Het nulaanbod is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een veelgebruikt instrument binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening. Tegelijkertijd roept het vragen op over de rechtmatigheid en wenselijkheid ervan. Mag een schuldregeling zonder aflossing eigenlijk wel? Welke varianten bestaan er? En, belangrijker nog: draagt het nulaanbod bij aan duurzame gedragsverandering bij inwoners met problematische schulden, of leidt het vooral tot snelle schuldenrust zonder blijvend effect? In deze opinie wordt nader ingegaan op deze vragen.

Als het inkomen zo laag is dat er slechts voldoende middelen zijn om van te leven, ontbreekt afloscapaciteit om schulden af te lossen. Een nulaanbod is dan het resultaat. Dit roept bij zowel schuldeisers als schuldhulpverleners uiteenlopende reacties op en heeft zelfs geleid tot Kamervragen.

In deze opinie licht ik drie punten toe die naar voren zijn gekomen in de beantwoording van deze Kamervragen:

  1. Mag het nulaanbod worden aangeboden?
  2. De soorten nulaanbod
  3. Het nulaanbod in relatie tot duurzame gedragsverandering

1. Mag het nulaanbod?

Het nulaanbod lijkt inmiddels goed ingeburgerd in de praktijk en wordt ook geaccepteerd door de rechtspraak. Toch bestond er onvrede en laaide er een discussie op over de rechtmatigheid en wenselijkheid ervan. Deze discussie werd onder andere aangewakkerd door tegenstrijdige informatie in de Memories van Toelichting bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit 2012 en 2021. Naar aanleiding van drie artikelen¹ ² ³ zijn hierover uiteindelijk Kamervragen gesteld.

De kern van de discussie betrof de vraag of de beslagvrije voet (bvv) dan wel het vrij te laten bedrag (vtlb) als uitgangspunt zou moeten gelden bij een standaard schuldregelingsaanbod. De minister geeft aan dat het klopt dat in de Wgs is opgenomen dat de bvv in acht moet worden genomen in het Plan van Aanpak, maar dat dit een aanbod op basis van het vtlb niet blokkeert. De minister stelt hierover onder meer:

‘Leidend hierin is dat ten minste de beslagvrije voet in acht moet worden genomen en dat daar alleen naar boven toe van mag worden afgeweken.’

De minister licht dit verder toe door te wijzen op de juridische basis van het minnelijke traject, namelijk de contractsvrijheid:

‘Juist doordat een buitengerechtelijke schuldregeling (Msnp) een afspraak is tussen partijen, staat het hen vrij om de voorwaarden van de schuldregeling met elkaar af te stemmen.’

Voor de praktijk betekent dit dat de gemeente namens haar inwoners een nulaanbod op basis van het vtlb mag doen. Daarbij heeft de gemeente de keuze uit twee soorten nulaanbod.

Let op: tekst loopt door onder afbeelding.

Kennisbank Schulinck Schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening is een wettelijke taak van gemeenten. De online kennisbank Schulinck Schuldhulpverlening is uw praktische ondersteuning bij het helpen van uw inwoners. Met helpdesk en handige tools.

2. Twee soorten nulaanbod

De gemeente kan kiezen uit twee vormen van het nulaanbod:

a) het prognose-nulaanbod
b) het nulaanbod met directe kwijting

A. Prognose-nulaanbod

Het prognose-nulaanbod is een regulier schuldregelingsaanbod, maar dan zonder afdracht. Gedurende de looptijd (doorgaans 18 maanden) gelden de gebruikelijke spelregels van de minnelijke schuldregeling (Msnp). De inwoner heeft een inlichtingen- en inspanningsplicht, terwijl de gemeente gedurende deze periode begeleiding en coaching biedt. De schuldeisers wordt gevraagd om pas na afloop van deze termijn de restantvorderingen kwijt te schelden.

B. Nulaanbod met directe kwijting

Bij het nulaanbod met directe kwijting wordt schuldeisers gevraagd om de openstaande vorderingen per direct volledig kwijt te schelden, zonder dat enige aflossing plaatsvindt. De inwoner is schuldenvrij zodra alle schuldeisers akkoord zijn gegaan en hoeft daardoor niet nog 18 maanden te voldoen aan de verplichtingen van de Msnp.

Een schuldhulpverlener bepaalt, op basis van de persoonlijke situatie van de schuldenaar, welk instrument het meest passend is voor het oplossen van de schuldenlast. Bij alle vormen van schuldregelingen staat voorop dat passende financiële begeleiding noodzakelijk is. Waarbij het doel is om, waar nodig, duurzame gedragsverandering te realiseren. De minister is hierin helder: het is de begeleiding die het verschil maakt.

De minister is helder: het is de begeleiding die het verschil maakt.

3. Welk nulaanbod leidt tot duurzame gedragsverandering?

Bij de twee soorten nulaanbod zal de gemeente op verschillende manieren werken aan gedragsverandering bij de inwoner.

Bij het nulaanbod met directe kwijting wordt onmiddellijk finale kwijting verleend en vindt begeleiding plaats via nazorg. Hoewel de minister stelt dat een inwoner ook na een nulaanbod nog 12 maanden in beeld moet blijven, is deze nazorg feitelijk gebaseerd op vrijwilligheid. Het risico dat de regeling mislukt doordat afspraken niet worden nagekomen, is dan verdwenen. De praktijk leert dat het realiseren van gedragsverandering in deze fase lastig is. Het vastleggen van afspraken in een Plan van Aanpak of begeleidingsplan kan helpen om de intrinsieke motivatie van de inwoner te stimuleren, maar biedt weinig zekerheid.

Bij een prognose-nulaanbod behoudt de schuldhulpverlener daarentegen een belangrijke “stok achter de deur” om aan gedragsverandering te werken. Omdat finale kwijting pas aan het einde van het traject wordt verleend, kan de inwoner worden gehouden aan de gemaakte afspraken, onder andere vastgelegd in het Plan van Aanpak. Worden deze verplichtingen niet nagekomen, dan kunnen schuldeisers de regeling beëindigen en blijft de schuldenlast bestaan. Dit creëert een dwingend kader waarbinnen effectief aan duurzame gedragsverandering kan worden gewerkt.

Conclusie

De minister is duidelijk: het nulaanbod is toegestaan. Het is een rechtmatig instrument binnen de Msnp, gebaseerd op contractsvrijheid en het ontbreken van afloscapaciteit. De keuze voor het type nulaanbod is daarbij van groot belang. Bij directe kwijting ontstaat snel schuldenrust, maar is gedragsverandering moeilijk af te dwingen door het ontbreken van verplichtingen. Het prognose-nulaanbod biedt wél een dwingend kader, doordat finale kwijting afhankelijk is van het nakomen van afspraken. De minister benadrukt terecht dat schuldhulpverleners hierin zelf de keuze hebben welk type nulaanbod zij inzetten.

 

¹ Het nulaanbod: onwenselijk en onwettelijk – Schulinck

² Het nulaanbod: kan gewoon – Schulinck en

³ Schuivende panelen in de schuldhulp: van aflossing naar oplossing – NVVK