Kwetsbare huishoudens kunnen in de problemen komen door de invoering van een Europese prijs op CO2-uitstoot vanaf 2028, verwacht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Per huishouden zijn de verschillen groot.
Voor eigenaren van een huis met cv-ketel en een benzineauto kunnen de kosten naar schatting oplopen tot tientallen euro’s per maand, afhankelijk van het huis en het aantal kilometers per jaar. Wie een warmtepomp en een elektrische auto heeft, betaalt deze extra kosten niet.
Het onderzoek draait om het zogeheten emissiehandelsysteem ETS2. Dat houdt in dat bedrijven rechten moeten inkopen om CO2 uit te stoten. Voor bijvoorbeeld de elektriciteitssector en zware industrie geldt dit nu al. Vanaf 2028 komt zo’n systeem er ook voor onder meer voertuigen en gebouwen. Burgers gaan daardoor meer betalen als ze tanken of hun huis met gas verwarmen.
Hoe duur het precies wordt om een ton CO2 uit te stoten, is nog niet bekend en zal door de tijd heen veranderen. Na 2043 komen er geen nieuwe uitstootrechten meer op de markt. Rond die tijd zullen de sectoren die onder het nieuwe stelsel vallen dus klimaatneutraal moeten zijn.
Inkomsten van het Europese systeem vloeien grotendeels weer terug naar Nederland. De overheid kan dat geld gebruiken om kwetsbare huishoudens te ondersteunen. Het is lastig om de juiste groepen te bereiken, waarschuwt het PBL al.
De CO2-handel helpt volgens het PBL beter om te verduurzamen als de prijs stabieler is. Mogelijkheden om in te grijpen bij uitschieters liggen deels op Europees niveau, maar Nederland kan ook iets doen door de energiebelasting of de accijns op brandstof te verlagen bij een hogere CO2-prijs. De politiek moet bepalen welke prijs acceptabel is, vindt het planbureau.