Statushouders zijn mensen met een verblijfsvergunning asiel. Zij verkeren vaak in een kwetsbare financiële positie, door (risico op) armoede en specifieke schuldenoorzaken. Wat kunnen gemeenten doen om hun situatie te verbeteren?

Statushouders kennen armoedei.  70 procent van de Syrische en 64 procent van de Eritrese statushouders leefde in 2018 in armoede. Het gros van de statushouders leeft van de bijstand.ii Zij hebben kosten die Nederlanders niet hebben, waaronder legeskosten voor de vergunningverlening en kosten voor een eerste huisinrichting. Voor deze kosten wordt doorgaans geen bijzondere bijstand verstrekt en als dat al gebeurt, dan meestal bij wijze van een lening die dan weer in maandelijkse termijnen terugbetaald moet worden.

Laten we nu eens kijken naar schuldenoorzaken bij statushouders. De oorzaak van schulden is vaak een combinatie van: armoede; omgevingsfactoren (waaronder een complexe samenleving); bewust en onbewust gedrag; onverwachte gebeurtenissen (life events); in de persoon gelegen factoren (waaronder laaggeletterdheid).iii Toegespitst op statushouders geldt nog het volgende. Voor veel Nederlanders is het financiële systeem in Nederland al ingewikkeld; laat staan voor statushouders. Het is bijvoorbeeld geen uitzondering dat statushouders hun recht op zorg-, huur-, of kinderopvangtoeslag te laat effectueren of dat zij wijzigingen niet (tijdig) doorgeven aan de Belastingdienst, waardoor ze toeslagen moeten terugbetalen. Statushouders met een uitkering hebben bovendien recht op allerlei vormen van inkomensondersteuning. Dat maakt hun financiële situatie nog complexer dan die van iemand met een modaal inkomen uit arbeid. Het niet beheersen van de Nederlandse taal en het gebrek aan digitale vaardigheden vormen natuurlijk ook een belemmering om zich een weg te banen in het – grotendeels digitaal georganiseerde – financiële systeem.iv

Gemeentelijke armoede- en schuldenbestrijding

Het voorgaande schetst een somber beeld. Maar daar staat gelukkig iets positiefs tegenover. Gemeenten kunnen armoede en schulden van statushouders namelijk tegengaan. Dat kunnen zij doen door in te zetten op snelle en adequate hulp bij:

  1. taalverwerving
  2. duurzame arbeidsparticipatie
  3. andere vormen van versterking van de positie van statushouders, zoals schuldhulpverlening.

1. Taalverwerving

Beheersing van de Nederlandse taal draagt – al dan niet direct – bij aan het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede. Op grond van de nieuwe Wet inburgering, die waarschijnlijk op 1 juli 2021 van kracht wordt, hebben inburgeringsplichtige statushouders recht op een gemeentelijk aanbod van een zogenoemde leerroute.v Voor statushouders kan de gemeente de leerroute al vaststellen in het AZC, dus nog vóór huisvesting binnen de gemeente.vi

2. Arbeidsparticipatie

Zeker voor statushouders, van wie het gros een bijstandsuitkering heeft, draagt arbeidsparticipatie bij aan de bestrijding van armoede en het voorkomen van schulden. Er zijn veel onderzoeksrapporten over arbeidsparticipatie en statushouders.vii De arbeidsdeelname van Eritrese statushouders stijgt inmiddels gestaag.viii Deze stijging zal te maken hebben met de inzet van instrumenten uit de Participatiewet; veel statushouders hebben immers aanvankelijk een bijstandsuitkeringix en daarmee ook recht op ondersteuning bij arbeidsinschakelingx. Voor statushouders met een bijstandsuitkering geldt ook een wettelijke arbeidsverplichtingxi die de gemeente nader kan invullen, alsmede een re-integratieverplichtingxii. Samen met onder meer de leerroute-beschikking uit het nieuwe inburgeringsstelsel (zie hierboven) vormen de Participatiewetbeschikkingen inzake opgelegde arbeids- en re-integratieverplichtingen (en/of ontheffingen) en inzake toegekende re-integratievoorzieningen het zogenoemde persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP).

sommige work first benaderingen moeten we ‘met zijn allen niet willen’

Het is zaak de leerroute-beschikking en de Participatiewetbeschikkingen – samen dus: het PIP – goed op elkaar af te stemmenxiii en te kiezen voor een integrale aanpak van inburgering en arbeid. Daarbij zij dan nog opgemerkt – met een gevleugelde uitdrukking, die trouwens op zichzelf geen enkele kracht van argument heeft: sommige work first benaderingen moeten we ‘met zijn allen niet willen’, zeker als zo’n benadering in de praktijk betekent dat de statushouder zo snel mogelijk (ongeschoold) werk moet doen dat totaal niet aansluit bij zijn ambities of vaardigheden en dat in de weg staat aan het afronden van zijn inburgeringstraject binnen de voorgeschreven drie jaar.

