherming van inburgeraars aan te tasten.
De Wet inburgering 2021 blijft in beweging. In onze kennisbank houden wij een overzicht bij van de belangrijkste wijzigingen in wetgeving en beleid.