Kortdurende opname

Kortdurende opname

Aanspraak op grond van de Wmo 2015 of de Wlz-subsidieregeling eerstelijns verblijf?

Opinie
22 juli 2015

Door de maatschappelijke ontwikkeling dat mensen, ondanks hun ouderdom, beperkingen of aandoeningen, zo lang mogelijk in de thuissituatie blijven zijn per 2015 veel veranderingen in de gezondheidszorg doorgevoerd. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de wijkverpleegkundige zorg in de Zorgverzekeringswet (Zvw) is opgenomen. De wijkverpleegkundige moet dienen als schakel tussen zorg en welzijn naast de huisarts. Als er blijvende behoefte bestaat aan permanent toezicht dan wel 24 uur per dag zorg in de nabijheid van een persoon noodzakelijk is, is dat geregeld in de Wet langdurige zorg (Wlz). De indicatie die in dit kader gesteld wordt door het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) kan leiden tot zorg via een persoonsgebonden budget (pgb), modulair pakket thuis (dat wil zeggen zorg in natura thuis naast een pgb), een volledig pakket thuis (dat wil zeggen zorg in natura in de thuissituatie) of via zorg in natura geleverd in een instelling.

Medio 2014 bleek al dat er in het kader van de eerstelijns zorg een kortdurende opname mogelijk moest zijn voor bepaalde groepen. Onder andere kwetsbare ouderen die thuis wonen vormden een doelgroep. Eerstelijns verblijf hoort onder de Zvw omdat het hier gaat om verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg, al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg. Aanvankelijk was het de bedoeling dat eerstelijnsverblijf alleen in 2015 in de vorm van een subsidieregeling op grond van de Wlz aangeboden zou worden. Vanaf 2016 zou dit een prestatie worden op grond van de Zvw. Reden voor deze eenjarige subsidieregeling was het borgen van een zorgvuldige overgang. In de Zvw geldt immers een ander regime dan in de Wlz. Het blijkt niet mogelijk om de huidige prestatie eerstelijns verblijf rechtstreeks vanuit de subsidieregeling over te hevelen naar de Zvw. Daarom wordt in afwachting van onderbrenging in de Zvw in 2017, net als in 2015 eerstelijns verblijf in 2016 via een subsidieregeling gefinancierd.  

Aanspraak op grond van de Wmo 2015 of eerstelijns verblijf

In de praktijk bestaat er regelmatig onduidelijkheid over de vraag of er aanspraak bestaat op eerstelijns verblijf dan wel op crisisopvang op grond van de Wmo 2015. De Wmo 2015 vraagt  bijzondere aandacht voor onder meer een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Daarnaast moeten gemeenten samenwerken met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zvw met het oog op een zo integraal mogelijke dienstverlening.

Voor de subsidieregeling eerstelijns verblijf komt uitsluitend in aanmerking behandeling van: verzekerden met een somatische aandoening, verzekerden met een psychogeriatrische aandoening, verzekerden met een lichamelijke beperking, meerderjarige verzekerden met een verstandelijke beperking. In de praktijk betekent dit dat de subsidie dan voorziet in eerstelijns verblijf waarbij:

  • hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt verleend;
  • algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg wordt verleend onder substantiële coördinatie, regie en supervisie van een multidisciplinair team;
  • dit palliatief terminaal is: algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij in verband met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensverwachting van minder dan drie maanden intensieve geneeskundige zorg, verpleging, verzorging en paramedische zorg wordt verleend.

Belangrijke voorwaarde voor dit verblijf is dat dit medisch noodzakelijk is. De huisarts blijft medisch eindverantwoordelijk tenzij hij deze overdraagt aan een andere arts, bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskunde. Overigens geldt dat geriatrische revalidatiezorg niet geldt als eerstelijns verblijf. Mochten gemeenten en het zorgkantoor (die de eerstelijns zorg verleent) het niet eens zijn over wie verantwoordelijk is dan is het in gesprek gaan met elkaar aangewezen. Uitgangspunt moet hierbij in ieder geval zijn dat de klant hier niet de dupe van mag worden!

Subisdieregeling eerstelijns verblijf in 2016 verlengd

De bestaande onduidelijkheid wordt in 2016 niet opgelost nu de subsidieregeling voor eerstelijns verblijf nog een jaar wordt verlengd. Van belang is dat gemeenten en het zorgkantoor met elkaar in gesprek gaan als onduidelijkheid voor klanten ontstaat. Immers iedereen zal van mening zijn dat veelal kwetsbare klanten in ieder geval van bestaande onduidelijkheid niet de dupe mogen worden.

Reageren