Het nulaanbod is een bekend fenomeen binnen de schuldhulp-praktijk. Door velen omarmd, maar niet door iedereen.

Tijdschrift schuldsanering heeft het afgelopen halfjaar een platform gegeven aan twee verschillende verdiepende visies over het nulaanbod. Het openen van het gesprek over het nulaanbod is een belangrijk onderdeel van het proces om regelgeving te toetsen en te verbeteren. Daarom delen we beide artikelen nu via de website van Schulinck.

Artikel 1 – André Moerman en Nadja Jungmann

Het nulaanbod: onwenselijk & onwettelijk

De auteurs plaatsen vraagtekens bij de juridische en maatschappelijke gronden waarop het nulaanbod is gebaseerd. Zij geven aan dat het nulaanbod onwettelijk is en dat de huidige brede toepassing ervan onwenselijk is. De huidige vormgeving van het Vtlb roept in dat kader vragen op.

Artikel 2 – Michiel Noordzij en Jenny Vlemmings

Het nulaanbod: kan gewoon

De auteurs laten in hun reactie-artikel zien dat het nulaanbod juridisch wel klopt en maatschappelijk noodzakelijk is. Het is moreel onverantwoord om bij een inkomen onder het Vtlb geen nulaanbod te doen. Wel zien ook zij ruimte voor verandering bij het bepalen van het Vtlb.

Wat is een nulaanbod?

Als iemand problematische schulden heeft, dan kan hij deze schulden oplossen via een schuldregeling.

Bij een nulaanbod wordt schuldeisers gevraagd om de schulden kwijt te schelden zonder dat er iets wordt afgelost. Dit gebeurt wanneer het inkomen van iemand zo laag is dat er maandelijks niets overblijft om te sparen. Het bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te leven heet het Vrij te laten bedrag (Vtlb).

Bij een gewone schuldregeling wordt er 18 maanden maximaal gespaard voor de schuldeisers. Alles boven het Vtlb wordt gespaard. Na 18 maanden sparen wordt het restant van de schulden door de schuldeisers kwijtgescholden. Het spaarbedrag wordt verdeeld over de schuldeisers.