De VNG herkent en deelt de analyse in ‘Toezicht met vertrouwen’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). Dit bevestigt wat gemeenten en omgevingsdiensten ervaren: toezichthouders hebben minder overzicht en houvast, krijgen te maken met meer verschillen en moeten te vaak achteraf bijsturen.

Met dit advies en eerdere signalen van de Evaluatiecommissie Omgevingswet ligt de vraag óf er een probleem is achter ons. De Omgevingswet blijft een goed fundament, maar de weeffouten moeten er nu uit.

De VNG wil dat het rijk samen met gemeenten, provincies en waterschappen de regie pakt om knelpunten in de wet en het digitale stelsel snel en structureel op te lossen. Alleen zo blijft de uitvoering werkbaar en betaalbaar.

Weeffouten in de wet snel herstellen

Toezichthouders staan in de frontlinie en worden aangesproken op risico’s, terwijl de gevolgen van de wet voor toezicht en handhaving vooraf onvoldoende waren doordacht. Gemeenten agenderen knelpunten als het ‘confettikanon’ van losse aanvragen en meldingen al langer, maar kregen steeds te horen dat eerst de evaluatie moest worden afgewacht.

Zoals de Rli zegt: wacht niet tot we ‘zeker weten’ wat er aan de hand is. Toezichthouders zijn het meest geholpen met het snel oplossen van knelpunten, zoals losse deelaanvragen en beperkte informatie in meldingen.

Het DSO-stelsel sterk verbeteren

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) zorgt nu voor extra werk in plaats van minder, bijvoorbeeld door een Vergunningcheck die onvoldoende duidelijkheid geeft en een moeizame koppeling met zaaksystemen.

Er moet meer ruimte komen om het systeem te verbeteren en aan te passen aan de praktijk. Tot nu toe wordt vastgehouden aan eerdere keuzes en inzichten die in de praktijk niet handig lijken te zijn. Daarvoor zijn substantiële stappen nodig.

Financiële uitvoerbaarheid borgen

De wet vraagt blijvend meer inzet van gemeenten en omgevingsdiensten, vooral voor toezicht achteraf op algemene regels, meldingen en informatieplichten. Daarvoor worden geen leges geheven, terwijl het toezicht wel op orde moet zijn. Dat moet structureel worden geregeld.

De Rli adviseert toezicht en handhaving te ontzien bij de bezuinigingen; de VNG sluit zich daar nadrukkelijk bij aan.

Geen extra programmadruk

De VNG wil de positie van toezicht en handhaving versterken, maar is kritisch op het voorstel voor alweer een nieuw landelijk programma. Gemeenten en omgevingsdiensten zitten midden in de implementatie van het IBP-VTH en de Omgevingswet.

Verbeteringen horen thuis in bestaande structuren en lopende trajecten. Niet nog meer overleg en evaluatie, maar daadwerkelijk aanpassen van wet en digitaal stelsel.

Praktijk en beleid dichter bij elkaar

Signalen van de werkvloer moeten sneller leiden tot aanpassing van regels en systemen. Gemeenten werken zelf al hard aan verbetering: met een begrippencatalogus en voorbeeldplanregels, regionale standaardisatie zoals SPRONG, het netwerk VTH en het VTH-Kompas, dat organisaties laat zien waar ze staan in hun professionalisering.

Het rijk moet dichter bij de uitvoering gaan staan en samen eigenaarschap nemen.