Een proceskostenvergoeding in de bezwaarfase is in het leven geroepen om burgers te compenseren als zij door een onrechtmatig besluit van de overheid kosten moeten maken in de bezwaarfase. Burgers hebben alleen recht op een proceskostenvergoeding als het bestuursorgaan het bestreden besluit herroept. Ook moet de onrechtmatigheid van het besluit aan het bestuursorgaan te wijten zijn.

Maar wat als die herroeping er niet is; althans niet op papier? Bestaat er wel recht op een proceskostenvergoeding als het bestuursorgaan het in bezwaar bestreden besluit handhaaft, maar het feitelijk ongedaan maakt met een nieuw besluit?

De bijstand van Filippo wordt ingetrokken

Ik maak deze vraagstelling concreet met een voorbeeld uit de Participatiewet. Neem Filippo. Het college dat de bijstand verleent, heeft vragen over zijn woonsituatie. Die vragen blijven vooralsnog onbeantwoord. Het college trekt daarom de bijstand in. Filippo maakt bezwaar. Tegelijkertijd dient hij een nieuwe aanvraag in om te voorkomen dat hij in financiële nood raakt.

Het besluit dat bleef, maar niets meer deed

Twijfels over de woonsituatie blijven, maar het bewijs is volgens het college bij nader inzien toch niet stevig genoeg. Het college laat de intrekking in bezwaar toch in stand, maar kent bijstand toe met ingang van de datum van intrekking. Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat Filippo geen procesbelang meer heeft. Heeft Filippo recht op een proceskostenvergoeding?

Voorwaarden proceskostenvergoeding

De voorwaarden voor vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten van artikel 7:15 lid 2 Awb zijn:

  1. Belanghebbende heeft deze kosten redelijkerwijs moeten maken
  2. Belanghebbende verzoekt tijdig om vergoeding van deze kosten
  3. Het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid

Kennisbank Schulinck Participatiewet

Heeft u behoefte aan ondersteuning bij het uitvoeren van de Participatiewet en vraagstukken zoals deze? Met Schulinck Participatiewet bent u verzekerd van een juridisch correct antwoord en de juiste onderbouwing om besluiten te nemen.

Bestreden besluit is formeel niet herroepen

De vraag van Filippo is of aan deze laatste eis is voldaan. Het college heeft de intrekking van de? bijstand formeel in stand gelaten. Het college kan stellen dat er geen sprake is van het herroepen van het bestreden besluit. Wie strikt naar de letter van de wet kijkt, kan het college hierin volgen.

Bijstand is geen enkele seconde ingetrokken

Maar… u voelt waarschijnlijk al aan dat deze redenering ergens knelt. Het college heeft weliswaar de intrekking formeel laten bestaan. Tegelijkertijd heeft het college een nieuw recht op bijstand vanaf hetzelfde moment laten ontstaan.

Nog los van de vraag of dit wel de schoonheidsprijs verdient en of je daarmee meer andere juridisch-inhoudelijke vragen oproept1, zijn de rechtsgevolgen van het bestreden besluit hiermee volledig ongedaan gemaakt. De bijstand is geen enkele dag, zelfs geen enkele seconde, ingetrokken.

Proceskostenvergoeding verschuldigd nu rechtsgevolgen ongedaan zijn gemaakt

Naar mijn mening is het college in deze situatie dus wel degelijk een proceskostenvergoeding verschuldigd. De intrekking van de bijstand is feitelijk ongedaan gemaakt. Er is namelijk alsnog bijstand verleend over de periode waarin het recht op bijstand is ingetrokken. Daarmee is het bestreden besluit materieel volledig vervangen. Feitelijk is hier sprake van een herroeping van het eerste besluit.

Zou het anders zijn, dan zou je een proceskostenvergoeding eenvoudig kunnen frustreren door een nieuw besluit te nemen in plaats van materieel op het bezwaarschrift te beslissen

Een andere uitleg zou een achterdeur openen om makkelijk van een proceskostenvergoeding af te komen

De handelswijze van het college laat zich moeilijk anders duiden dan het volledig tegemoetkomen aan het bezwaar van Filippo. Het enkele feit dat het bestreden besluit formeel blijft bestaan, komt voort uit de onorthodoxe keuze van het college om het bestreden besluit niet in te trekken, maar materieel ongedaan te maken door de toekenning van de nieuwe aanvraag.

Zou het anders zijn, dan zou je een proceskostenvergoeding eenvoudig kunnen frustreren door een nieuw besluit te nemen in plaats van materieel op het bezwaarschrift te beslissen2. Hiermee laat het college de burger wel zitten met juridische kosten die door toedoen van het bestuursorgaan zijn gemaakt.

Andere conclusie als de bijstand niet meteen zou zijn toegekend

Bovenstaande uitleg zou anders zijn als het nieuwe besluit het in bezwaar bestreden besluit niet (volledig) zou raken. Bijvoorbeeld als de bijstand vanaf een later moment zou zijn toegekend. De intrekking zou dan feitelijk niet (volledig) ongedaan gemaakt zijn. In dat geval moet het college natuurlijk ook nog inhoudelijk op het bezwaar beslissen.

En als Filippo in bezwaar dan gelijk krijgt, heeft hij in principe ook recht op een proceskostenvergoeding.

Afsluiting

Geschillen over het wel of niet toekennen van een proceskostenvergoeding zijn misschien niet het onderwerp waar de meeste juristen op het terrein van de sociale zekerheid van gaan watertanden. Toch levert het wel eens een interessante discussie op, zoals hier.

Wie alleen naar de vorm kijkt, ziet geen herroeping en dus geen recht op proceskostenvergoeding. Maar wie kijkt naar het resultaat, komt tot een andere conclusie. Een te strakke uitleg van de wet zou het anders te eenvoudig maken om die vergoeding te ontlopen door te schuiven met besluiten.

Filippo heeft dus recht op een proceskostenvergoeding.

Maar beter nog was geweest als het college in deze casus de juiste route had gevolgd: het bezwaar gegrond verklaren, een proceskostenvergoeding toekennen en de nieuwe aanvraag afwijzen, omdat het recht op bijstand is blijven doorlopen door de intrekking van het intrekkingsbesluit.

 

Voetnoot

[1] Juridisch inhoudelijke vragen die deze constructie kan oproepen zijn bijvoorbeeld: 1. Moet het college de intrekking niet herroepen om duidelijk te maken dat de intrekking onjuist is geweest en dat de gevolgen van de intrekking niet zien op de (opnieuw) toegekende bijstand? 2. Wekt het college met het toekennen van de nieuwe aanvraag niet de suggestie dat er een nieuwe periode van bijstand wordt gecreëerd? Of moet worden geconcludeerd dat de periode van bijstandsverlening is voortgezet aangezien de bijstand niet, dus korter dan een periode van 30 dagen, is onderbroken? Het antwoord op de vraag of sprake is van een doorlopende of een nieuwe periode van bijstandsverlening kan van belang zijn voor het recht op bijstand. Denk bijvoorbeeld aan gespaard vermogen dat alleen is vrijgelaten als het vermogen is gespaard tijdens de huidige periode van bijstandsverlening. Of aan de inkomstenvrijlatingen die per periode van bijstandsverlening aan een maximale duur zijn verbonden.

[2] Ook het uit coulance tegemoetkomen aan de bezwaren van belanghebbende levert in principe een grond op om het college in de proceskosten te veroordelen. Zie ECLI:NL:CRVB:2026:14.