Het dagelijks leven is in juli gemiddeld 3,2 procent duurder geworden dan in dezelfde maand een jaar geleden. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van definitieve cijfers. De inflatie valt iets hoger uit dan de 3,1 procent die bij de eerdere snelle raming werd gemeld. De inflatie liep daarmee nog verder op na de stevige daling in juni tot 2,9 procent.

Door de oorlog in het Midden-Oosten, die eind februari begon, zijn de olie- en gasprijzen in de eerste maanden van het conflict hard gestegen. In mei bedroeg de inflatie daardoor 3,5 procent. In februari, voor het conflict, bedroeg de inflatie nog 2,4 procent.

Volgens het CBS stuwden de prijzen van motorbrandstoffen en energie opnieuw de inflatie in juli. In juli waren motorbrandstoffen 22 procent duurder dan een jaar eerder. In juni was dat 17,3 procent. Energie, zoals gas, elektriciteit en stadsverwarming, was in juli 1,1 procent duurder dan vorig jaar. In juni 2026 was energie nog 1,8 procent goedkoper dan in juni 2025.

Ook de uitbreiding van invoerrechten op consumentengoederen die besteld worden van buiten de Europese Unie had volgens het CBS een verhogend effect op de inflatie. De prijzen van huisvesting stegen volgens het CBS juist minder hard en hadden een drukkend effect op de inflatie. Deze prijzen worden voor zowel huurwoningen als eigen woningen gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de woninghuren. Op basis van voorlopige cijfers was huisvesting volgens het CBS in juli 4,3 procent duurder dan een jaar eerder. In juni was de stijging op jaarbasis 4,7 procent.

In vergelijking met juni stegen de prijzen voor consumenten in juli met 1,6 procent. Bij dit cijfer kunnen de tijdelijke seizoensinvloeden volgens het CBS echter groot zijn, bijvoorbeeld bij kleding die in de uitverkoop wordt gedaan. Die afprijzingen zijn geen blijvende prijsdaling.

Op basis van de Europese meetmethode bedroeg de inflatie in Nederland vorige maand 3 procent, tegen 2,5 procent in juni. Eerder was een inflatiecijfer gemeld van 2,9 procent op basis van deze meetmethode. Bij deze binnen de Europese Unie afgesproken methode wordt geen rekening gehouden met de kosten voor het wonen in de eigen woning. Bij de Nederlandse methode tellen die wel mee.

De inflatie in Nederland ligt daarmee iets hoger dan het gemiddelde van 2,9 procent in de eurozone. Dat komt volgens het CBS doordat de prijsstijging van diensten en industriële goederen in Nederland hoger is dan in het eurogebied.