Meer dan de helft van de leraren staat negatief tegenover het samenvoegen van regulier en speciaal onderwijs. Dat meldt de Algemene Onderwijsbond (AOb) op basis van een enquête onder onderwijspersoneel. Minder dan een van de vijf ondervraagde leraren is positief over het plan van het Rijk om vanaf 2035 alle kinderen uit het regulier en speciaal onderwijs in dezelfde klas te plaatsen, het zogenoemde inclusief onderwijs.

Ruim 55 procent van de meer dan 5700 ondervraagde leraren op basis- en middelbare scholen staat negatief tegenover klassen gemengd met leerlingen die gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig hebben. Leraren geven aan dat het geven van passend onderwijs nu al moeizaam verloopt. Bij inclusief onderwijs gaat er veel tijd en energie naar de zorgleerlingen, en leraren vrezen dat dit ten koste gaat van de aandacht voor leerlingen zonder zorgvraag.

De onderwijsbond benadrukt dat ieder kind welkom is op een school, maar dat de praktische uitwerking van het plan niet realistisch is. Volgens de AOb gaat de voorkeur uit naar een vorm van inclusief onderwijs waarbij leerlingen naar dezelfde school gaan, maar ze wel hun eigen onderwijs volgen. Ook zouden leraren beter ondersteund kunnen worden zodat mogelijk meer kinderen in het reguliere onderwijs kunnen blijven.

Leerlingen die gespecialiseerde zorg of ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze slechthorend zijn, een verstandelijke beperking of autisme hebben, kunnen nu nog naar aparte scholen. In het speciaal onderwijs zitten volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in totaal ruim 107.000 leerlingen. Ruim 1,3 miljoen kinderen volgen regulier basisonderwijs en er zijn bijna 920.000 reguliere middelbare scholieren.