Verplicht aanbod voorziening beschut werk

Verplicht aanbod voorziening beschut werk

WSW in een nieuw jasje

Opinie
23 november 2016

De  regering heeft een wetsvoorstel ingediend om de gemeenten te verplichten om de voorziening beschut werk aan te bieden. Nu is dat nog een bevoegdheid. Veel gemeenten maken liever geen gebruik van deze bevoegdheid en zoeken naar alternatieve mogelijkheden voor de kwetsbare doelgroep, waarbij geen dienstbetrekking wordt aangeboden. Dit strookt echter niet met het streven van de regering naar een inclusieve arbeidsmarkt. Hiermee wordt bedoeld dat iedereen met arbeidsvermogen moet kunnen deelnemen aan het arbeidsproces en de kans krijgen zijn eigen inkomen te verdienen. De meningen zijn verdeeld. De Raad van State adviseert de regering van de invoering van het verplichte aanbod af te zien.

Het wetsvoorstel voorziet in wijziging van artikel 10b Participatiewet. Gestreefd wordt naar inwerkingtreding op 1 januari 2017. In het eerste lid wordt de verplichting voor de gemeente opgenomen om aan mensen uit de doelgroep de voorziening beschut werk aan te bieden. Hierbij gaat het volgens artikel 3 Besluit advisering beschut werk om mensen met arbeidsvermogen die bij het verrichten van werkzaamheden zijn aangewezen op:

  • een of meer technische en organisatorische aanpassingen die niet binnen redelijke grenzen door een werkgever kunnen worden gerealiseerd; of
  • permanent toezicht of intensieve begeleiding die niet binnen redelijke grenzen door een werkgever kan worden aangeboden.

Zelf advies vragen bij het UWV

De bestaande procedure is, dat de gemeente aan het UWV advies vraagt of iemand tot de doelgroep beschut werk behoort en met inachtneming van dat advies een besluit neemt. In het wetsvoorstel is in artikel 10b lid 3 Participatiewet daarnaast een tweede mogelijkheid opgenomen. Iemand kan na inwerkingtreding van de wet ook zelf, dus buiten de gemeente om, advies vragen van het UWV of hij aan de genoemde criteria voldoet en dus tot de doelgroep beschut werk behoort. Als het UWV een positief advies afgeeft, dan zal het college in beginsel het besluit moeten nemen dat die persoon tot de doelgroep behoort en dus een voorziening beschut werk moeten aanbieden.

Zal het wel lukken om iedereen die daarvoor in aanmerking komt een beschutte werkplek aan te bieden als een afdwingbaar recht op die voorziening ontstaat

Individueel afdwingbaar recht op voorziening beschut werk

Het wetsvoorstel leidt er toe dat mensen een individueel afdwingbaar recht krijgen op een voorziening beschut werk als zij aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoen. Als het college voor hen geen advies bij het UWV inwint voor beschut werk, dan doen ze dat gewoon zelf, zonder de gemeente. Als blijkt dat zij voldoen aan de voorwaarden voor beschut werk dan is de gemeente, tot aan het aantal waarmee in de ramingen rekening is gehouden, verplicht aan hen beschut werk beschikbaar te stellen, of dat werk er nu is of niet. De Raad van State merkt in dit verband op dat het wetsvoorstel er toe leidt dat gemeenten gehouden zijn tot het onmogelijke.

Huidige praktijk: voorziening beschut werk nauwelijks aangeboden

De huidige praktijk bij de gemeenten is, dat de voorziening beschut werk nauwelijks wordt aangeboden. Meer dan een kwart van de gemeenten biedt de voorziening zelfs helemaal niet aan. Gemeenten kiezen voor alternatieven die zij aantrekkelijker vinden, zoals werkervaringsplaatsen, vrijwilligerswerk of dagbesteding als voorziening in het kader van de Wmo 2015. Hierbij wordt iemand die tot de doelgroep beschut werk zou behoren geen dienstbetrekking aangeboden. Vooral het gegeven dat bij beschut werk een dienstbetrekking moet worden aangeboden maakt het voor de gemeenten een onaantrekkelijke voorziening.  Beschut werk krijgt hierdoor immers een structureel karakter richting de toekomst en leidt tot financiële risico’s. Het is niet duidelijk hoe de budgetten zich in de toekomst zullen ontwikkelen. De gemeenten willen zich dan ook liever niet vastleggen en kiezen voor de best mogelijke voorziening tegen de laagst mogelijke kosten.

Ontslagbescherming

Naar aanleiding van kritiek van de Raad van State over het vereiste van een dienstbetrekking heeft de staatssecretaris toegezegd te willen onderzoeken of het noodzakelijk is  om voor de gemeenten specifieke gronden te benoemen om de dienstbetrekking eenzijdig te kunnen beëindigen.  Zij voegt daar echter aan toe dat wel bedacht moet worden dat het gaat om zeer kwetsbare mensen die niet tussen de wal en het schip mogen vallen. Dat laatste zou naar mijn mening in de praktijk van de burgerlijke rechter en de ambtenarenrechter juist een reden kunnen vormen voor extra ontslagbescherming. Mensen met een dienstbetrekking in het kader van beschut werk hebben immers geen enkel alternatief.

Conclusie

Aan het opleggen van een verplichting om beschut werk aan te bieden zitten de nodige haken en ogen.  Vooral het moeten aanbieden van een dienstbetrekking met alle daaraan verbonden plichten aan mensen die een zo vergaande begeleiding en aanpassing op de werkplek nodig hebben dat van een reguliere werkgever niet kan worden gevergd deze mensen in dienst te nemen is een punt van zorg.  Mede in verband hiermee zijn er zorgen over de financiering, zeker op langere termijn. Tenslotte: zal het wel lukken om iedereen die daarvoor in aanmerking komt een beschutte werkplek aan te bieden als een afdwingbaar recht op die voorziening ontstaat. Wellicht is het beter met de gemeenten in overleg te treden om goede oplossingen voor de doelgroep te vinden en geen afbreuk te doen aan de gedecentraliseerde bevoegdheid van de gemeente.

Reageren