Graag delen we interessante casussen omtrent omgevingsrecht die op onze helpdesk binnen zijn gekomen! Dit zijn casussen die rechtstreeks uit de gemeentepraktijk komen.

De casus

Op basis van artikel 3 lid 2 van bijlage II Bor zijn recreatiewoningen (mits passend) binnen het bestemmingsplan vergunningsvrij te realiseren. Geldt dit ook voor de bijgebouwen bij recreatiewoningen die ook binnen het bestemmingsplan passen? Het zou raar zijn wanneer dat niet zo was, maar strikt formeel zou je kunnen redeneren dat een bijgebouw niet voor recreatief nachtverblijf bestemd is.

Ons antwoord

In bijlage II van het Bor zijn omgevingsvergunningsvrije activiteiten opgenomen in artikel 2 en artikel 3. Artikel 2 wijst de handelingen aan die omgevingsvergunningsvrij zijn voor de activiteiten bouwen of strijdig gebruik. Artikel 3 benoemt alleen activiteiten die omgevingsvergunningsvrij zijn voor de bouwactiviteit.

Bijgebouw

Artikel 2 lid 3 aanhef en onder g bijlage II Bor bepaalt dat het realiseren van een bijbehorend bouwwerk niet is toegestaan aan of bij een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf door één huishouden.

Een bijbehorend bouwwerk is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak (artikel 1 bijlage II Bor). Ook een bijgebouw valt hiermee onder het begrip ‘bijbehorend bouwwerk’.

Het oprichten van een bijgebouw aan of bij een recreatief nachtverblijf voor één huishouden is dan alleen toegestaan als daarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend.

Artikel 3 lid 2 bijlage II Bor bepaalt dat een op de grond staand bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf niet ‘bouw’ omgevingsvergunningplichtig is, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

  1. niet hoger dan 5 m, en
  2. de oppervlakte niet meer dan 70 m2;

Artikel 3 rept niet over het soort bouwwerk. Een bijgebouw is een bouwwerk, dus in zoverre zou een bijgebouw onder de werkingssfeer kunnen vallen van artikel 3. Desalniettemin zijn wij van mening dat een bijgebouw aan of bij een recreatief nachtverblijf niet onder de werkingssfeer van artikel 3 lid 2 bijlage II Bor kan worden gebracht en dus omgevingsvergunningplichtig is.

De onderbouwing daarvoor is als volgt:

  • In de Nota van Toelichting bij de toelichting van artikel 3 lid 2 bijlage II van het Bor wordt vermeld dat het gaat om bouwwerken voor recreatief nachtverblijf, zoals een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of stacaravan (Staatsblad 2010 – 143, p. 10);
  • een bijgebouw is weliswaar functioneel verbonden met het recreatief hoofdverblijf, maar heeft, zoals je zelf ook al aangaf, niet de functie ten behoeve van het recreatief nachtverblijf. Dat zou mogelijk anders zijn als daarin het sanitair wordt gerealiseerd;
  • in artikel 2 wordt expliciet gesproken over het niet toestaan van een bijbehorend bouwwerk bij recreatieve nachtverblijven voor één huishouden. In artikel 3 lid 1 zijn eveneens bijbehorende bouwwerken uitgezonderd van de omgevingsvergunningplicht. Een bijgebouw bij een recreatief nachtverblijf is daarbij niet genoemd. Gelet op de wetssystematiek zou het dan logisch zijn geweest dat bijgebouwen ten behoeve van recreatief nachtverblijf bij die categorie zouden zijn benoemd.

Conclusie

Voor een bijbehorend bouwwerk bij een recreatief nachtverblijf is een omgevingsvergunning nodig.