De woningbouw in Nederland dreigt vast te lopen door financiële regels van netbeheerders voor het aanvragen van aansluitingen op het stroomnet, waarschuwen de stedennetwerken G4 en de G40. Ze hebben hun zorgen hierover in een brief geuit aan staatssecretaris Jo-Annes de Bat (Klimaat en Groene Groei, CDA) en minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, D66) en vragen het kabinet in te grijpen.
In het huidige systeem moeten gemeenten honderden euro’s per woning of maatschappelijke voorziening voorfinancieren, omdat ze van de netbeheerders een aanbetaling moeten doen. Het idee erachter is dat deze projecten tijdig capaciteit op het net aanvragen. De betaling is voor projecten die volgens de stedennetwerken vaak nog in een vroege planfase zitten en waarvoor nog geen ontwikkelaar in beeld is.
De landelijke voorfinanciering kan volgens de stedennetwerken oplopen tot ongeveer 100 miljoen euro. Ze zeggen dat veel steden de bedragen niet kunnen betalen en terughoudend worden. Woningbouwprojecten lopen hierdoor alsnog vertraging op waarmee de regel averechts werkt, stellen ze.
Ze willen dat het kabinet netbeheerders verzoekt de regels te herzien, bijvoorbeeld door aanbetalingsverplichtingen pas te laten ingaan wanneer een ontwikkelaar bekend is en de bouw daadwerkelijk in zicht komt. Als dat niet kan, willen ze een alternatieve oplossing, bijvoorbeeld een landelijke garantstelling. “Alleen met een uitvoerbare regeling kan worden voorkomen dat woningbouw, onderwijshuisvesting en andere maatschappelijke voorzieningen verder vertraging oplopen door netcongestie”, aldus de stedennetwerken.
Het G40-stedennetwerk omvat 41 (middel)grote steden, de G4 bestaat uit Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam.