Graverij door bevers en dassen vormt nog steeds het grootste risico voor de dijken langs grote rivieren als Maas, Waal en Neder-Rijn. Dit blijkt uit de nieuwe veiligheidsrapportage primaire waterkeringen van Waterschap Rivierenland. Andere risico’s zijn goed onder controle. Van de dijkversterking in het landelijke hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is nu 68 kilometer klaar.
Het waterschap beheert 507 kilometer aan primaire keringen, de dijken langs de grote rivieren waarachter ongeveer een miljoen Nederlanders veilig wonen en werken. Voor de rapportage zijn de dijken getoetst aan normen voor veiligheid: die gelden al vandaag, maar richten zich op ontwikkelingen zoals die in 2050 verwacht worden. Zoals bevolkingsgroei, economische groei en klimaatverandering.
Meer dan de helft van de huidige dijkversterking gereed
De resultaten laten zien dat onze dijken op dit moment veilig zijn. Maar veel dijken voldoen nog niet aan de strengere eisen die in de toekomst nodig zijn. Dat is geen verrassing, daarom heeft Waterschap Rivierenland een groot aandeel in het landelijke hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en is druk bezig met dijkversterkingen om te voldoen aan de norm van 2050. Eind december 2025 is 68 kilometer klaar. Er is 52 kilometer dijk versterkt; 16 km bleek geen versterking nodig te hebben.
Bevers en dassen blijven een uitdaging
Bevers graven holen en burchten in dijken, wat lastig te voorkomen is omdat ze beschermd zijn. Alle recente schade is hersteld, maar het risico op nieuwe graafschade blijft. In 2025 verzwakten bevers op 11 locaties de dijk. Bij dijkversterkingen en risicolocaties zijn al preventieve maatregelen, al kost het tijd om keringen volledig beverproof te maken. Waar dat nog niet kan, geven beverinspecties door muskusrattenbeheerders beter zicht op de situatie. Afschot was ook dit jaar niet aan de orde. In 2025 is de Nationale Beveraanpak gestart om veiligheid te waarborgen en duurzaam samen te leven met de bever.
Ook dassen veroorzaakten opnieuw schade aan waterkeringen langs de Maas, met één burcht en twee bijburchten of -holen. Preventieve maatregelen tegen dassen blijven technisch lastig.
Geen extra actie door hoogwater of droogte
Afgelopen jaar was er geen extra actie nodig bij de primaire waterkeringen door hoogwater of droogte. De voorbereiding op zulke situaties blijft goed geregeld. Door duidelijke plannen en gezamenlijke oefeningen weten alle betrokken partijen wat ze moeten doen. Dat helpt om snel en goed te reageren als het nodig is.
Samenwerking langs de rivier
Waar het waterschap gaat over de dijk, gaat Rijkswaterstaat over de rivier en de provincie over gebiedsontwikkeling. Daarom werkt het Waterschap Rivierenland samen in het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 aan de lange termijn.
Over de grens wordt samengewerkt met de Duitse buren via de Arbeitsgrüppe Hochwasser. De organisatie Waterbeheerders moeten volgens de Omgevingswet en Waterschapswet zorgen voor goed onderhoud van dijken, zodat deze veilig blijven. Waterschap Rivierenland controleert dit en kijkt of de organisatie voldoet aan landelijke afspraken over dijkzorg. De resultaten van deze controles leiden tot verbeteringen. Door regelmatige inspecties, metingen en risicoanalyses heeft het waterschap steeds goed zicht op de staat van de dijken. Tevens heeft de sector afgesproken om te blijven werken aan het verbeteren van de kwaliteit van de zorgplicht voor de primaire waterkeringen. Jaarlijks vindt hierop interne toetsing plaats. Naar aanleiding van de evaluatie van vorig jaar heeft de directie de opdracht gegeven om basis- en inrichtingseisen voor aantoonbaarheid beter te integreren in de processen. Dit heeft geleid tot hogere scores en een meer consistente werkwijze.
Er is duidelijke een stijgende lijn in de kwaliteit van de zorgplicht te zien: in 2025 voldeed 82% van de inrichtings- en basiseisen aan de hoogste score (groen) tegenover 48% in 2024. Score groen is de hoogste score die gehaald kan worden. Dit betekent dat er geen verdere verbeteracties nodig zijn en dat voldoende is onderbouwd en vastgelegd dat het beoordelingsaspect bestaat en gebruikt wordt.
Het waterschap meldt de uitkomsten van de jaarlijkse veiligheidsrapportage aan de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT), als toezichthouder namens het Rijk.