Gemeenten hebben de eerste vijf maanden van 2021 in totaal 9.734 vergunninghouders voorzien van een woning. Dat is een goede prestatie, zeker in het kader van de brede opdracht die gemeenten hebben in het huisvesten van alle aandachtsgroepen. Helaas is daarmee het tekort aan woningen voor vergunninghouders niet opgelost. Op dit moment wachten er in de opvanglocaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in totaal ruim 10.000 vergunninghouders op woonruimte. Ook in de komende periode blijft maximale inspanning van gemeenten nodig om deze vergunninghouders te huisvesten.

Jantine Kriens is bestuurlijk aanjager huisvesting vergunninghouders en maakt zich zorgen over de ontstane situatie. “Het gaat om mensen die gevlucht zijn voor oorlog of vervolging en hier mogen blijven. Zij kunnen nu nog niet beginnen aan hun integratie. Het is van groot belang dat zij snel hun eigen woonruimte krijgen zodat zij hier ook echt een leven kunnen opbouwen en bij kunnen dragen aan onze samenleving.”

Oproep ‘blijf huisvesten’

Vanwege het landelijke tekort aan geschikte woonruimte, staan gemeenten bij het vinden van woningen voor grote uitdagingen. Kriens werkt in opdracht van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (LRT) die onlangs opnieuw bij elkaar kwam. De LRT roept gemeenten op om ondanks alle uitdagingen de komende tijd werk te blijven maken van het huisvesten van vergunninghouders. Gemeenten worden daarbij ondersteund en geholpen vanuit het Rijk. Zo start in juli de pilot “Financiële impuls versnelde huisvesting grote gezinnen vergunninghouders” van het ministerie van JenV in samenwerking met het COA en de VNG. Een aantal gemeenten hebben zich aangemeld en zijn geselecteerd voor deze pilot. Deze financiële ondersteuning kan gebruikt worden voor het verbouwen van woonruimte om deze geschikt te maken voor een groot gezin (8+ mensen).

Tijdelijke woonruimte

Het ministerie van BZK stelt uiterlijk in het najaar €3 miljoen beschikbaar voor de realisatie van huisvesting voor vergunninghouders. Dit bedrag komt uit het budget van €50 miljoen voor de huisvesting van aandachtsgroepen, waar gemeenten in 2021 opnieuw aanspraak op kunnen maken. Steeds meer gemeenten maken zogenaamde midstay of tussenvoorzieningen. Dit is een woonvorm die geschikt is voor meerdere aandachtsgroepen én sneller te realiseren is dan reguliere woningbouw. Het kan gaan om transformatie van kantoorgebouwen of tijdelijke flexwoningen. De toewijzing van woonruimte in een tussenvoorziening aan een vergunninghouder telt mee in de gemeentelijke taakstelling. De bewoners wonen hier tijdelijk en stromen dan door naar reguliere huisvesting. Het ministerie van BZK steunt gemeenten om tot een soepel doorstroomproces te komen.

Een mooi voorbeeld is de woonlocatie LARS en LILY in Lelystad. Dit zijn twee modulair opgezette wooncomplexen waar allerlei aandachtsgroepen, onder wie vergunninghouders wonen. LARS staat er al en wordt bewoond, LILY is in aanbouw. Deze tijdelijke woonvorm kan de druk op de lokale woningmarkt verlichten. Voor gemeenten is er een handreiking hoe een tussenvoorziening gerealiseerd kan worden.

Toekomst

Jantine Kriens ziet dat de hoge taakstelling gecombineerd met de krappe woningmarkt gemeenten voor grote uitdagingen stelt. De bovengenoemde ondersteuningsmaatregelen zijn een eerste stap, maar langdurige inzet en aandacht van alle betrokken partners (Rijk, provincies en gemeenten) blijft nodig om de grote aantallen vergunninghouders die nu op COA-locaties verblijven aan woonruimte te kunnen helpen: “Het huisvesten van onder meer vergunninghouders is echt een gezamenlijke opdracht. Er zijn verschillende voorbeelden in het land die laten zien dat het realiseren van goede huisvesting snel kan. Laten we die benutten om deze mensen zo snel mogelijk een eigen plek te geven.”