‘Stage’ als overgang van onderwijs naar dagbesteding

‘Stage’ als overgang van onderwijs naar dagbesteding

Zorgplicht van school of verantwoordelijkheid van gemeenten?

Opinie
Bewaren in kennisdossier
17 juli 2019

Kan een stage een vorm van jeugdhulp zijn die uit de Jeugdwet vergoed moet worden? Dit is een vraag die regelmatig voorbijkomt in onze helpdesk. Denk bijvoorbeeld aan een jeugdige van 17 jaar die praktijkonderwijs volgt. Gedurende het schooljaar is gebleken dat het voor de jeugdige niet haalbaar is om het diploma te behalen en te gaan werken op een reguliere arbeidsplek. Jeugdige zal daarom de rest van haar leven aangewezen zijn op een dagactiviteitencentrum. Ter voorbereiding gaat ze tijdens de laatste schoolperiode al deelnemen aan de dagactiviteiten. Is de school verantwoordelijk voor deze ‘stage’ of is de Jeugdwet hier aan zet? In mijn opinie zal ik antwoord geven op deze vraag.  

Zorgplicht van de school

Eerst zal ik kort ingaan op de verantwoordelijkheid van school in relatie tot de kwalificatieplicht. Kinderen gaan vanaf 4 jaar naar school. Vanaf 5 jaar tot en met het schooljaar waarin ze 16 worden zijn zij volledig leerplichtig. Daarna start de kwalificatieplicht. Dit houdt in dat leerlingen van 16 tot 18 jaar verplicht zijn onderwijs te volgen als zij nog geen diploma mbo-niveau 2 of hoger, havo of vwo hebben behaald. Gedurende de periode dat de jeugdige leerplichtig is en (na afloop van leerplicht) de kwalificatieplicht geldt, moet de jeugdige ingeschreven staan op een school en is het onderwijs hoofdzakelijk verantwoordelijk voor het verstrekken van passend onderwijs. Daar hoort dus ook de (extra) begeleiding tijdens stages bij.
Echter zijn er ook gevallen waarin een jeugdige vrijstelling van geregeld schoolbezoek krijgt. Deze vrijstelling kan tijdelijk van aard zijn. Bijvoorbeeld wegens ziekte. Leerlingen die tijdelijk niet naar school kunnen gaan of slechts een aantal uren/dagdelen per week naar school gaan, behouden wel hun inschrijving. School behoudt in deze dus ook de zorgplicht betreffende (extra) begeleiding die ziet op het onderwijs. Ook als dat onderwijs (gedeeltelijk) op een andere locatie moet worden geboden.

Daarnaast is vrijstelling mogelijk die langduriger van aard is, bijvoorbeeld omdat uiteindelijk blijkt dat een kind niet tot leren in staat is. Er is dan ook geen verplichting meer om ingeschreven te staan op een school. Vaak is dan dagbesteding ter vervanging van onderwijs aan de orde. Die dagbesteding zou dan onder de Jeugdwet moeten vallen.

‘Stage’ bij dagbesteding gedurende laatste schooljaar

Maar hoe zit het nu met jongeren die ‘stage’ lopen bij een dagbestedingscentrum gedurende hun laatste schooljaar? Leerlingen op het speciaal onderwijs met een arbeidsmarktgericht of dagbesteding- uitstroomprofiel, zijn uitgezonderd van de kwalificatieplicht. Desondanks staan deze leerlingen wel nog ingeschreven bij een onderwijsinstelling. In beginsel zou je dus zeggen dat de ‘stage’ nog steeds onder de zorgplicht van school valt. Als je de geschiedenis induikt, blijkt echter toch dat hier in het verleden anders mee werd omgegaan. De voorloper van de Jeugdwet als het gaat om dit soort vraagstukken (dagbesteding/begeleiding) was de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). In het Protocol indicatiestelling AWBZ (hierna protocol) staat de werkwijze beschreven die geldt voor ‘stages’ bij centra voor dagbesteding. Hieruit blijkt dat zich situaties kunnen voordoen waar sprake is van begeleiding (bij de stage) die op grond van de AWBZ verstrekt diende te worden. De situatie die ik in de inleiding van mijn opinie heb geschetst, is daar naar mijn mening een voorbeeld van.

‘De kennismakingsperiode bij een dagbestedingscentrum wordt vaak als ‘stage’ aangeduid, maar feitelijk gaat het om deelname aan een zorgprogramma.’

De ‘stage’ gedurende de laatste schoolperiode wordt ingezet om jeugdige en/of ouders kennis te laten maken met de situatie of om de acceptatie van de beperkingen van het kind wat makkelijker te maken. Dit programma wordt als ‘stage’ aangeduid, maar feitelijk gaat het om deelname aan een zorgprogramma. In tegenstelling tot reguliere stages is geen sprake van enige productiviteit voor de ‘stage-instelling’. De jongere heeft namelijk dezelfde, (wellicht) zelfs meer, begeleiding nodig als de andere deelnemers. De ‘stageperiode’ kan gezien worden als een gewenningsfase die vervolgens over zal lopen in dagbesteding. Het voormalig College voor Zorgverzekeringen (nu: Zorginstituut Nederland) heeft daarom destijds (in 2005 al) het advies gegeven om deze zorg onder de AWBZ te laten vallen. Naar mijn mening dient deze werkwijze onder de Jeugdwet voortgezet te worden. Zo wordt voorkomen dat jeugdigen die in het kader van een uitstroomprofiel naar de dagbesteding gaan, tussen wal en schip vallen en kan een zorgvuldige overgang van onderwijs naar dagbesteding plaatsvinden.

Reageren