Bij de presentatie van het rapport ‘Toekomstbestendig beroepsonderwijs’ van de Sociaaleconomische Raad (SER) noemt voorzitter Hamer het belang van sociale netwerken van jongeren. Ook onderwijsminister Bussemaker ziet sociale netwerken als speerpunt voor gelijke kansen. Het sociale netwerk bestaat uit iemands sociale omgeving, zoals familie, vrienden, kennissen, collega’s en medestudenten. Zij zijn een hulpbron als zij informatie geven, een goed woordje doen of iemand aanmoedigen (bijvoorbeeld om huiswerk te maken of als het solliciteren tegenzit).

Negatieve netwerkeffecten: sociale ondermijning
Sommige jongeren hebben echter weinig positief ‘sociaal kapitaal’ en hun netwerk kan ze zelfs tegenwerken. Onderzoeker Pieter Baay (ecbo): “Ongeveer 40% van de mbo’ers ervaart soms tot heel vaak sociale ondermijning in de directe omgeving. Dit gevoel ontstaat bijvoorbeeld wanneer jongeren worden gekwetst of gedemotiveerd door hun sociale omgeving. Als er dan weinig steun is om op terug te vallen, werkt dat door in hun onderwijsprestaties en arbeidsmarktkansen.” De onderzoekers keken daarom naar de combinatie van sociale ondermijning en het ontbreken van positieve contacten. Die kwetsbare combinatie komt het vaakst voor bij mbo-niveau 2-studenten.

Meetinstrument
De aandacht in het onderwijs voor de gevolgen van het ontbreken van een sociaal netwerk is nog beperkt. Jongeren kunnen hun netwerk nog niet overzien. Om docenten te helpen met het gesprek hierover, is een online meetinstrument ontwikkeld (www.ecbo.nl/instrumenten/socialenetwerken). Via een terugkoppeling krijgen jongeren zicht op de potentiële hulpbronnen en obstakels in hun netwerk.

Snuffelen is ook netwerken
Behalve het in kaart brengen van netwerken, hebben jongeren ervaringen buiten de school nodig. Bijvoorbeeld door (snuffel)stages en bijbaantjes. Het Actieplan Jeugdwerkloosheid zet daar ook op in. Baay noemt het Mentoring Programma Friesland als ander mooi voorbeeld: “Als mentoring professioneel wordt aangepakt, met mentoren uit het bedrijfsleven die zelf een sterk sociaal netwerk hebben, helpt het jongeren in hun ontwikkeling én met hun sociale netwerk. Een mooi voorbeeld voor de Gelijke Kansen Alliantie van minister Bussemaker”.