Minder doorverwijzingen jeugd-ggz na pilot

Minder doorverwijzingen jeugd-ggz na pilot

Nieuws
04 maart 2016

Gespecialiseerde jeugd-ggz inpandig bij de huisarts zorgt voor veel minder doorverwijzingen naar dure en zwaardere jeugd-ggz. Dat blijkt uit een pilot in de gemeenten Oude IJsselstreek. De nieuwe manier zorgt voor minder doorverwijzingen, wat zowel kwalitatief als financieel aantrekkelijk is.

n de pilot werden huisartsen ondersteund door GZ-psychologen die gespecialiseerd zijn in kinder- en jeugdpsychiatrie. Deze zaten op de huisartsenpraktijk en hielpen bij de beoordeling of een kind doorverwezen moest worden en zo ja of dat naar basis-ggz of naar gespecialiseerde ggz moest. Als het nodig was, boden ze zelf zeer kortdurende behandeling en begeleiding. ‘Als een huisarts twijfelde over wat te doen, verwees hij door naar deze GZ psycholoog’, vertelt Patricia van Deurzen, onderzoeker van centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrieKarakter die de pilot evalueerde. ‘Daar konden ze dan vaak nog dezelfde week terecht’.

Drempelverlagend

De psychologen zijn gehuisvest in de praktijk van de huisarts, wat drempelverlagend is. Van Deurzen: ‘Het bleek dat mensen, zowel ouders als kinderen, heel tevreden waren. Ze voelden zich gehoord, vonden het fijn direct geholpen te worden en vonden het ook fijn niet meteen in de wereld van de psychiatrie te hoeven duiken’.

Resultaten

Om te toetsen of de nieuwe werkwijze vruchten afwerpt, werd een controlegroep ingericht van artsen die de extra ondersteuning niet kregen. In de periode van acht maanden die de pilot liep, waren de verschillen groot. In de groep die met de nieuwe manier werkte, werden 18 kinderen doorverwezen naar de ggz. Één naar specialistische, de rest naar basis-ggz. In de groep waar geen ondersteuning was van een psycholoog voor de huisarts werden 58 kinderen doorverwezen van wie zes naar de specialistische ggz.

Minder gesprekken

Minder doorverwijzingen dus en ook minder doorverwijzingen naar de ‘zware, specialistische’ ggz. Daarnaast zijn ook weinig gesprekken per kind nodig, zo blijkt uit de eerste resultaten. Als een kind in de basis-ggz met een psycholoog spreekt, worden daar al gauw vijf gesprekken voor uitgetrokken. Het gemiddelde bij de specialistishe ondersteuner op de huisartsenpost ligt op twee gesprekken. ‘We zijn nu aan het doorrekenen wat dat betekent voor de financiën’, aldus Van Deurzen, ‘maar het lijkt ons logisch dat de nieuwe werkwijze ook nog eens financieel aantrekkelijk is.’

Bron: Binnenlands Bestuur

Reageren