De zorguitgaven voor kinderen die opgroeien in meervoudig kwetsbare gezinnen zijn relatief hoog, meldt het RIVM na onderzoek. Gezinnen in deze situatie hebben te maken met meerdere problemen of risicofactoren. De zorguitgaven voor kinderen uit deze gezinnen zijn in de eerste zes levensjaren ongeveer 7000 euro hoger in vergelijking met kinderen uit niet-kwetsbare gezinnen. Dat is een verschil van bijna 55 procent.
Kinderen die in dit soort gezinnen opgroeien, hebben veel meer zorg nodig. Armoede is vaak de aanleiding hiervoor. Er zijn weinig mogelijkheden om gezondheidsrisico’s te verminderen. Vaak ontbreekt een ondersteunend sociaal netwerk en hebben gezinsleden een ongezonde levensstijl.
Volgens het RIVM is het verschil in zorgkosten over de hele linie zichtbaar. Het gaat vooral om huisartsen- en ziekenhuiszorg, medicijnen, mondzorg en paramedische zorg, zoals fysiotherapie of logopedie.
Kinderen zijn gratis met hun ouders meeverzekerd met een aanvullende dekking. De meeste zorgkosten worden hierdoor gedekt.
Het RIVM ziet dat het verschil in het gebruik en de uitgaven van paramedische zorg tussen kwetsbare en niet-kwetsbare kinderen groter wordt naarmate ze ouder worden. Dat komt omdat kinderen in armoede vaker een achterstand in hun motorische en spraak-taalontwikkeling hebben en daar aanvullende zorg voor krijgen. Ook maken ze meer gebruik van sociale zorg, zoals speciaal onderwijs en jeugdhulp.
Kwetsbare kinderen gaan minder vaak naar de tandarts. Wel zijn er hogere uitgaven voor mondzorg. Ook die uitgaven lopen uiteen naarmate kinderen ouder worden.
Het RIVM stelt dat het nodig is te blijven investeren in preventie. “Dat zorgt ervoor dat problemen eerder ontdekt en aangepakt worden, waardoor er later in het leven minder intensieve zorg nodig is.”