Op 9 oktober 2026 heeft de Raad van de EU definitief groen licht gegeven voor de Defence Readiness 2030 Omnibus. Het wetgevingspakket versnelt vergunningprocedures voor defensiegereedheidsprojecten. Dat is relevant voor decentrale overheden, die een belangrijke rol spelen bij het ruimtelijk mogelijk maken van defensieactiviteiten en de bijbehorende infrastructuur.
Vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten: hoe zit dat?
De nieuwe verordening introduceert een kader om vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten te versnellen. Het voorziet op regels over de termijn van een vergunningsproces en het opstellen van een centraal contactpunt voor het vergunningsproces. Lidstaten bepalen zelf welke projecten binnen de reikwijdte van de verordening als defensiegereedheidsproject worden aangemerkt.
Een centraal contactpunt
Volgens de verordening moeten lidstaten een centraal contactpunt aanwijzen dat de vergunningverlening voor defensiegereedheidsprojecten coördineert en als aanspreekpunt voor aanvragers fungeert. Binnen veertien dagen na ontvangst van een aanvraag moet het contactpunt aangeven of de verordening van toepassing is en of de aanvraag volledig is.
Lidstaten bepalen zelf op welk bestuurlijk niveau zij het contactpunt onderbrengen. Nederland spreekt in het BNC-fiche over de Defence Readiness Omnibus een voorkeur uit voor een centraal contactpunt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), naar het voorbeeld van de Critical Raw Materials Act (CRMA). De verordening biedt ook ruimte voor meerdere contactpunten, zodat rekening kan worden gehouden met de nationale verdeling van bevoegdheden voor vergunningverlening.
Duur van vergunningsproces
Het vergunningsproces mag in eerste instantie niet langer dan 42 werkdagen duren vanaf het moment dat een volledige vergunningsaanvraag is ontvangen. In afwijking hiervan mag de termijn tweemaal verlengd worden tot maximaal 60 werkdagen, wanneer de omvang of complexiteit van een project dit vraagt of wanneer dit project tot uitzonderlijke risico’s voor het milieu, de algemene bevolking of veiligheid van de werknemers leidt. Dit betekent dus dat een vergunningsproces maximaal 102 werkdagen in beslag mag nemen.
Een vergunningsproces wordt in de verordening gedefinieerd als een proces dat alle relevante vergunningen bestrijkt, met inbegrip van goedkeuring of licenties, voor de bouw, de uitbreiding en de omzetting van defensiegereedheidsprojecten.
Daarnaast bevat de verordening bepalingen over ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moeten bevoegde autoriteiten, zowel nationaal als decentraal, rekening houden met de ontwikkeling van defensiegereedheidsprojecten en de daarvoor noodzakelijke infrastructuur.
Wat betekent dit voor decentrale overheden?
Defensiegereedheidsprojecten vragen om ruimte. Voorbeelden zijn de uitbreiding van militaire oefenterreinen, de aanleg van helikopterlandingsplaatsen en de ontwikkeling van defensie gerelateerde infrastructuur. Deze projecten hebben gevolgen voor ruimtelijke inrichting van provincies en gemeenten. In Nederland zijn inmiddels verschillende locaties binnen alle provincies aangewezen waar Defensie haar activiteiten wil uitbreiden. Daarnaast wordt op nationaal niveau gewerkt aan de Wet op defensiegereedheid.
Provincies spelen vaak een grote rol bij vergunningsprocessen voor ruimtelijke ordening. Hoewel de verordening de coördinatie van vergunningprocedures bij een centraal contactpunt belegt, betekent dit niet automatisch dat bestaande bevoegdheden van decentrale overheden verdwijnen. De verordening laat ruimte aan lidstaten om rekening te houden met hun nationale bestuurlijke inrichting. Het is daarom van belang hoe Nederland de nieuwe regels gaat uitvoeren en welke rol provincies en gemeenten daarin krijgen, o.a. bij milieu-gerelateerde vergunningen en ruimtelijke ordening. Op het gebied van ruimtelijke ordening geeft de verordening een expliciete rol aan decentrale overheden. Provincies en gemeenten moeten bij het opstellen van bestemmingsplannen en plannen voor ruimtelijke ordening en landgebruik nadrukkelijk rekening houden met de defensieopgaven.