De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een zogeheten conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer. Zij wil weten hoe participatie onder de Omgevingswet moet worden vormgegeven.

Aanleiding

Aanleiding voor de conclusie zijn drie omgevingszaken die de Afdeling bestuursrechtspraak in behandeling heeft. In alle zaken hebben bezwaarmakers beroepsgronden ingediend over de wijze waarop en de mate waarin participatie heeft plaatsgevonden voordat het omgevingsplan werd vastgesteld of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit werd verleend. De eerste zaak gaat over het ‘Omgevingsplan Rhenen – ontwikkellocatie Tinneweide’. Dit plan maakt de bouw van zes woningen mogelijk. De tweede zaak gaat over het ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle-Nassau’. Met dit plan wil de gemeente de bouw van twaalf woningen mogelijk maken. Ten slotte gaat het over de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Zeist heeft verleend voor een verdeelstation op een parkeerterrein aan de Tulpstraat in Zeist. Het gaat hier om een buitenplanse omgevingsactiviteit waarbij de gemeenteraad heeft bepaald dat participatie verplicht is.

Verzoek aan de staatsraad advocaat-generaal

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak schrijft in haar verzoek aan de staatsraad advocaat-generaal dat in zowel de Omgevingswet als het Omgevingsbesluit niet is bepaald hoe de wettelijk voorgeschreven participatie moet plaatsvinden. Daarom wil zij weten of er, ondanks deze vormvrijheid, minimale eisen geformuleerd kunnen worden waaraan het participatieproces moet voldoen. Ook is onduidelijk of participatie moet zien op de keuzes die een bestuursorgaan maakt voorafgaand aan het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen, zoals bijvoorbeeld de locatiekeuze. Verder verzoekt zij staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer in te gaan op de vraag of het bestuursorgaan participatie deels of helemaal kan overlaten aan een (project)ontwikkelaar. En als dat zo is, of en hoe het bestuursorgaan dan moet nagaan of participatie goed heeft plaatsgevonden? Ten slotte is de vraag of een gebrek in het participatieproces kan worden gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht. En zo ja, onder welke voorwaarden en in welke fase van de procedure?

Wat is een conclusie en wat is het nut ervan?

Een conclusie is een juridisch advies aan de Afdeling bestuursrechtspraak en draagt bij aan de rechtsontwikkeling. Een staatsraad advocaat-generaal kan in een conclusie een rechtsvraag in een bredere maatschappelijke, juridische en internationale context plaatsen, de stand van de rechtspraak evalueren en aanbevelingen doen om bestaande rechtspraak te nuanceren of bij te stellen.

Verdere procedure

De Afdeling bestuursrechtspraak zal deze drie rechtszaken met nummers 202504735/1 (Rhenen), 202505327/1 (Baarle-Nassau) en 202600463/1 (Zeist) gezamenlijk op 15 oktober 2026 op een zitting behandelen. Daarna heeft staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer zes weken de tijd om een conclusie te nemen. Partijen die bij deze zaken zijn betrokken, krijgen vervolgens de gelegenheid om schriftelijk daarop te reageren. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak einduitspraak doen in deze zaken.