Afgelopen zomer heeft mijn collega Jamilla Gourari een opinie geschreven over het veiligheidskader en de juridische valkuilen bij het inzetten van het drangkader. Vlak nadat deze opinie verscheen heeft de rechtbank Limburg een relevante uitspraak gedaan. In deze opinie sta ik niet alleen stil bij de nieuwe uitspraak van de rechtbank Limburg, maar besteed ik ook aandacht aan de vraag hoe gemeenten een juridisch geborgd drangkader kunnen organiseren.

Drangtraject heeft veel juridische valkuilen

Als de gemeente vaststelt dat de ontwikkeling van de jeugdige mogelijk in gevaar is, dan kan de gemeente verschillende acties ondernemen. In de eerste plaats zal de gemeente een oplossing zoeken in gesprek met de ouders en met de inzet van vrijwillige jeugdhulp.

Als dit niet helpt biedt artikel 2.4 lid 1 Jeugdwet de optie om een verzoek tot onderzoek (VTO) in te dienen bij de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Dit betekent dat de Raad gaat onderzoeken of een kinderbeschermingsmaatregel moet worden ingezet, zoals een ondertoezichtstelling of een uithuisplaatsing.

Voordat gemeenten de VTO indienen willen of moeten zij vaak eerst nog een ‘drangtraject’ doorlopen. Dit drangtraject is voornamelijk ontstaan vanuit de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Dit noemen zij procesregie, casusregie of veiligheidskader. De meest bekende vorm is de jeugdbeschermingstafel (JBT).

De ontstaansgeschiedenis laat zien dat het drangkader geen wettelijke grondslag heeft. Dit betekent dat deelname alleen op vrijwillige basis kan plaatsvinden. Jeugdigen of ouders kunnen niet gedwongen worden om deel te nemen. Ook kunnen hun persoonsgegevens niet zomaar gedeeld worden.

De valkuil is dat de vereiste vrijwillige deelname vaak niet strookt met de praktijk bij de gemeente en het plichtsbesef van de professionals. Zij voelen begrijpelijkerwijs een grote urgentie om in te grijpen en om door te pakken omdat de ontwikkeling van de jeugdige mogelijk in het geding is. Juist omdat het drangkader geen wettelijke grondslag kent, roept het ook vragen op over de rechtmatige verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens.

Toestemming voor delen van gegevens noodzakelijk

Voor het drangkader zoals een JBT moeten persoonsgegevens worden gedeeld met alle betrokken partijen. Niet alleen omdat deelnemers inhoudelijk op hetzelfde niveau moeten zitten, maar ook doordat persoonsgegevens aan ‘tafel’ tijdens het gesprek worden gedeeld.

Dit kan niet zomaar. Want ouders hebben geen recht op inzage in elkaars persoonsgegevens. Ook mag een leerplichtambtenaar of de gemeente niet de behandelgegevens van het jeugdhulpdossier inzien. Zoals hiervoor is vastgesteld ontbreekt het aan een wettelijke grondslag om dit zonder toestemming te doen.

Zonder wettelijke grondslag en zonder toestemming van betrokkenen vooraf mogen geen persoonsgegevens worden uitgewisseld.

Het drangkader kan alleen slagen als jeugdigen en ouders daarvoor openstaan. Hun medewerking is vereist.

Wel of geen besluit?

De discussie over hoe privacyrechten in het kader van het drangtraject gewaarborgd worden speelt een rol bij de vraag of de gemeente een besluit moet nemen bij de inzet van het drangtraject. Hier zijn dit jaar twee tegengestelde uitspraken gedaan.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel oordeelde begin dit jaar dat de inzet van een ‘veiligheidskader’ gelijk is met een besluit in de zin van Awb. Uit de uitspraak blijkt dat de voorzieningenrechter ervoor heeft gekozen om opname in het veiligheidskader met een besluit gelijk te stellen. Het dragende argument hiervoor was rechtsbescherming en de onomkeerbare gevolgen die het delen van gegevens heeft.

Op 11 augustus publiceerde de rechtbank Limburg een uitspraak met een tegengestelde uitkomst. Hier legt de rechtbank nadruk op de Awb-definitie van besluit. Het bericht dat besloten wordt een zaak te bespreken of te agenderen voor een jeugdbeschermingstafel is niet gericht op een rechtsgevolg, en is daarmee geen besluit. De rechtspraak laat daarmee zien dat nog geen eenduidige lijn bestaat over de juridische kwalificatie van het drangkader.

De afweging van de voorzieningenrechter is begrijpelijk in de specifieke context. Desondanks acht ik alleen de uitspraak van de rechtbank Limburg juridisch juist. Er kan alleen sprake zijn van een besluit in de zin van de Awb als de beslissing een extern rechtsgevolg heeft. Hiervan is sprake als de rechtspositie van een persoon verandert doordat iemand een bevoegdheid, recht of verplichting krijgt (of wordt ingetrokken), of als een juridische status van een persoon wordt vastgesteld.[1]

Bespreking of agendering van een zaak in een JBT zorgt niet voor een nieuwe rechtspositie van jeugdigen en/of ouders.[2] Het heeft dus geen extern rechtsgevolg en is daarmee dus geen besluit in de zin van de Awb.

