Het kabinet heeft vijf nieuwe plekken in Nederland aangewezen waar versneld duizenden woningen moeten komen. In delen van Deventer, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Weert moeten tot en met 2035 rond de 30.000 woningen daardoor sneller af zijn, meldt woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan aan de Tweede Kamer. Met extra geld om die woningen bereikbaar te maken komt ze niet.

De vijf gebieden komen bij 21 andere ‘grootschalige woningbouwlocaties’ die eerdere kabinetten al aanwezen. De bedoeling is dat de landelijke overheid daar bijspringt om woningbouw te helpen. “Door onder meer sneller vergunningen af te geven, kan de schop eerder de grond in”, schrijft het ministerie van Volkshuisvesting. Later dit jaar kiest de D66-minister nog eens vijf plekken.

“We gaan ze op alle mogelijke manieren helpen”, zei de minister dinsdagmiddag via de telefoon tegen het ANP. “Maar ik leg geen hulp op. Ik vraag: wat is het probleem?” Rijksambtenaren kunnen bijvoorbeeld expertise bieden.

Andersom verwacht het kabinet van de gemeenten dat ze zich houden aan afspraken over aantallen betaalbare en industrieel gebouwde woningen, en dat ze geen eisen opleggen die niet in de wet staan. De inzet van Boekholt-O’Sullivan is dat 50 procent van de woningen uit de fabriek komt en ter plekke in elkaar wordt gezet. “Liever nog hoger.”

Boekholt-O’Sullivan schrijft dat ze bewust heeft gezocht naar plekken waar geen geld nodig is voor de bereikbaarheid, of waar eerder al geld naartoe is gegaan.

Eerdere kabinetten zetten juist wel miljarden euro’s opzij voor infrastructuur rond grootschalige woningbouwlocaties. Een uitzondering waren de vier gebieden die de vorige woonminister Mona Keijzer aan de lijst toevoegde. Keijzer liet het aan haar opvolger om daar een oplossing voor te vinden.

“Dat klopt, daar zijn miljarden aan besteed”, zei de minister over de eerder aangewezen gebieden. “Maar voor deze vijf hebben we aan de voorkant afgesproken dat ze geen claim kunnen leggen op het Rijk voor infrastructuur.” Als gemeenten en provincies zulke investeringen zelf doen, is dat “hun goed recht en ook een goed idee, waarschijnlijk”.

Mogelijk krijgen de vijf gemeenten wel ‘gebiedsbudget’, bedoeld voor voorzieningen als pleinen en parken. Om hoeveel geld het dan zou gaan, is nog niet bekend.

Een deel van de ruimte waar straks huizen moeten staan, is nu nog bestemd voor bedrijven. Boekholt-O’Sullivan wil met die gemeenten “nadere afspraken” maken om nieuwe ruimte voor bedrijven te vinden.