Verzamelwet SZW 2015

Verzamelwet SZW 2015

Wijziging na wijziging in beeld

Opinie
08 oktober 2014

Minister Asscher van Sociale Zaken heeft op 16 juli 2014 het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer. Tussen 16 juli 2014 en nu zijn er 2 nota's van verbetering en 3 nota's van wijziging verschenen. Mijn collega Lance op den Camp kondigde in zijn opiniestuk de nota's van wijziging al aan. Enkele door - onder andere - Kluwer Schulinck aangedragen omissies uit de Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen WWB zijn hersteld. De wijzigingen die van invloed zijn op de op te stellen verordeningen zal ik hier nader toelichten.

De grondslag voor schending van de re-integratieplicht, waardoor de ontheffing van de arbeidsplicht van een alleenstaande ouder is ingetrokken, was per ongeluk verdwenen in de Invoeringswet Participatiewet. De grondslag voor deze afstemming wordt door het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2015 opnieuw toegevoegd aan de Participatiewet als artikel 8 lid 1 onderdeel d Participatiewet. Er bestaat echter al een artikel 8 lid 1 onderdeel d Participatiewet, waarin de opdracht voor verrekening van de bestuurlijke boete bij recidive is opgenomen. De nota van wijziging past het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2015 op dit punt aan door de grondslag voor afstemming wegens schending re-integratieplicht waardoor de ontheffing van de arbeidsplicht van een alleenstaande ouder is ingetrokken, te verplaatsen naar artikel 8 lid 1 onderdeel e Participatiewet. Bij het opstellen van de afstemmingsverordening dient de verordeningsgrondslag te worden aangepast. 

Plicht tot onthouden van zeer ernstige misdragingen
Door de Wet maatregelen WWB wordt de verplichting van belanghebbende om zich te onthouden van zeer ernstige misdragen per 1 januari 2015 omgezet van een onzelfstandige verplichting naar een op zichzelf staande verplichting. Dit betekent dat om een belanghebbende te sanctioneren wegens zeer ernstige misdragingen, er geen sprake meer moet zijn van samenhang tussen de zeer ernstige misdraging en het niet nakomen van een of meer verplichtingen uit de Participatiewet. Voor IOAW en IOAZ was het voorgaande in eerste instantie niet geregeld. Door de nota van wijziging gebeurt dit alsnog. Binnen de IOAW en de IOAZ gaat dus hetzelfde gelden als in de Participatiewet. Bij het maken van de afstemmingsverordening dient met het voorgaande rekening gehouden te worden. 

Uitbreiding doelgroep individuele studietoeslag
De Invoeringswet Participatiewet voegt de individuele studietoeslag toe aan de Participatiewet. Personen van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, vormden op grond van de Invoeringswet Participatiewet de doelgroep van deze regeling. Met de nota van wijziging wordt de voorwaarde dat een belanghebbende met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon veranderd in dat een belanghebbende niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon. Bij het opstellen van de verordening individuele studietoeslag zal met de ruimere doelgroep rekening moeten worden gehouden. 

Verordeningsopdracht tegenprestatie IOAW/IOAZ
De verordeningsopdracht voor het opdragen van een tegenprestatie in de IOAW en de IOAZ is tijdens het wetgevingstraject per ongeluk komen te vervallen. Met de nota van wijziging is deze verordeningsopdracht opnieuw opgenomen in de IOAW en de IOAZ. Bij het opstellen van de verordening tegenprestatie kan ervoor worden gekozen om één verordening te maken voor Participatiewet, IOAW en IOAZ. Een andere optie is om één verordening te maken die ziet op Participatiewet en één verordening die ziet op IOAW en IOAZ. 

Herstel onjuiste verwijzingen naar Wet WIA bij doelgroep voor arbeidsondersteuning
In artikel 7 lid 1 onderdeel a Participatiewet wordt bepaald welke groepen het college dient te ondersteunen bij arbeidsinschakeling. Eén van die groepen wordt gevormd door personen als bedoeld in artikel 34a lid 5 onderdeel b Wet WIA, artikel 35 lid 4 onderdeel b Wet WIA en artikel 36 lid 3 onderdeel b Wet WIA. De ondersteuningsplicht geldt tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende 2 aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die 2 jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d Participatiewet is verleend. Eerst werd naast onderdeel b ook verwezen naar onderdeel c van de genoemde artikelen. Onderdeel c bestaat niet en dat is de reden waarom de nota van wijziging het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2015 aanpast. Bij het opstellen van de re-integratieverordening, de verordening loonkostensubsidie, de verordening cliëntenparticipatie en de verordening individuele studietoeslag dient met deze wijziging rekening te worden gehouden. 

Koopkrachttegemoetkoming lage inkomens
In de derde nota van wijziging wordt een omissie hersteld met betrekking tot de koopkrachttegemoetkoming lage inkomens. De wijziging houdt in dat de vermogenstoets van artikel 34 WWB niet van toepassing is op de koopkrachttegemoetkoming lage inkomens. Hoewel deze wijziging niet van invloed is op een van de op te stellen of te wijzigen verordeningen, benoem ik deze toch omdat de gemeenten de koopkrachttegemoetkoming lage inkomens binnen afzienbare tijd gaan uitbetalen. 

Overig
In dit stuk zijn bijna alleen de wijzigingen die van invloed zijn op de op te stellen verordening nader toegelicht. In de nota van wijziging is ook geregeld dat de kostendelersnorm niet van toepassing is op personen jonger dan 21 jaar en dat de kostendelersnorm wél van toepassing is op een gehuwde met een niet-rechthebbende partner die niet samenwoont met een of meer meerderjarige personen. Ook introduceert de nota van wijziging een norm voor gehuwden die met een ander in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben en van wie de ene echtgenoot jonger is dan 21 jaar en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder. 

Modelverordeningen
Kluwer Schulinck heeft samen met de VNG modelverordeningen ontwikkeld. Wij houden u op de hoogte over de manier waarop deze zullen verschijnen.

Reageren