,,Alleen door middel van op maat gesneden ondersteuning en langdurige begeleiding kan voorkomen worden dat grote groepen statushouders de aansluiting met de arbeidsmarkt mislopen”, zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer.

Cijfers 

In Nederland hebben vluchtelingen met een verblijfsvergunning, ook wel statushouders genoemd, nog steeds grote moeite om betaald werk te vinden. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wijzen uit dat 2,5 jaar na hun komst niet meer dan 11 procent betaald werk heeft gevonden.

Advies

Het adviesorgaan trok in 2016 al aan de bel. Toen luidde het advies onder meer dat nieuwkomers sneller Nederlands moesten leren, het liefst gecombineerd met werk of school. Ook moesten werkgevers actief benaderd worden om werkplekken voor de vluchtelingen te regelen.

Maatregelen

Er wordt inmiddels van alles gedaan om statushouders beter te begeleiden, constateert de SER. Die mensen hoeven bijvoorbeeld niet langer ‘passief’ te wachten in asielzoekerscentra, in de opvang wordt al gericht gewerkt aan een snelle uitplaatsing.

Versnipperd beleid

Maar het beeld is volgens de raad versnipperd. Zo zijn de lokale en regionale verschillen nog altijd groot. De initiatieven zijn veelal kleinschalig en de continuïteit van de projecten is ook onzeker, vaak vanwege tijdelijke of onvoldoende financiering.

Betere samenwerking

De SER pleit daarom voor betere samenwerking op regionaal en gemeentelijk niveau en voldoende financiële middelen vanuit het Rijk. De centrale opvang zou daarnaast zo moeten worden georganiseerd dat gemeenten eerder met de begeleiding van statushouders kunnen beginnen. In dat verband is het ook handig als de inburgering meer zou aansluiten op het participatiebeleid, oppert de SER. Dan kunnen gemeenten trajecten opzetten waarbij vluchtelingen aan hun inburgering werken en tegelijkertijd een opleiding volgen of aan het werk gaan.