Tegen de inzet van de JBT staat dus geen bezwaar of beroep open.

Al je vragen beantwoord in Schulinck AI-Desk Jeugd

Onze experts volgen ontwikkelingen binnen de Jeugdwet op de voet. Wil je zeker weten dat je recente uitspraken goed toepast in je dagelijkse praktijk? Stel je vragen dan aan Schulinck AI-Desk!

Juridische risico’s zijn er alsnog

Dit neemt niet weg dat er niet alsnog juridische risico’s kleven aan het delen van persoonsgegevens zonder toestemming of wettelijke grondslag.

Jeugdigen en ouders kunnen een klacht indienen bij het college (hoofdstuk 9 Awb) of de jeugdhulpaanbieder (artikel 4.2.1 Jeugdwet) over het feitelijk handelen. Ook kan een klacht worden ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Ook een tuchtrechtelijke klacht tegen individuele jeugdprofessionals kan niet worden uitgesloten als een professional het (medisch) beroepsgeheim heeft geschonden.

Menen jeugdigen of ouders schade te hebben geleden door het ongeoorloofd delen van gegevens? Dan kunnen zij eventueel een schadevergoeding eisen.

Juridisch gewaarborgd drangkader

Het is dus belangrijk dat gemeenteprofessionals zich realiseren dat het drangkader onderdeel is van het vrijwillig kader. Het drangkader kan alleen slagen als jeugdigen en ouders daarvoor openstaan. Hun medewerking is vereist. Onderneem geen onomkeerbare acties zolang medewerking nog niet is toegezegd.

Communiceer duidelijk met jeugdigen en ouders wat het drangkader is en waarom het wordt ingezet. Waarom bestaan er zorgen en wat is tot nu toe geprobeerd om die zorgen weg te nemen? Welke ondersteuning beschouwt de gemeente noodzakelijk?

Informeer jeugdigen en ouders duidelijk dat het drangkader alleen plaatsvindt als de noodzakelijke toestemming wordt gegeven. Laat duidelijk weten welke noodzakelijke persoonsgegevens gedeeld moeten worden en met wie.

Laat ook weten dat jeugdigen en ouders vrij zijn in het geven van toestemming. Zij bepalen zelf of en welke persoonsgegevens gedeeld worden. Laat betrokkenen ook weten dat zij het recht hebben om hun toestemming op een later moment in te trekken.

Maak tegelijkertijd ook duidelijk dat gemeenten een rol hebben bij het garanderen van de ontwikkeling en de veiligheid van jeugdigen die in de gemeente wonen, en dat de gemeente verplicht is om een VTO in te dienen als ernstige zorgen blijven bestaan.

Een juridisch houdbaar drangkader vraagt daarom niet om meer dwang, maar juist om transparantie, vrijwilligheid en een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens. Alleen onder die voorwaarden kan het drangkader functioneren binnen de grenzen van het huidige wettelijke stelsel.

[1] MvT II, Parl. Gesch. Awb I, p. 155 en ECLI:NL:RVS:2008:BC3065

[2] ECLI:NL:RBLIM:2026:6252, rechtsoverweging 6.3

 

Veelgestelde vragen die dit opiniestuk beantwoordt

Nee. Het drangkader heeft geen eigen wettelijke grondslag en behoort daarom tot het vrijwillige kader. Deelname aan een jeugdbeschermingstafel, veiligheidskader of vergelijkbaar overleg kan alleen plaatsvinden als jeugdigen en ouders bereid zijn daaraan mee te werken.

Juridische basis
Jeugdwet, art. 2.4 lid 1

Persoonsgegevens mogen niet automatisch worden uitgewisseld tussen betrokken professionals. Als voor het drangtraject geen specifieke wettelijke grondslag bestaat, is voorafgaande toestemming van de betrokken jeugdige en/of ouders noodzakelijk voor het delen van persoonsgegevens.

Juridische basis
Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), art. 6 en art. 9

In de rechtspraak bestaat discussie over de juridische kwalificatie van het drangkader. De in het opiniestuk besproken lijn van de rechtbank Limburg houdt in dat het agenderen of bespreken van een zaak aan een jeugdbeschermingstafel niet is gericht op een rechtsgevolg en daarom geen besluit is in de zin van de Awb.

Juridische basis
Algemene wet bestuursrecht (Awb), art. 1:3 lid 1

Onzorgvuldige gegevensuitwisseling kan leiden tot klachtenprocedures, toezicht door de Autoriteit Persoonsgegevens, aansprakelijkheidskwesties of andere juridische procedures. Voor professionals kan daarnaast een tuchtrechtelijk risico ontstaan wanneer vertrouwelijke informatie zonder geldige grondslag wordt gedeeld.

Juridische basis
Awb, hoofdstuk 9
Jeugdwet, art. 4.2.1

Een juridisch houdbaar drangtraject vraagt om transparante communicatie, vrijwillige deelname en duidelijke toestemming voor het delen van persoonsgegevens. De gemeente moet betrokkenen informeren over het doel van het traject, welke gegevens worden gedeeld, met wie deze worden gedeeld en dat toestemming kan worden geweigerd of later kan worden ingetrokken.

Juridische basis
AVG, art. 7
AVG, art. 13
Jeugdwet, art. 2.4 lid 1