3. Versterking van de positie van statushouders: Overige hulp

Er zijn nog andere manieren waarop gemeenten statushouders hulp kunnen of moeten bieden om armoede en schulden te bestrijden. Een belangrijke is natuurlijk schuldhulpverlening. Vanaf 1 januari 2021 is het ook mogelijk om statushouders in het AZC schuldhulpverlening te bieden nog voordat zij in de gemeente worden gehuisvest.xiv Een andere vorm van hulp is maatschappelijke begeleiding waarop statushouders jegens de gemeente recht hebben op grond van de inburgeringswetgeving. Daarmee kan de statushouder bijvoorbeeld de weg worden gewezen in het financiële systeem in Nederland. Nog een hulpvorm is het ontzorgen van statushouders met een bijstandsuitkering, een instrument dat met het nieuwe inburgeringsstelsel wordt geïntroduceerd.xv Tot slot van deze niet uitputtende opsomming noem ik nog een manier waarop gemeenten statushouders een helpende hand kunnen toesteken, namelijk hen wijzen op nuttige websites op het gebied van werk en inkomen voor statushouders, zoals vluchtelingenwerk.nl en bibliotheekenbasisvaardigheden.nl.

Deze opinie is een bewerking en inkorting van een artikel dat in Tijdschrift Schuldsanering 2020/3 zal verschijnen. Het tijdschriftartikel is voorzien van waardevolle tips voor de uitvoering.

Voetnoten

i Volgens de in het CBS-rapport Armoede en sociale uitsluiting 2019 gegeven definitie

ii CBS-rapport Armoede en sociale uitsluiting 2019. Dat statushouders vanwege de lange doorlooptijden bij de IND recht konden hebben op een dwangsom van duizenden euro’s – zie Kamerstukken II 2019/20, 35 476, 9, p. 14 – is een schrale troost. Het recht op een dwangsom is trouwens per 11 juli 2020 voor een jaar opgeschort, zie de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, Stb. 2020, 242. Die termijn van een jaar lijkt een harde grens (waardoor het recht op dwangsommen over een jaar lijkt terug te komen), maar dat blijkt niet het geval te zijn. Zie verder Nood breekt wet?, V.M. Bex-Reimert, Asiel&Migrantenrecht 2020, nr. 6-7.

iii Zie het Rapport van de Commissie-Boorsma, Schulden: naar nieuwe impulsen in de schuldenproblematiek (1994). Zie ook het WODC-rapport Van schuld naar schone lei (2001) en de CBS-Armoedemonitor 2005.

iv Laaggeletterden: achterblijvers in de digitale wereld? Vaardigheden van burgers en aanpassingen door overheden, Stichting Lezen & Schrijven (2015)

v Kamerstukken I 2019/20, 35 483, A

vi In het kader van de zogenoemde flexibilisering van de asielketen wordt gestreefd naar regionale opvang in de buurt van gemeenten, zie Kamerstukken II, 19 637, 2634. Opvang in de buurt van gemeenten zal het makkelijker maken de leerroute al in het AZC vast te stellen. Eerder gaf ik aan dat inburgering in het AZC in de praktijk wel eens lastig kan worden als de (fysieke) afstand tussen het AZC en de gemeente van huisvesting groot is, zie https://www.schulinck.nl/opinie/voorinburgering-en-brede-intake.

vii Op de website van Kennisplatform Integratie & Samenleving (kis.nl) staan er diverse.

viii Zie het CBS-rapport Asiel en integratie 2020 – Cohortonderzoek asielzoekers en statushouders

ix Zie ook figuur 3.10.1 uit het CBS-rapport Asiel en integratie 2020 – Cohortonderzoek asielzoekers en statushouders

x Zie artikel 7 lid 1 onderdeel a onder 1 Participatiewet. Echter, aan personen jonger dan 27 jaar kan de gemeente de eerste 4 weken na melding voor een bijstandsuitkering geen ondersteuning bij arbeidsinschakeling bieden. Aan personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen, kan de gemeente in beginsel helemaal geen ondersteuning bij arbeidsinschakeling bieden (zie artikel 7 lid 3 Participatiewet).

xi Deze arbeidsplicht is vastgelegd in artikel 9 lid 1 onderdeel a Participatiewet.

xii Deze re-integratieplicht is vastgelegd in artikel 9 lid 1 onderdeel b Participatiewet.

xiii Het is raadzaam daarbij ook acht te slaan op de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) uit het nieuwe inburgeringsstelsel.

xiv Stb. 2020, 239 dat een nieuw artikel 3 lid 5 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening introduceert.

xv Zie daarover https://www.schulinck.nl/opinie/ontzorgen-van-inburgeringsplichtige-asielstatushouders-met-recht-op-bijstand