Een carport in het achtererfgebied of toch niet

Een carport in het achtererfgebied of toch niet

Opinie
31 januari 2017

Door de klimaatverandering krijgt Nederland steeds meer te maken met extreme weersomstandigheden, zoals bijvoorbeeld hagelstenen zo groot als tennisballen. Het is normaal dat mensen willen voorkomen dat hun auto daardoor beschadigd raakt. Veel mensen realiseren dan ook een carport  op hun eigen terrein. Een carport is een bouwwerk en omgevingsvergunningplichtig, tenzij de bouwactiviteit in artikel 2 of 3 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) als omgevingsvergunningsvrij wordt bestempeld.

Een bewoner had zonder een omgevingsvergunning een carport gebouwd. Hij verkeerde daarbij in de veronderstelling dat dit vergunningsvrij was omdat de carport naar zijn mening in het achtererfgebied lag. Dit standpunt was gebaseerd op eerder verleende  bouwvergunningen waarbij het college een andere gevel (noordoostzijde) van het woonhuis van appellant had aangemerkt als voorgevel. Het aangrijpingspunt om het achtergebied te kunnen bepalen is de voorkant (voorgevel) van het hoofdgebouw. Niet altijd zal direct duidelijk zijn wat de voorgevel van een pand is.

 

Achtererfgebied

Een omgevingsvergunning voor bouwen en afwijken van het bestemmingsplan is niet nodig als het gaat om een op de grond staand bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de in artikel 2 lid 3 bijlage 2 Bor genoemde eisen.

De definitie van achtererfgebied speelt een doorslaggevende rol voor het vaststellen van de omgevingsvergunningsvrijheid. Maar wat is nu het achtererfgebied? Tot 1 november 2014 was het achtererfgebied gedefinieerd als: het erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw.

Vanaf 1 november 2014 wordt het achtererfgebied gedefinieerd als  erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen (artikel  1 lid 1 bijlage 2 van het Bor).

De vraag die centraal stond in een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State was of dat met de wijziging van de definitie van achtererfgebied ook een inhoudelijke wijziging van het begrip ‘voorkant’ is beoogd.

 

De uitspraak

De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State stelt vast dat het achtererfgebied kan worden bepaald door vast te stellen wat de voorgevel van het hoofdgebouw is.  Hoewel de definitie van het achtererfgebied is gewijzigd ziet de Afdeling onder verwijzing naar de Nota van Toelichting bij het Bor,  geen aanleiding om een andere uitleg te geven aan het begrip 'voorkant' zoals dat is opgenomen in de omschrijving van achtererfgebied in artikel 1 van bijlage II van het Bor.

Als er discussie ontstaat over de vraag welke gevel de voorgevel is, moet worden afgegaan op de ligging van de voorgevelrooilijn zoals die in het bestemmingsplan of de bouwverordening is aangegeven (artikel 1 lid 1 van bijlage 2 van het Bor). Als ook dan nog twijfel bestaat, zal de feitelijke situatie doorslaggevend zijn voor de vraag waar zich de voorgevel bevindt. Mede gebaseerd op jurisprudentie zijn daarbij de volgende aanknopingspunten van belang:

  • de systematiek van huisnummering (de plaats waar de brievenbus is aangebracht, waar zich het huisnummer bevindt of aan welke wegzijde het gebouw of perceel is geadresseerd);
  • de zijde van het gebouw waar zich de voordeur of hoofdingang bevindt; en
  • de plaats waar de hoofdontsluiting van het perceel zich bevindt.

Voor zover appellant stelde dat hij erop mocht vertrouwen dat het college ook bij deze omgevingsvergunningaanvraag uit zou gaan van de gevel aan de noordoostzijde als voorgevel, stelt de Afdeling vast dat het college nog voordat de appellant zijn aanvraag indiende had medegedeeld dat bij het verlenen van de eerdere bouwvergunningen een fout was gemaakt en dat het deze fout in de toekomst niet zou herhalen. Een beroep op het vertrouwensbeginsel werd dan ook niet gehonoreerd.

De conclusie is dat de carport in dit geval  niet in het achtererfgebied staat en daardoor niet omgevingsvergunningvrij kan worden gerealiseerd. Nu de carport ook in strijd is met het bestemmingsplan zal de carport door  appellant moet worden verwijderd.

De definitie van achtererfgebied speelt een doorslaggevende rol voor het vaststellen van de omgevingsvergunningsvrijheid. Het achtererfgebied kan worden bepaald door vast te stellen wat de voorgevel van het hoofdgebouw is. 

 

De definitie van achtererfgebied speelt een doorslaggevende rol voor het vaststellen van de omgevingsvergunningsvrijheid. Het achtererfgebied kan worden bepaald door vast te stellen wat de voorgevel van het hoofdgebouw is. 

 

 


 

Reageren