Focus op: categoriale bijzondere bijstand
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft onlangs een uitspraak gedaan in een zaak rond categoriale bijzondere bijstand, die veel vragen oproept bij gemeenten. Die uitspraak is namelijk niet in overeenstemming met de uitvoeringspraktijk.
Wat is er aan de hand? Zoals u weet kan het college naast individuele bijzondere bijstand ook categoriale bijzondere bijstand verlenen voor bijzondere kosten. Die bijstand kan worden verleend aan een bepaalde groep of voor een bepaalde kostensoort. Volgens artikel 35 WWB heeft het college deze bevoegdheid ten aanzien van personen van 65 jaar of ouder, chronisch zieken of gehandicapten, personen met ten laste komende schoolgaande kinderen en met betrekking tot de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering.
Om het laatste punt gaat het in de uitspraak van de CRvB. Bij een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering sluit het college zelf een overeenkomst met een zorgverzekeraar. Binnen deze overeenkomst kan een gemeente een collectiviteitskorting bedingen en/of andere afspraken maken. Diverse gemeenten leveren daarnaast ook - rechtstreeks aan belanghebbende - een bijdrage in de premie van de aanvullende verzekering. Die bijdrage wordt door de gemeente gezien als een vorm van categoriale bijzondere bijstand.
De CRvB oordeelt echter anders. De Raad stelt dat wanneer gemeentelijk beleid voorziet in een tegemoetkoming in de kosten van de premie van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering, dit beleid moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend. En dus niet als categoriale bijzondere bijstand in de zin van artikel 35 WWB.
Wat betekent die uitspraak voor u? Als u als gemeente het beleid voert waarbij een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering wordt aangeboden aan belanghebbenden, dan valt dit onder de noemer categoriale bijzondere bijstand. Wanneer u daarnaast aan een deel van de deelnemers een bijdrage in de kosten van de premie verleent, dan is dat te kwalificeren als buitenwettelijk begunstigend beleid. Het gaat immers niet om een kostensoort waarvoor categoriale bijzondere bijstand mag worden verstrekt. Uw beleid is dan niet gebaseerd op een wettelijke grondslag en is in strijd met de wet en met de uitdrukkelijke wens van de wetgever. De CRvB heeft in andere zaken geoordeeld dat een bijdrage in de premie van een aanvullende ziektekostenverzekering door gemeenten niet hoeft te worden verstrekt: een basisverzekering is voldoende en premies voor een aanvullende verzekering zijn daarom aan te merken als niet-noodzakelijke kosten.
In het verlengde van bovenstaand verhaal wil ik u nog iets meegeven over de veranderingen die met de komst van de wetswijzigingen in de WWB per 1 januari 2012 zijn ingevoerd op het gebied van categoriale bijzondere bijstand. De wetgever heeft een inkomensnormering geïntroduceerd van 110%. Alleen een belanghebbende met een inkomen lager dan 110% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm kan nu nog in aanmerking komen voor categoriale bijzondere bijstand. Als we dit toepassen op de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering, dan mag u die verzekering volgens de wet verstrekken aan de groep tot 110%. De bijdrage in de premie voor die verzekering, die veel gemeenten onder de noemer categoriale bijzondere bijstand scharen, heeft geen basis in de wet en zou dus eigenlijk niet mogen worden verstrekt. Staatssecretaris De Krom van SZW geeft echter in de Verzamelbrief december 2011 aan dat de inkomensnormering van 110% niet alleen voor de categoriale bijzondere bijstand geldt, maar voor alle vormen van generieke gemeentelijke inkomensondersteuning. Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat een bijdrage in de premie wel mag worden verstrekt aan de groep tot 110%. De tijd zal het leren.
Carin Lennertz
Redacteur Handboek WWB
Eerdere focus op:
Burgerbalie
- Rechtopbijstand.nl
- Rechtopminimavoorzieningen.nl
- Rechtopwij.nl
- Rechtopwmo.nl
- Rechtopww.nl
- Rechtopschuldhulpverlening.nl