Shell helpt Staatsbosbeheer met bomen planten

Shell helpt Staatsbosbeheer met bomen planten

Nieuws
Bewaren in kennisdossier
08 april 2019

Staatsbosbeheer en Shell gaan samenwerken om lege plekken in de bossen op te vullen die zijn ontstaan door essentaksterfte. 

Shell investeert 17,4 miljoen euro in het buitenfonds van Staatsbosbeheer waardoor de komende twaalf jaar ruim 5 miljoen nieuwe bomen kunnen worden geplant, zo maakten beide organisaties maandag bekend.

Tachtig procent van de ongeveer 10 miljoen essen in Nederland is getroffen door een agressieve schimmel, de zogeheten essentakziekte. De schimmel maakt de bomen ziek, waardoor ze omvallen. De bomen moeten dus worden weggehaald vanwege de veiligheid.

Voor de herplant van bomen had Staatsbosbeheer nog geen financiële dekking, maar nu wel. Shell stapt in dit project omdat het volgens Marjan van Loon, president-directeur Shell Nederland, aansluit bij de ambities om een actieve rol te spelen in de Nederlandse energietransitie. ,,We investeren in Nederland onder meer in wind-op-zee, zonne-energie, elektrische mobiliteit, biobrandstoffen en energie-efficiency, maar ook CO2-compensatie vormt een belangrijk onderdeel om de klimaatdoelstellingen te realiseren”, zegt zij.

Vanaf 17 april kunnen klanten van Shell er onder andere voor kiezen hun eigen CO2-uitstoot voor het gebruik van benzine, diesel of LPG te compenseren door per liter 1 cent extra te betalen. Het geld gaat naar projecten in Indonesië en Peru waar bomen worden geplant om de CO2-uitstoot te compenseren. In Nederland zijn nog niet van dit soort gecertificeerde projecten. Maar Sylvo Thijssen, directeur Staatsbosbeheer, wil dit wel graag voor elkaar krijgen zodat het ook voor andere organisaties aantrekkelijker wordt om te investeren in Nederlands bos. Hij wijst erop dat bomen niet alleen van belang zijn voor de woon- en leefomgeving van mensen, ze spelen ook een grote rol in het klimaatvraagstuk. ,,Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan het verminderen van het broeikasgas CO2 in de atmosfeer."

Bron: ANP

Reageren