In de afgelopen jaren is de focus van het schuldregelen flink verschoven. Het ultieme doel van al deze verschuivingen is om ervoor te zorgen dat iemand sneller weer schuldenvrij is en zelfstandig structureel uit de schulden kan blijven. Denk hierbij niet alleen aan het verkorten van de Msnp en de Wsnp maar ook aan de focus op het klein houden van schulden, vroegsignalering en initiatieven gericht op preventie. Toch is er op één punt nog geen verandering geweest. En dat is in de aflosmethodiek die wordt toegepast bij het schuldregelen. In deze opinie verken ik een aantal mogelijkheden om wat flexibeler om te gaan met het aflossen, zonder de hoogte van het totale aflosbedrag aan te tasten.

Bij een minnelijke of wettelijke schuldregeling moet iemand nu een vooraf vastgestelde periode (in de basis 18 maanden) maximaal aflossen op zijn schulden. Iemand heeft dus 18 maanden lang geen enkele financiële ruimte om iets anders te doen dan aflossen. En ja, de beloning mag er wezen: een schuldenvrije toekomst.

Maar velen ervaren tijdens het aflossen weerstand en veel stress. Het is pittig om vol te houden. De vraag kan gesteld worden of het niet beter is om toch een klein beetje ruimte en eigen regie in te bouwen in het systeem. Uiteraard zonder de schuldeisers financieel te benadelen. Hieronder werk ik twee mogelijkheden uit.

  1. De optie om te kiezen voor een aflospauze
  2. Een langere aflostermijn

1. Geef de optie om een aantal keer een aflospauze in te lassen

De eerste optie is een idee dat in de afgelopen jaren in verschillende vormen en via verschillende partijen al eens voorbij is gekomen. De optie voor een aflospauze. Om het strakke aflosregime te doorbreken kan ervoor gekozen worden om de schuldenaar de optie te geven om een paar keer (bijvoorbeeld maximaal 2 keer) een aflospauze in te lassen. Om te voorkomen dat schuldeisers worden benadeeld wordt de schuldregeling elke keer dat hij kiest voor een pauze verlengd met 1 maand.

De keuze om de pauze wel of niet in te lassen zou volledig bij de schuldenaar kunnen worden neergelegd. Kiest hij ervoor om de pauze niet in te zetten, dan is er geen verlenging van de looptijd. Maakt hij maximaal gebruik van de pauzeopties dan loopt de schuldregeling 20 maanden.

Bijkomend voordeel van de aflospauze is dat in deze pauzemaanden eventueel ook onvoorziene noodzakelijke uitgaven opgevangen kunnen worden.

2. Laat ruimte voor een langere aflostermijn

Een tweede mogelijkheid is om te kiezen voor een langere aflostermijn. Soms is het gemakkelijker om een schuldregeling vol te houden als er maandelijks net iets meer ruimte is in het budget. Om dit voor elkaar te krijgen zou ervoor gekozen kunnen worden om de aflostermijn standaard op 21 of 24 maanden te zetten. De hoogte van het totale aflosbedrag wordt wel nog steeds gebaseerd op 18 maanden maximaal aflossen.

Hierbij zou je ook af kunnen spreken dat het altijd mogelijk blijft om sneller af te lossen. Dit kan de schuldenaar stimuleren om de regie te pakken en toch het extra stukje van zijn budget maandelijks te gebruiken om sneller schuldenvrij te worden.

Let op: tekst loopt door onder afbeelding.

Schulinck Schuldhulpverlening

De online kennisbank Schulinck Schuldhulpverlening is uw praktische ondersteuning bij het helpen van uw inwoners. Met helpdesk en handige tools.

Wat is nodig om deze keuzeopties mogelijk te maken

Voor de Msnp zijn er in principe geen belemmeringen om deze keuzes in te bouwen. Deze aflosopties kunnen immers gewoon opgenomen worden in het aanbod aan de schuldeisers. Als de schuldenaar de opties gebruikt betekent dat dat de schuldeisers een aantal maanden langer moeten wachten op geld. Het aflosbedrag blijft gelijk aan wat zij onder het huidige regels zouden ontvangen.

Flexibeler omgaan met de aflostermijn is in de Msnp prima in te regelen

Bij een saneringskrediet is het zelfs nog gemakkelijker. Want daar is de gemeente als kredietverstrekker zelf de enige schuldeiser. De gemeente kan er dus gewoon voor kiezen om de betaalafspraken flexibeler in te richten. De mogelijkheid om de extra opties daadwerkelijk in te zetten kunnen eventueel ook gekoppeld worden aan het succesvol afronden van bepaalde nazorgtrajecten.

Voor de Wsnp lijkt het wat lastiger. Flexibiliteit is niet het uitgangspunt van deze regeling. Het verlengen van de looptijd is wel een optie, maar de combinatie met het aanpassen van het maandelijkse aflosbedrag niet. En voor een aflospauze zoals eerder omschreven zal ook een wetswijziging nodig zijn.

Conclusie

Flexibeler omgaan met de aflostermijn is juridisch gezien, zeker in het minnelijk traject, prima in te regelen. De impact voor schuldeisers is dat zij, als de schuldenaar ervoor kiest om de opties te gebruiken, iets langer moeten wachten op geld. De impact aan de kant van de schuldenaar is dat hij tijdens het traject wat regie krijgt over zijn geld. Dit kan op meerdere vlakken een positief effect hebben. Wellicht dat bij het maken van de keuze om een optie in te zetten, gesprekken op gang komen over het beheren van het eigen budget. Ook kan het wel of niet inzetten van de opties inzicht geven in de vormen van begeleiding die iemand kunnen helpen om structureel schuldenvrij te blijven. En als extra bonus komt er ruimte om onvoorziene uitgaven gemakkelijker op te vangen.