Het rijk, de VNG, provincies en corporaties slaan de handen ineen om de druk op de sociale huursector te verlagen. Het Akkoord Aanvullende Vormen van Huisvesting geeft een impuls aan aanvullende woonvormen voor een brede groep woningzoekenden.
Geen nieuwe taken
Hoewel er via Woondeals en de Wet versterking regie volkshuisvesting hard wordt gewerkt aan structurele nieuwbouw, is er voor de korte termijn extra actie nodig. Dit akkoord zet daarom in op aanvullende woonvormen die sneller beschikbaar zijn dan reguliere nieuwbouw, zoals flexwoningen, woningdelen en de transformatie van leegstaande gebouwen. Het akkoord introduceert geen nieuwe wettelijke taakstelling, maar zet in op een gezamenlijke, bestuurlijke inspanning waarbij ruimte voor lokaal maatwerk centraal staat.
Regie en lokaal maatwerk
Gemeenten bepalen samen met woningcorporaties welke woonvormen en doelgroepenmix lokaal passend zijn. Het akkoord richt zich op een brede groep woningzoekenden, waaronder starters, jongeren, aandachtsgroepen en statushouders.
Aan de slag met het werkprogramma
Om de goede voornemens snel om te zetten in uitvoering, stellen individuele gemeenten samen met woningcorporaties binnen 6 maanden een lokaal werkprogramma op. Dit programma dient als praktisch uitvoeringsinstrument en brengt kansen, concrete projecten, locaties en knelpunten in kaart. Het is nadrukkelijk geen nieuwe administratieve verantwoordingslaag, maar een operationele vertaling van de lokale opgave.
Financiële randvoorwaarden en toetsing
De praktijk kent grote uitdagingen, zoals netcongestie, stikstof en stijgende kosten. De haalbaarheid van de gezamenlijke plannen valt of staat dan ook met de juiste randvoorwaarden. Het rijk stelt gerichte ondersteuning en specifieke rijksregelingen beschikbaar om de onrendabele top van projecten af te dekken en businesscases rond te krijgen. Daarnaast is vastgelegd dat een onafhankelijk onderzoek zal toetsen of bestaande regelingen en middelen toereikend zijn, ook voor exploitatie, sociaal beheer en gemeentelijke uitvoeringskosten. Op basis daarvan bespreken partijen welke aanvullende maatregelen nodig zijn en of ambities moeten worden bijgesteld. Het uiteindelijke doel is helder: snel meer passende en menswaardige woonplekken realiseren.