Wetgever maakt fout bij nieuwe wet huisbezoeken

Wetgever maakt fout bij nieuwe wet huisbezoeken

Alleenstaande (ouder) ontkomt aan bewijsopdracht

Opinie
16 januari 2013

Bij het wijzigen van wetten of wetsvoorstellen gebeurt het een enkele keer dat onderdelen naar onze mening abusievelijk niet worden aangepast of ingetrokken. Een wetsartikel dat zo ontstaat, kan dan in de praktijk niet – of niet helemaal – worden uitgevoerd. Een voorbeeld daarvan zien we op dit moment bij de afgeschafte huishoudtoets in de Wet samenvoeging WWB en WIJ. In die wet was een samenloopbepaling opgenomen met het wetsvoorstel huisbezoeken. Deze samenloopbepaling is bij de afschaffing van de huishoudtoets niet ingetrokken.

De wetgever heeft u als gemeente de bevoegdheid willen geven een belanghebbende bij het aanvragen van WWB te verzoeken aan te tonen dat hij een alleenstaande of alleenstaande ouder is, dat de feitelijke woonsituatie in overeenstemming is met het verstrekte adres of dat hij de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet geheel of gedeeltelijk kan delen met een ander. Het college kan een belanghebbende een aanbod doen tot het afleggen van een huisbezoek om hem of haar in staat te stellen te voldoen aan zijn bewijsopdracht.

Die bewijsopdracht is geregeld in de wet. Het nieuwe tweede lid van artikel 53a bevat het aanvullende verzoek de leefsituatie aan te tonen. Het nieuwe derde lid van dat artikel regelt dat als een belanghebbende in de zin van de WWB niet desgevraagd aantoont dat hij een alleenstaande of alleenstaande ouder is, het college hem een uitkering kan toekennen naar een grondslag van de helft van de norm voor een gehuwde in zijn leeftijdscategorie, respectievelijk dat zijn uitkering daarnaar wordt herzien. Maar bij het benoemen van de verschillende leeftijdscategorieën gaat het mis in artikel 53a. Het college kan volgens de huidige wettekst geen enkele belanghebbende verzoeken aan te tonen dat hij een alleenstaande (ouder) is, aangezien hier geen enkele grondslag voor bestaat in het artikel. Onder andere een verwijzing naar artikel 21 WWB, waarin de normen 21-pensioengerechtigde leeftijd zijn geregeld ontbreekt.
Enkel de SVB kan aan mensen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt deze bewijsopdracht geven. Dit heeft de wetgever wel goed geregeld.

Voor u als gemeente geldt dus op dit moment, dat de bewijsopdracht op basis van de huidige wettekst voor personen tot de pensioengerechtigde leeftijd niet kan worden uitgevoerd. Het lijkt duidelijk wat de wetgever heeft bedoeld, maar gezien de grote gevolgen voor de burger raden we u als gemeente aan om u te houden aan de wet zoals deze nu luidt en niet zoals deze had behoren te luiden. Bovendien zien we dat de Centrale Raad van Beroep steeds vaker oordeelt dat de wettekst in beginsel leidend is en niet hetgeen de wetgever heeft beoogd.

Het moge duidelijk zijn dat deze ingewikkelde materie niet tot in de finesses kan worden behandeld in dit korte artikel. Er zijn namelijk nog meer gedetailleerde tekstuele opmerkingen te maken met betrekking tot de huidige tekst van artikel 53a. U kunt de complete wetteksten en de interpretatie daarvan terugvinden in Grip op WWB.

Reageren