Verdringingstoets in de Participatiewet

Verdringingstoets in de Participatiewet

Wetsvoorstel omarmen of naar de prullenbak?

Opinie
05 juli 2017

Menigeen zal het (bijna) vergeten zijn, maar bij de Eerste Kamer ligt nog steeds het wetsvoorstel  Wet verdringingstoets  Het wetsvoorstel regelt een toets op verdringing voor re-integratietrajecten die binnen de reikwijdte van de Participatiewet (en de WW) plaatsvinden en voor aanbestedingen waarbij afspraken worden gemaakt over social return. Het wetsvoorstel bevat daardoor wijzigingen in de Participatiewet. 

Zowel het (inmiddels demissionaire) kabinet als de Raad van State hebben het initiatiefwetsvoorstel ontraden omdat de initiatiefwet prematuur is. In deze opinie ga ik in op de betekenis van het wetsvoorstel voor de Participatiewet. Moet het wetsvoorstel worden omarmd of niet? En niet onbelangrijk, wat zijn de gevolgen van het wetsvoorstel voor gemeenten?

Huidige situatie

Op 2 plekken binnen de Participatiewet is bepaald dat zekere vormen van verdringing niet mogen plaatsvinden door de inzet van beleidsinstrumenten. Gewezen kan worden op artikel 9 lid 1 onderdeel c Participatiewet (onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden) en artikel 10a lid 2 Participatiewet (participatieplaatsen). In beide artikelen is als voorwaarde opgenomen dat werkzaamheden die worden verricht in het kader van de tegenprestatie en de participatieplaatsen “worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt”. De uitvoeringsverantwoordelijkheid van deze regelgeving ligt uitdrukkelijk op decentraal niveau. Gemeenten zijn naar mijn mening goed in staat invulling te geven aan deze bestaande wettelijke bepalingen en daarom is een controlemechanisme op verdringing in de vorm van een wettelijke grondslag volgens mij thans een stap te ver. Voor zover in een aantal gevallen reeds sprake zou zijn van verdringing, en daarmee in strijd wordt gehandeld met de wet, doet dit de relatie tussen gemeente en werkgever geen goed. Een verdere samenwerking tussen beide partijen wordt hiermee op het spel gezet. Een werkgever die zich wel aan de regels houdt kan zich op een positieve manier onderscheiden van bedrijven die zich niet aan de regels houden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt geen kans bieden.

Inhoud van het wetsvoorstel

Alhoewel de Participatiewet al voorziet in de plicht tot toetsen op ongewenste verdringing beoogt het wetsvoorstel de bestaande regels te verduidelijken, zodat deze op een eenduidige manier door gemeenten kunnen worden toegepast. Daartoe wordt het begrip “verdringing op de arbeidsmarkt” opgenomen in de begripsbepalingen van artikel 1 Participatiewet: ”verdringing op de arbeidsmarkt: vervanging van betaalde arbeid tegen tenminste het wettelijk minimumloon door arbeid die wordt verricht door personen met een uitkering op grond van deze wet of de Werkloosheidswet, zonder loon of tegen een loon of een vergoeding dat lager is dan het wettelijk minimumloon.”

Daarnaast wordt in de Participatiewet een paragraaf over de verdringingstoets toegevoegd. Deze verdringingstoets wordt uitgewerkt in de artikelen 8d tot en met 8g Participatiewet. Daarmee wordt het aantal artikelen in de Participatiewet aanzienlijk uitgebreid. Hulde aan de “deregulering”, maar dit terzijde. Het voorgestelde artikel 8d lid 2 Participatiewet bevat een vijftal uitgangspunten waaraan moet worden getoetst of werkzaamheden leiden tot verdringing van betaalde arbeid. De uitgangspunten luiden als volgt: van verdringing op de arbeidsmarkt is sprake indien:

  1. de inzet van personen met een uitkering ertoe leidt dat de werkzaamheden goedkoper worden verricht dan wanneer de werkzaamheden worden verricht door personen die ten minste het wettelijk minimumloon verdienen;
  2. personen die ten minste tegen het wettelijk minimumloon werkzaamheden verrichten worden vervangen door personen die dezelfde werkzaamheden verrichten zonder of tegen een lager loon;
  3. de inzet van personen met een uitkering leidt tot aanpassing van het loon en de overige arbeidsomstandigheden van andere personen die voor dezelfde organisatie werkzaamheden verrichten;
  4. de inzet van personen met een uitkering ertoe leidt dat werkzaamheden die tegen ten minste voor het wettelijk minimumloon werden uitgevoerd, worden uitgevoerd zonder betaling of tegen een bedrag lager dan het wettelijk minimumloon;
  5. werkzaamheden worden verricht door personen met een uitkering op grond van deze wet of de WW, en de werkgever hiervoor een loonkostensubsidie ontvangt die hoger is dan het verschil tussen de loonwaarde van deze persoon en het wettelijk minimumloon.
Een werkgever die zich wel aan de regels houdt kan zich op een positieve manier onderscheiden

Daarmee zijn we er nog niet want deze uitgangspunten worden verder uitgewerkt bij of krachtens AMvB. Als werkzaamheden aan een of meerdere uitgangspunten voldoen is sprake van verdringing op de arbeidsmarkt.

Reikwijdte en gevolgen van het wetsvoorstel

In het voorgestelde artikel 8e Participatiewet is de reikwijdte van de verdringingstoets geregeld.
De verdringingstoets is van toepassing op alle activiteiten gericht op de arbeidsinschakeling in de Participatiewet en op tegenprestaties in de zin van de Participatiewet. Voor de praktijk betekent dit dat reeds lopende trajecten moeten worden getoetst op het tegengaan van verdringing. Op grond van het overgangsrecht dient toetsing plaats te vinden binnen 1 jaar. Als sprake is van verdringing moet het traject worden stopgezet. Als dat niet kan, bijvoorbeeld wegens contractuele verplichtingen, mag het traject worden afgerond. Ik sluit niet uit dat hiermee het aantal slechtnieuwsgesprekken zal toenemen. Een ander niet onbelangrijk punt is dat de gemeente bij verordening regels moet stellen over de toepassing van de verdringingstoets. In de verordening moet worden geregeld hoe en door wie de werkzaamheden die door bijstandsgerechtigden in het kader van de Participatiewet worden uitgevoerd, worden getoetst op verdringing. De bestaande re-integratieverordening kan hierop worden aangepast. Op grond van het overgangsrecht dient de verordening binnen zes maanden na inwerkingtreding van de verdringingstoets te zijn aangepast.

Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn met betrekking tot het wetsvoorstel Wet verdringingstoets zal de vakredactie Participatiewet u direct informeren. Deze berichten verschijnen natuurlijk ook in Grip op ParticipatiewetAntwoord op Bijstand en in de nieuwsbrief van Schulinck.

Reageren