De huidige Wet inburgering 2021 (Wi2021) wordt over het algemeen positiever ervaren dan de vorige inburgeringswet uit 2013. Inburgeraars krijgen betere begeleiding van gemeenten en er wordt meer taalonderwijs aangeboden op een hoger niveau (B1). De betaalbaarheid van het stelsel is een punt van zorg. Ook duurt het nog vaak te lang voor een statushouder aan een inburgeringscursus kan beginnen en blijft de stap naar betaald werk een knelpunt. Staatssecretaris Participatie en Integratie Jurgen Nobel heeft de eerste tussenevaluatie van de huidige inburgeringswet vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd. Ook is vandaag het rapport van de Algemene Rekenkamer gepubliceerd over het functioneren van de Wet inburgering. De aanbevelingen neemt het kabinet over.

Asielstatushouders en gezins- en overige migranten zijn verplicht in te burgeren en moeten dat binnen 3 jaar afronden. Sinds 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 van kracht. Gemeenten hebben nu een belangrijke regierol in de begeleiding van inburgeraars. De wet richt zich op het leren van de taal, participatie en werk en het leren kennen van de Nederlandse samenleving.

Meer informatie

Kamerbrief Kabinetsreactie Tussenevaluatie Wi2021