Indicatie van bepaalde duur
De meeste gemeenten kennen een Wmo-indicatie toe voor een bepaalde duur. Bijvoorbeeld voor één jaar. Dit kan verschillende redenen hebben. Vaak heeft het te maken met het feit dat ze regelmatig onderzoek willen doen. Dit om te voorkomen dat cliënten onterecht te veel of te weinig ondersteuning krijgen.
Nadat de duur van de Wmo-indicatie afloopt, stopt de indicatie automatisch. Is de ondersteuning na afloop van de indicatie nog steeds nodig? Juridisch gezien moet de cliënt een nieuwe melding doen. De gemeente moet na de melding onderzoek doen en daarvan een verslag verstrekken. Vervolgens moet de cliënt een aanvraag doen, waarna de gemeente een beslissing neemt over de inzet van een Wmo-voorziening. Procedureel gezien is het allemaal niet anders dan bij iemand die nog helemaal geen indicatie heeft lopen.
Nadelen steeds opnieuw indiceren
Het werken met indicaties met een einddatum heeft nadelen. Het steeds weer moeten vragen om een nieuwe indicatie zorgt namelijk voor ‘gedoe’ bij zowel de cliënt als bij de gemeente. Cliënten zitten steeds met de vraag of ze wel weer een nieuwe indicatie zullen krijgen. Dat kan voor de nodige spanning en onrust zorgen. Daarnaast moeten ze zelf ook zorgen dat ze op tijd zijn met hun nieuwe melding, anders zitten ze (mogelijk) tijdelijk zonder hulp.
Voor gemeenten geldt dat ze steeds weer volledige Wmo-procedures moeten doorlopen. Het onderzoek en het opstellen van een verslag en een besluit kost best wat tijd. En die tijd hebben gemeenten al hard genoeg nodig. Daarbij geldt dat gemeenten bij deze werkwijze gebonden zijn aan termijnen. Zo moet het onderzoek binnen zes weken afgerond zijn. Gebeurt dat niet, dan kunnen cliënten een aanvraag indienen. Beslissen gemeenten daarna niet snel genoeg? Dan kan dat leiden tot ingebrekestellingen en uiteindelijk zelfs dwangsommen.
Let op: tekst loopt door onder afbeelding.
Administratief verlengen
Kan dat niet makkelijker? In de praktijk wordt hier wel eens anders mee omgegaan. Sommige gemeenten kiezen ervoor om een aflopende indicatie ‘ambtshalve’ of ‘administratief’ te verlengen. Dat wil zeggen dat zij de indicatie verlengen zonder dat cliënt zich hiervoor heeft gemeld en een aanvraag deed. Lekker praktisch zou u misschien denken? Maar juridisch gezien kan het niet zomaar, zo oordeelde de rechtbank Zeeland-West-Brabant recent nog. De Wmo 2015 bepaalt dat de procedure van melding, onderzoek en aanvraag gevolgd moet worden. Juridisch gezien biedt de Wmo 2015 niet de mogelijkheid om hiervan af te wijken.
Dat is ergens ook wel te begrijpen. De verlenging van een indicatie heeft namelijk ook niet alleen voordelen voor de cliënt. Misschien wil de cliënt de voorziening wel niet meer? Of wil de cliënt wat veranderen nu de indicatie toch opnieuw bekeken moet worden. Vaak zijn cliënten ook een eigen bijdrage verschuldigd. Ook die eigen bijdrage loopt (ongevraagd) door wanneer een gemeente een indicatie eenzijdig verlengt.
Indicatie voor onbepaalde duur
Kan het dan niet makkelijker, en óók juridisch correct? Dat kan! Gemeenten kunnen ook een indicatie afgeven voor onbepaalde duur. Zitten zij er dan voor altijd aan vast? Wat nou als er wat verandert in de situatie van de cliënt? Daar kunnen gemeenten gewoon op inspelen. Allereerst geldt dat cliënt een inlichtingenplicht heeft en wijzigingen in zijn of haar situatie dus moet doorgeven (artikel 2.3.8 lid 1 Wmo 2015). Verder moeten gemeenten volgens de wet periodiek een heronderzoek doen (artikel 2.3.9 lid 1 Wmo 2015). Hier is geen specifieke aanleiding voor nodig.
Er zijn dus verschillende manier om op de hoogte te blijven van veranderingen in de situatie van cliënt. Gemeenten kunnen daarna op ieder willekeurig moment onderzoeken of cliënt de voorziening nog nodig heeft. Is de indicatie niet meer nodig? Dan kunnen gemeenten de indicatie beëindigen.
Heronderzoek en het normale onderzoek
Maar als een gemeente regelmatig een heronderzoek doet, wat is hier dan anders aan dan het onderzoek dat ze doen voor een cliënt met een aflopende indicatie die zich meldt? Dat onderzoek vindt misschien wel net zo vaak plaats? Dat klopt. Een voordeel is dat bij een heronderzoek geen onderzoeks- en beslistermijnen gelden. Gemeenten kunnen dus zonder tijdsdruk onderzoek doen. Ook kunnen ze de onderzoeken plannen op een moment dat ze goed uitkomt. Bijvoorbeeld in een periode in het jaar die over het algemeen rustiger is.
Een ander voordeel is dat gemeenten bij een heronderzoek niet verplicht zijn om een verslag met de uitkomsten van het heronderzoek aan de cliënt te verstrekken. Het artikel waarin de verplichting staat een verslag te verstrekken is namelijk niet van toepassing bij een heronderzoek (zie artikel 2.3.9 lid 2 Wmo 2015).
Minder werk, op eigen tempo, en op een moment naar keuze.
Gemeenten kunnen dus gewoon tussentijds even ‘checken’ of de maatwerkvoorziening nog steeds nodig is. Zijn er geen aanpassingen in de indicatie nodig? Dan hoeft de gemeente niets te doen. Geen verslag, geen besluit. Wel zullen gemeenten de cliënten willen informeren over het onderzoek. Zeker als er wat verandert. Maar dat is veel minder werk dan al die procedurele handelingen uit de wet. Dat scheelt dus zeeën van tijd. Die tijd kunnen gemeenten mooi besteden aan het doen van onderzoek bij nieuwe cliënten. Met een beetje geluk verdwijnen de wachtlijsten bij gemeenten zo als sneeuw voor de zon!