Inwoners van Amsterdam-Noord hebben zich aangesloten bij de procedure waarin kunstmestfabriek ICL Fertilizers een fors verhoogde dwangsom is opgelegd voor overtredingen van de uitstootnormen voor zoutzuur. Als het bedrijf zich niet houdt aan de vergunning, moet het bij een nieuwe overtreding 1,25 miljoen euro betalen. Deze zogeheten last onder dwangsom is opgelegd door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), maar wordt aangevochten door het bedrijf.
De omgevingsdienst had eerder een dwangsom bepaald op 125.000 euro. ICL moest al 375.000 euro betalen voor drie overtredingen, maar is ook daartegen in beroep gegaan. Dit ligt nog bij de rechter. Omdat er volgens de omgevingsdienst geen verbetering optrad, is de dwangsom vertienvoudigd. De advocaat van ICL noemt het “absurde bedragen, zonder deugdelijke motivering”, zei hij donderdag tijdens een hoorzitting van een commissie die Gedeputeerde Staten gaat adviseren over de kwestie.
Omwonenden zijn blij dat de OD NZKG vasthoudt aan de verhoging. Via hun Stichting Adem Vrij aan het IJ spraken ze als belanghebbende, samen met hun advocaat, ook de commissie toe. Ze zien de beroepsprocedures als vertragingstactiek die het bedrijf al jaren voert.
Mensen in meerdere wijken hebben volgens de betrokkenen dagelijks last van de fabriek. Afhankelijk van de windrichting is vooral Tuindorp-Oostzaan de pineut. Maar ook bewoners in de Houthavens en de Spaarndammerbuurt ervaren hinder. Prikkende ogen, geïrriteerde slijmvliezen en stankoverlast zijn de meest voorkomende klachten die de omgevingsdienst binnenkrijgt.
ICL had als groot beursgenoteerd internationaal bedrijf al lang maatregelen kunnen nemen, maar ze kiezen ervoor om een boete te betalen, zei de juriste van de omgevingsdienst.